ACHTERKLAPPER

Thuis is het beter

Movie's achterklapper is een column waar op onregelmatige tijdstippen ingezoomd wordt op gebeurtenissen in de kantlijnen van het filmgebeuren.

Soms, heel soms, kom je van die mensen tegen die nog nooit in een moderne bioscoop zijn geweest. Eén van mijn vriendinnen bijvoorbeeld. Ze was gewend in een oude, klassieke dorpsbioscoop naar films te gaan kijken, waar net de komst van Dolby Stereo werd aangekondigd en waar THX, 70mm en zitcomfort grote onbekenden zijn. Hoog tijd om haar eens laten zien hoeveel beter een filmervaring wordt in een goede zaal. Wij dus naar het Brusselse Kinepolis, altijd goed voor een paar oooh's en aaah's bij iemand die nog nooit een echte filmtempel heeft betreden. Met Alien Resurrection als film kon het gewoon niet mislukken. Dacht ik.

De miserie begon al toen ze de overvolle parkeerplaats zag. 'Bij ons is er altijd ruimte,' klonk het. Stiekem vroeg ik mij af waarom. Gelukkig stond er geen al te lange rij aan de kassa's, zodat we ons ruim op tijd naar zaal 23 konden begeven. Inderdaad, die ligt op de eerste verdieping, en dat betekent dus klimmen. En klimmen via een weg die normaal voor auto's was voorzien, dat klonk al helemaal onlogisch in haar oren. 'Hadden ze die parkeergarage hier niet beter gewoon laten staan,' hoorde ik tussen twee zuchten door.

Aan de ingang van de zaal stond mijn vriendin er van te kijken dat je popcorn, cola en andere snoepjes vóór de pauze moest kopen. Pardon? Pauze? Jawel, alle Jurassic Parks en Forrest Gumps blijken in haar bioscoop gewoon in twee te worden geknipt. Tijdens de pauze gaat de bar open, en kan iedereen tussen pot en pint lekker keuvelen over hoe ze het eerste deel dan wel niet vonden. Just like in the good old times. Toen ik vroeg of ze dan geen moeite had om weer in de sfeer van het tweede deel te komen, wist ze op haar beurt dan weer niet waarover ik het had.

Maar goed, we gingen de zaal binnen en lieten ons wegzakken in de sjieke Kinepolis-zitjes (pardon, clubzetels). Ook daar kwam commentaar op. 'Je zit hier zo ver uit elkaar!' klonk het. Ik probeerde de boel nog te redden door haar te tonen hoe groot de zaal wel was, en hoeveel luidsprekers er aan de muren hingen. Ze keek om zich heen, en aan de blik in haar ogen kon ik al zien dat er weer een opmerking ging volgen. 'Veel te groot voor mij, hoe ongezellig!' Ik had het bijna kunnen voorspellen.

Ook na de film was er van een goed woord geen sprake. De THX Dolby Digital klank had haar niet kunnen bekoren, want bij haar 'is het geluid ook goed'. Het grote scherm dan misschien? Neen toch niet, mevrouw had liever het kleine scherm van haar eigen bioscoop, van drie meter op twee. Kortom: Alien Resurrection werd verre van Perfection, en ik ging af als een gieter.

Was er dan niets maar dan ook niets goed aan Kinepolis? Neen dus. Haar eindconclusie was duidelijk: 'Ik zou nooit naar Brussel rijden om hier een film te zien.' Op zo'n momenten vreet je als filmredacteur gewoon je hoed op, en flitsen al die momenten waarop je zelf in spanning naar Brussel reed om een nieuwe kaskraker te gaan bekijken, door je hoofd.

Had ze gelijk? Was het dan allemaal een maat voor niets en ergerde ik me onterecht? Ik ben er nog steeds niet uit, want zij is niet de eerste die ik ontmoet die liever in een kleine en minder comfortabele zaal zit. Niet dat ik iets heb tegen wijkbioscopen. Zij zorgen ervoor dat er met regelmaat cinefiele films aan een publiek getoond kunnen worden. Commerciële vehikels, wiens namen vaak eindigen op 'polis', programmeren maar al te snel grote kaskrakers en drukken de alternatieve prenten gewoon weg. Maar een 'grote' film bekijken op een scherm dat niet veel groter is dan een moderne televisie, in zetels uit de jaren vijftig en met twee luidsprekers aan de muur? Neen, daar pas ik toch maar voor.

Misschien blijf ik in het vervolg gewoon thuis, en kijk ik samen met haar naar een video op tv. Groot is het bij mij thuis niet, ik heb geen clubzetels en geen THX... maar gezellig zal het wel zijn.