Vanuit een fin-de-siècle-idee valt de hernieuwde opleving van escapistische genres, zoals de monster- en rampenfilm, de sciencefiction en fantastische film, perfect te verklaren en waarschijnlijk zelfs te verantwoorden. Als er toch drama in de bioscoop gedraaid werd in 1997, dan spitst het zich bijna steeds en uitsluitend toe op persoonlijk leed (The English Patient, One Night Stand) en niet zozeer op de sociale conflicten van onze maatschappij. Een Daens hebben we dit jaar niet in onze bioscopen gehad, maar aangezien we overal ter wereld de sociale onrusten hebben zien stijgen tot koude rillingen veroorzakende hoogtes, is dat niet eens zo verwonderlijk.
Centraal in het drama van 1997 stond het individu, met zijn persoonlijke vreugdes en verdrieten, met zijn eigen verlangens, angsten en teleurstellingen. Bovendien leek het alsof het drama meer dan ooit geen categorie op zich meer was, maar langzaam doorsijpelde in alle genres als een soort noodzakelijk kwaad dat in elke film hoorde te zitten. Dit jaar werd er in zo goed als elk genre danig op los gemoraliseerd: het wijzende vingertje was vaak, zoals bij The Lost World of LA Confidential, al bij het prille begin van het verhaal aanwezig, maar wie deze films met ogen van nu ging bekijken, trok er zich meestal niet eens wat van aan.
LA Confidential was zonder enige twijfel één van de beste films van het jaar, en het zal niemand verbazen wanneer hij in maart met de oscaruitreiking op zijn minst enkele gouden beeldjes weet op te rapen. De film vertelt op een schitterend in beeld gebrachte manier het verhaal van een one-man-crusade tegen het onrecht, in een tijd en ruimte waarin, net zoals nu en bij ons, corruptie bij het leven hoorde als eten en slapen. De film is pakkend in de manier waarop hij de kijker eerst laat meeslepen door de gedreven eerlijkheid van het hoofdpersonage om alles volgens het boekje te doen, om dan tot de conclusie te komen dat in elk van ons een in wezen corrupt dier zit dat, eens over een imaginaire schreef geduwd, tot de meest verschrikkelijke dingen in staat is. Het ambigue gevoel waarmee je als toeschouwer de zaal verlaat na LA Confidential (en hopelijk ben je blijven zitten tot ná de aftiteling, want er komt nog een hele leuke klap in het gezicht helemaal op het eind) is ontnuchterend en choquerend.
Het feit dat LA Confidential in dit overzicht van dramafilms anno 1997 opduikt, bewijst meteen hoe dubbelzinnig het drama dit jaar zich in de bioscoop presenteerde. Was het enkele jaren geleden met films als Daens, Schindler's List of Kids nog een peulschil om een duidelijk onderscheid te maken tussen dramafilms en de rest, dan werd dat dit jaar een stuk moeilijker. Want LA Confidential is zonder twijfel tegelijk drama als thriller en een film als The English Patient bevat minstens evenveel romantiek als drama. Dit valt eveneens goed op wanneer je even cursorisch door de Internet Movie Database wandelt, waar je meteen merkt dat de genreaanduidingen van de films van 1997, in tegenstelling tot die van bijvoorbeeld 1991 of 1992, zich zelden of nooit meer beperken tot één genre.
Het beste bewijs hiervan was de term waarmee in Amerika Jerry Maguire werd afgeschilderd: dramedy, een combinatie van drama en comedy. Het is de eerste film van een heel nieuwe genre gebleken (dat in Amerika nu hoog scoort met Chasing Amy), dat er in slaagt een redelijke dosis intellectueel genot te kunnen verpakken in een voor de massa makkelijk door te slikken omhulsel. De oscarnominatie voor beste film die Jerry Maguire in de wacht wist te slepen, vertelt veel. Het was een goede, onderhoudende film, opnieuw over een one-man-crusade tegen de slechte, corrupte, van macht en geld doordrongen maatschappij, die strandt in een nogal idiote maar aandoenlijke kalverliefde. Hoewel de film, bij de introductie van de romantische verhaallijn, aan vaart begint te missen en zijn einddoel uit het oog verliest, bevat Jerry Maguire voldoende indrukwekkende momenten om overeind te blijven.
Een andere film die, evenwel op een ander niveau, de elementen romantiek en drama perfect met elkaar wist te koppelen, was The English Patient. De film had alle aspecten van een oscarwinnaar: Britse hoofdrolspelers, prachtige wijdse landschappen, een noodlottig einde en een verhaal dat tegelijk universeel als individueel van betekenis was. De twee parallelle verhaallijnen met de twee gelijklopende maar anders eindigende romances waarin dood een vernietigende hoofdrol speelt, waren een gevaarlijke val waar menig regisseur de draad bij zou zijn kwijt geraakt, maar Anthony Minghella bewees een regisseur met visie en talent te zijn die het schier onverfilmbare boek van Ondaatje op een indrukwekkende manier in beeld wist te brengen. The English Patient werd terecht de grote oscarwinnaar van 1997.
Een andere grote oscarkandidaat van 1997 was de kleine, intimistische Australische film Shine. Op een verbluffend eenvoudige manier vertelt de film het waargebeurde verhaal (met enkele nuances) van pianist David Helfgott, die in zijn passie voor muziek zo wordt meegesleurd dat hij van veelbelovend jong muzikaal talent verwordt tot psychiatrisch geval. De film is ontroerend en het is moeilijk om geen sympathie de voelen voor het zachte, naïeve personage dat Geoffrey Rush met zoveel klasse en respect weet neer te zetten. Op de oscaruitreiking, waar de echte David Helfgott optrad, viel het op hoe perfect Rush Helfgott had weten neer te zetten in de film en wat een vreemde gewaarwording was het toch om Rush zijn oscar voor beste acteur in ontvangst te zien nemen, niet als Helfgott maar als zichzelf, met een andere stem, een andere houding en een heel andere gelaatsuitdrukking.
Niet alle drama in 1997 was even sterk als The English Patient of Shine. Er was onder andere ook Seven Years in Tibet, nog zo'n biografische film, die de belevenissen moest vertellen van naziheld Heinrich Harrer en zijn vriendschap met de Dalai Lama in Tibet. Hoewel de film ongetwijfeld enkele mooie scènes bevat (wat ook niet moeilijk is met het décor van altijd besneeuwde bergen op de achtergrond), was de film vooral lang en saai. Er was te weinig verhaal voor ruim twee uur film, en de vrij onsympathieke en oppervlakkig uitgewerkte hoofdpersonages (Kun Dun himself is daar een goed voorbeeld van) maken dat je naar de film kijkt maar je zelden of nooit echt betrokken voelt bij het verhaal. In One Night Stand presenteerde Mike Figgis dan weer een soortement van relatiedrama van de jaren negentig, dat kant nog wal raakte en, ondanks enkele knappe acteerprestaties en puik in beeld gebrachte scènes, vooral een melige en kleffe indruk maakte en met het belachelijk puberale einde elke vorm van ernst die de film in zich had aan stukken sloeg.
Dit was het zo'n beetje wat de drama betreft van 1997. Niet waar natuurlijk, er was veel meer, maar over de religieuze problematiek van Contact leest u wel in het sciencefictionoverzicht en Devil's Advocate en Lost Highway zullen ongetwijfeld wel ter sprake komen in het horroroverzicht. Qua pure dramafilms was 1997 een schraal jaar, maar dat geeft eigenlijk niet. Het drama was overal aanwezig, in elke komedie, in elke sciencefictionfilm, in elke tekenfilm en elke thriller. Zelfs in de alledaagse realiteit, en dat is misschien de belangrijkste reden waarom de zin tot het brengen van nog meer ellende op het scherm Hollywood en de rest van de wereld al een tijdje zijn ontgaan.