Als er al één rode draad liep in het komisch filmjaar 1997, dan was het wel de trend om al dan niet populaire televisiefiguren een bioscoopjasje aan te meten. Zo konden we onder andere Buggs Bunny met in zijn spoor een hele reeks Looney Tunes-figuurjes bewonderen in Space Jam, een geslaagde combinatie van animatie en real life action en er waren natuurlijk ook nog MTV-nitwits Beavis en Butthead die de Verenigde Staten hun talenten mochten gaan aanbieden in Beavis And Butthead Do America. Maakte met iets meer succes (lees: meer kassagerinkel) de overstap naar het witte doek: Rowan Atkinson als de enige echte onvolprezen Mr. Bean in Bean, The Ultimate Disaster Movie, bij onze Engelse buren meteen goed voor een nieuw record aan opbrengsten waarmee voorganger Four Weddings And A Funeral meteen naar de prullenmand werd verwezen. Ook Vlaanderen kon bij al dit geweld niet achterblijven en serveerde dan maar slissende sampan Kamiel Spiessens oftewel Chris Van Den Durpel die met succes de bouw van een pretpark tegenhield in zijn Oesje. Ook hier weer recordrecettes voor onze eigen filmindustrie, maar niet echt een prent waarmee je als Belg in het buitenland mee voor de dag kunt komen.
Waarmee we meteen zijn gekomen bij het betere komische werk van de afgelopen driehonderdvijfenzestig dagen. Hoogvlieger in de zomermaanden was ongetwijfeld Men In Black, een sciencefiction-komedie van regisseur Barry Sonnenfeld die niet alleen een hit voor hoofdacteur Will Smith opleverde, maar vooral opviel door een frisse regie en een originele benadering van een eeuwenoud onderwerp: buitenaardse wezens op onze aardkloot. Nog niet zo heel lang terug verraste Groot-Brittanië ons op The Full Monty, een sociale komedie waarin een aantal werkloze staalarbeiders de Chippendales willen imiteren om het zout op hun aardappelen te verdienen, maar stuk voor stuk te vet, te mager, te grijs of te kaal zijn om dit beroep met verve te kunnen uitoefenen. Om dan nog maar te zwijgen over de reacties van vrouw en kinderen wanneer je poedelnaakt voor een bende gillende vrouwen staat. Het klinkt plat, lijkt misschien ook zo maar was het uiteindelijk niet: één van de revelaties van 1997 als u het ons vraagt.
Ook de films met een cijfertje in de titel (onder het motto: 'wat we vroeger konden, kunnen we nu beter') en de talloze remakes (onder het motto: 'wat anderen goed konden, kunnen we nu veel beter') waren ook dit jaar niet weg te denken. Passeerden onder meer de revue: Fierce Creatures, het langverwachte vervolg van de hele Monty Python-bende op A Fish Called Wanda dat de hoge verwachtingen echter niet kon inlossen en heel recent nog Home Alone 3, deze keer niet met Macauley Culkin maar met een nog belachelijkere snotaap in de hoofdrol. Regisseur John Pasquin besloot na The Santa Clause uit 1995 nog eens samen te werken met acteur Tim Allen, baseerde zich nu op de Franse prent Un Indien Dans La Ville, maar het resultaat Jungle 2 Jungle kon ook hier geen potten breken.
Afronden doen we tenslotte met enkele gevestigde waarden die het ook in 1997 niet konden laten om ons lastig te vallen met hun capriolen. Want wat moeten we anders denken over een John Travolta die in Michael van regisseur Nora Ephron een nieuwbakken engel trachtte neer te zetten, maar zo op zijn bek ging dat zijn volgend project verdomd goed moet zijn om deze flater van formaat te vergeten. Dan bracht breedsmoelkikker Jim Carrey het er iets beter van af in zijn Liar Liar, een film waarover de kritieken netjes in twee kampen verdeeld waren: ofwel enthousiast voor ofwel compromisloos tegen. Wij opteerden alvast voor het laatste.
Het mag duidelijk wezen: op komisch vlak was 1997 een jaar zoals vele anderen met veel mislukkelingen, een hoop middelmatige films en een enkele uitschieter. Onze wens in de movie- nieuwjaarsbrief mag dan ook duidelijk wezen. Al vrezen we nu reeds of we binnen driehonderdvijfenzestig dagen niet hetzelfde zullen schrijven.