OVERZICHT 1997: ACTIE/THRILLER

Tot overmaat van ramp

Beweren dat het afgelopen filmjaar bol stond van zinloze en archislechte actiefilms, is al even clichématig als de inhoud van die films zelf. Maar het is waar: zelden bereikte het niveau van de actie- en spektakelfilms zo'n dieptepunt als dit jaar. Gelukkig werd 1997 af en toe ook nog eens doorspekt met een degelijke en solide thriller.

Met z'n tientallen staan de groteske, opgeblazen Hollywoodiaanse actiefilms te trappelen om in aanmerking te komen voor de idiootste en onzinnigste prent van de afgelopen twaalf maanden. 1997 Was het jaar waarin budget en inhoud weer een omgekeerd evenredige dans met elkaar aangingen. Een goed scenario bleef bij gebrek aan partner dan ook troosteloos en eenzaam in een hoekje zitten. Jammer genoeg huppelt er ook een Belg mee in dat domme gedrum: Jean-Claude Van Damme. Onze landgenoot was na zijn zwak regiedebuut The Quest dit jaar twee keer te zien in zeer matige actiefilms: Maximum Risk en Double Team. Tot diezelfde categorie films behoren ook vehikels als Turbulence (waarin Ray Liotta de term overacting nieuwe dimensies gaf), Con Air, Air Force One (jammer voor Harrison Ford) en vooral Speed 2: Cruise Control. Waar Jan De Bonts eersteling ons met verstomming sloeg, werkte zijn sequel vooral op de lachspieren.

Tot de grootste ontgoochelingen van het jaar behoren twee rampenfilms: Volcano, met Tommy-Lee Jones, en Dante's Peak, met Pierce Brosnan. Het genre dat met Daylight verleden jaar aan een comeback bezig was, lijkt alweer volkomen uitgeblust en dat belooft voor alle rampenfilms die ons in 1998 nog te wachten staan, Hard Rain, Armageddon en Deep Impact incluis. Nog een grote tegenvaller was Batman and Robin, nummer vier alweer in de tanende reeks. Aan actie, geweld en steracteurs (Clooney, O'Donnell, Schwarzenegger, Thurman, Silverstone, MacPherson) geen gebrek, maar zo hol en zo leeg.

Terwijl Van Damme en Schwarzenegger in het sukkelstraatje beland zijn, konden die andere vetbetaalde actiesterren (Sylvester Stallone en Bruce Willis) rustig achteroverleunen in hun stoeltje en gniffelen. Sly waagde met onverwacht succes een overstap naar drama met Cop Land, terwijl Willis veel lof oogstte voor zijn hoofdrol in de SF-prent The Fifth Element van Luc Besson. Steven Seagal, de man met exact één gelaatsuitdrukking, verdween al helemaal van het actie-podium, al zullen we hem daar volgend jaar beslist in vol ornaat terug zien.

De beste actieprent van het jaar (niet moeilijk, zonder concurrentie) was zonder meer Face/Off, een loepzuivere parel aan de kroon van balletmeester John Woo. Tussen alle bespottelijke geweld door, tekende hij zijn actie met een veel gevoeligere pen en liet hij karakteracteurs John Travolta en Nicolas Cage iets doen wat andere regisseurs in het genre wel eens durven vergeten: acteren. Twee andere films brachten wat ontspanning en actie betreft gewoonweg wat er van hen verwacht werd: Tomorrow Never Dies (het achttiende James Bond-avontuur) en The Saint (van Philip Noyce, naar de romans van Leslie Charteris).

Tussen actie en thriller in, zweefden films in het genre van The Peacemaker. Die film zal echter veeleer de geschiedenis ingaan als de eersteling van DreamWorks, dan als een vernieuwing in zijn soort. The Peacemaker was een knappe actiefilm met goeie prestaties van George Clooney en Nicole Kidman, maar daar bleef het dan ook bij. Gelukkig waren er meer stevige en solide thrillers, dan goeie actiefilms: Ransom van Ron Howard, Conspiracy Theory van Richard Donner (beiden met een hypernerveuze Mel Gibson), Breakdown en het fabuleuze The Game van wonderboy David Fincher trokken hier zeker het voortouw.

De obligate John Grisham-verfilming van het jaar was het zeer zwakke The Chamber. Hopelijk biedt de Grisham-prent anno 1998 (The Rainmaker) meer perspectieven. Duimen maar.