Het jaar begon sterk, met de eerste complete uitgave van John Williams' muziek voor de drie Star Warsfilms. Op zes cd's werd alle muziek uit de drie films - de originele soundtrackcues, alternatieve takes en de concertversies van de belangrijke thema's - verzameld. Ook John Williams' nieuwe muziek voor het aangepaste einde van de Special Edition van Return of the Jedi kreeg een plaats op de cd's. Geen goedkope investering, maar een historische werk.
John Williams was in goede doen dit jaar, met een prachtige score voor Rosewood, waarin hij voor het eerst in heel veel jaren teruggreep naar het idioom van The Reivers en The Cowboys waarmee hij bekend werd, een ode aan Max Steiners King Kongmuziek in de vorm van zijn energetische compositie voor Spielbergs The Lost World, en een ontroerend mooie, indringende score die door merg en been gaat voor Seven Years in Tibet, die nu al zeker is van een oscarnominatie (en misschien wel meer). Ook verschenen enkele oudere scores voor het eerst op cd: The Missouri Breaks en Monsignor werden uitgebracht, evenals cd's met niet eerder gereleaste muziek uit Indiana Jones and the Last Crusade, Close Encounters of the Third Kind en Steven Spielberg's Amazing Stories. Bij Sony Classical verscheen John Williams' indrukwekkende fagotconcerto Five Sacred Trees en Varèse Sarabande bracht dit jaar Williams' score voor 1941 opnieuw uit.
Ook voor fans van Jerry Goldsmith was 1997 een jaar om duimen en vingers bij af te likken. Zijn nieuwe scores boden over het algemeen niet veel dat we nog niet eerder hadden gehoord (Star Trek: First Contact, Fierce Creatures, The Ghost and the Darkness en Air Force One), maar met LA Confidential bewees Goldsmith eens te meer dat een knappe, intelligente score van een half uur die de film past als gegoten, duizend keer indrukwekkender kan zijn dan een bombastische give-all-take-all-score die begint bij de generiek en niet eerder ophoudt dan wanneer de laatste naam van de aftiteling van het scherm is verdwenen. Voor Goldsmithfans was 1997 vooral een jaar waarin een boel oudere scores voor het eerst het (laser-)licht zagen. Het jaar begon goed met onofficiële releases van The Vanishing, The Spiral Road, Escape from the Planet of the Apes en The Mephisto Waltz, heruitgaven van Islands in the Stream, A Patch of Blue en King Solomon's Mines en een uitgebreide release van Poltergeist. Met het Royal Scottish National Orchestra maakte Goldsmith nieuwe opnames van zijn eigen scores voor Patton, Tora! Tora! Tora! en The Sand Pebbles en van Alex Norths scores voor Who's Afraid of Virginia Woolf en A Streetcar Named Desire. Binnenkort worden aan de Alex Northserie ook nog Viva Zapata! en The Agony and the Ecstacy door Goldsmith toegevoegd.
Ook met het van start gaan van de Fox Classics-series bij Varèse Sarabande werden enkele titels aan de Goldsmith cd-discografie toegevoegd, waaronder Planet of the Apes (uitgebracht samen met een suite van Escape from the Planet of the Apes, de derde film in de serie) en The Mephisto Waltz gekoppeld met The Other. Andere titels in deze langverwachte serie waren onder andere Bernard Herrmanns Journey to the Center of the Earth en The Ghost and Mrs Muir. Ook Joel McNeely zette zijn serie Herrmann-heropnames verder met onder andere Psycho en Vertigo en de binnenkort te verschijnen Citizen Kane en Torn Curtain.
Ook andere platenlabels stortten zich dit jaar op de heruitgave en restoratie van filmmuziek uit het verleden. Bij Rhino verschenen onder andere soundtracks voor Casablanca, Superfly, How the West Was Won, Gone With The Wind, Lolita, The Wizard of Oz, 2001: A Space Oddyssey en een eerste volume in de serie The Simpsons: Music in the Key of Springfield (met muziek van Danny Elfman en Alf Clausen). Twee nieuwe labels wisten meteen met enkele grote namen uit te pakken: Pendulum bracht onder andere heruitgaves van lang uitverkochte soundtracks als Cocoon (Horner), Dune (Toto), Clash of the Titans (Rosenthal), Lilies of the Field (Goldsmith) en Big Top Pee-Wee (Elfman), terwijl RykoDisc John Barry's Octopussy heruitbracht, plus cd's voor onder andere Carrie, Chitty Chitty Bang Bang en It's a Mad, Mad, Mad World. Bij het klassieke label Nonesuch verschenen heropnames van Leonard Rosenman (East of Eden, Rebel without a Cause), Toru Takemitsu (Rikyu, Wone of the Dunes), Georges Delerue (de Truffautfilms) en Alex North (Spartacus, The Bad Seed). Kortom: 1997 was een prachtjaar voor liefhebbers van oudere filmmuziek.
Maar ook qua nieuwe scores had 1997 heel wat moois te bieden. Merk op dat we ons voor dit overzicht beperken tot de muziek van die films die in 1997 in de Belgische zalen te zien waren.
Van David Arnold, de jonge Engelse componist die furore maakte met zijn bombastische scores voor StarGate en Independence Day, kregen we muziek te horen voor A Life Less Ordinary en de nieuwste Bondfilm, Tomorrow Never Dies. Met deze twee films bewees Arnold eens te meer één van de meest veelzijdige componisten te zijn die op dit moment in de filmindustrie aan het werk is. Voor A Life Less Ordinary componeerde hij een experimentele, volledig elektronische score die aanleunt tegen de techno- en housemuziek die als source cues in de film wordt gebruikt, voor Tomorrow Never Dies schreef hij één van de beste Bondscores sinds jaren en bewees hij de Barrytraditie op een waardige manier verder te kunnen zetten.
Een nieuwe ster aan het Hollywoodfirmament is Marco Beltrami, een jonge New Yorkse componist die dit jaar met twee scores zichzelf in de schijnwerpers plaatste: voor de sleeperhit Scream componeerde hij een prachtig orkestrale score die de film meteen op een hoger niveau wist te tillen en zijn muziek voor Mimic imiteerde in de ritmesectie de klikgeluiden van de kakkerlakken. Zijn thema's voor koor en solo-sopraan maakten een grote indruk.
Ook Carter Burwell bewees dit jaar zijn veelzijdigheid opnieuw, met drie heel diverse scores voor The Celluloid Closet, The Chamber en Conspiracy Theory. Vooral voor die laatste film schreef hij een aanstekelijke jazzscore, die de film een speelse, vrolijke sfeer bezorgt en het hoofdpersonage nog gekker doet lijken dan hij al is.
David Newman schreef de muziek voor de komedie Out to Sea en de actiefilm The Phantom. Zijn gebalde orkestrale hoogstandje voor The Phantom werd in de filmmuziekwereld meteen een klassieker. Het thema dook in de loop van het jaar op in ontelbare trailers (onder andere voor Alien Ressurection en Starship Troopers) en de soundtrack werd één van de best verkochte van het jaar, ook al ging geen kat naar de film kijken. In de grote traditie van Hollywood componeerde Newman een score waar zijn vader, de meestercomponist Alfred Newman, trots op zou zijn geweest. Ook zijn broer, Thomas Newman, leverde dit jaar prachtig werk af, onder andere voor de energetische biografie The People vs. Larry Flynt. Newman's experimentele stijl (hij scoorde de film voor groot orkest, gitaren, samplers en brekende eieren) leverde één van de meest ongewone scores van 1997 op.
Het was een jaar van geluk en ongeluk voor Patrick Doyle. Zijn magnifieke muziek voor Hamlet leverde hem een oscarnominatie op en voor Donnie Brasco schreef hij een prachtig vervolg op zijn veel bejubelde score voor Carlito's Way. In oktober moest Doyle in het ziekenhuis worden opgenomen, alwaar hij te horen kreeg dat hij leed aan een acute vorm van leukemie. Vanuit zijn ziekbed werkt Doyle momenteel aan de muziek voor de animatiefilm Camelot.
1997 was een erg druk jaar voor Danny Elfman: met de Disneystudio's sloot hij een contract af voor drie films, waarvoor hij niet alleen de muziek zal schrijven, maar die hij ook gaat schrijven, produceren en regisseren. Dit jaar schreef Elfman een suspensvolle thrillerscore voor Extreme Measures en drie frenetische scores voor drie films uit het fantasy/sciencefictiongenre: Mars Attacks!, waarmee hij, na enkele jaren ruzie, voor het eerst opnieuw weer heeft samengewerkt met Tim Burton, Men In Black en The Frighteners, waarvoor hij opnieuw zijn geliefde koren van Scrooge, Edward Scissorhands en Batman Returns opviste. Ook dit jaar verscheen de tweede compilatie-cd van Danny Elfman, Music for a Darkened Theatre, met daarop een overzicht van Elfmans beste filmscores van de laatste vijf jaar.
Ook een goed jaar had James Horner, die met vier scores bewees nog steeds één van de drukste componisten in Hollywood te zijn. Voor Ransom componeerde hij een last-minute score (ter vervanging van Howard Shore) die degelijk, maar zonder veel inspiratie geschreven was; voor Courage Under Fire schreef hij een combinatie van Apollo 13 en Braveheart, en voor Devil's Own doken opnieuw de doedelzakken van Braveheart op, dit keer met een vleugje Sneakers erbij. Horner is niet meteen de origineelste componist in Hollywood, alhoewel hij steeds muziek schrijft die perfect bij de beelden past. Zijn allerbeste score van 1997 was ongetwijfeld zijn muziek voor The Spitfire Grill, een score die deze intimistische film optilde tot een heel ander niveau. Het thema dat Horner voor The Spitfire Grill schreef is één van de mooiste en aanstekelijkste thema's in jaren.
Een nieuwe componist die zich in 1997 in de schijnwerkers schreef was John Frizzell, die opviel met zijn degelijk orkestraal werk voor Beavis and Butt- Head Do America, daarna alle stoppen lostrok voor Dante's Peak en op het eind van het jaar met Alien Ressurection zichzelf de filmgeschiedenis in schreef. Frizzell zal nooit een populaire filmcomponist worden, daarvoor laat hij zich te veel beïnvloeden door de temp track en mist zijn muziek een eigen stem, maar Frizzell weet degelijke en sfeervolle muziek te schrijven en dat is wat belangrijk is in Hollywood.
Van Eliot Goldenthal hoorden we muziek in Michael Collins, een mooie intimistische score met Keltische invloeden, en Batman and Robin, waarin Goldenthal onverklaarbaar teruggreep naar zijn score voor Batman Forever en identieke stukken muziek die thematische kapstokken waren voor bepaalde personages hier gewoon aan andere personages koppelde. Ook Mark Mancina had geen al te best jaar, met onder andere Speed 2, waarvoor hij gevraagd werd zijn score voor de eerste film nog eens over te doen met Caribische instrumenten en Con Air, waarvoor hij een stuk onbeluisterbare actiemuziek schreef.
James Newton Howard had vijf filmscores in 1997: het verschrikkelijke Space Jam, een vreemde combinatie van elektrische gitaren en symfonische orkest, Restoration, een klassieke score met een onmiskenbaar renaissancesfeertje, de synthesizeractiescore The Trigger Effect en een pianoscore voor One Fine Day. Zijn beste score van het jaar was zijn muziek voor Devil's Advocate, waarin hij met bevreemdende geluidseffecten en samples een muzikale duivel wist te creëren zonder terug te grijpen naar de standaardtechnieken zoals de folkviool of het valsgestemde kerkorgel. Sinds The Omen kan het Kwaad niet meer optreden zonder koormuziek en alhoewel het ook hier weer opduikt, hoort het bij de meest bevreemdende muziek die we ooit voor een film hebben gehoord.
Twee prachtige scores in 1997 kwamen uit onverwachte hoek: de Pool Wojciech Kilar, die in extremis Michael Nyman verving voor The Portrait of a Lady, componeerde een in hoge mate erotische score voor deze Jane Campionfilm, voor fluiten en strijkers en met een grote nadruk op Shubert, en Michael Convertino schreef een ritmische, experimentele score voor Jungle 2 Jungle die verreweg de meest originele muziek bevatte van het afgelopen jaar. De score van Jungle 2 Jungle heeft Afrikaanse gezangen en drums, elektronische samples en een volledig symfonische orkest en de combinatie van al die aspecten is tegelijk fascinerend als wondermooi.
Rachel Portman, één van de weinige vrouwen in de filmmuziekwereld, ging in maart de geschiedenis in als de eerste vrouw die ooit een oscar voor de beste filmscore in ontvangst mocht nemen. Haar muziek voor de Jane Austenverfilming Emma, met de zachte vioolorkestraties, het gallopthema voor de Eltons en de sterke nadruk op de houtblazers doorheen de hele score, vertoont de kenmerken van alle andere Portmanscores en het is duidelijk dat Portman (die dit jaar ook de scores schreef voor The Adventures of Pinnocchio en Marvin's Room) haar oscar niet echt gekregen heeft voor haar muziek voor Emma. Na acht oscars wilde de Academy er blijkbaar zeker van zijn dat Alan Menken geen negende keer met een gouden beeldje aan de haal kon gaan. In 1994 waren de oscarmuziekcategorieën al speciaal voor het Probleem Menken in tweeën gesplitst, maar toen Menken ook toen nog bleef oscars binnenrijven, was dit jaar ineens de maat vol. Emma is zeker geen slechte score, maar het is verre van de beste score van het jaar en Menkens Hunchback of Notre Dame, met de prachtige gotische orgel- en koormuziek, was zonder twijfel de betere score. Menken zelf schreef dit jaar zijn laatste Disneyscore voor Hercules, die daarmee één van zijn minst interessante werken in jaren afleverde.
Een heel interessant jaar had Howard Shore, die met drie heel diverse scores in de Belgische zalen te horen viel. Begin dit jaar was er de Al Pacinofilm Looking for Richard, waarvoor Shore een klassieke, enigszins bombastische score voor groot koor componeerde. Later op het jaar hadden we dan Copland en The Game. Vooral zijn score voor The Game was interessant, met een indrukwekkende combinatie van orkest en elektronica, die verscherpt werd door de opnametechniek waarbij de hele score in verschillende lagen werd opgenomen en de lagen in de studio op elkaar werden gelegd, waardoor een heel onwerkelijk en bevreemdend effect werd bereikt.
Alan Silvestri moest het in 1997 doen met een romantische komedie (Fools Rush In), een mislukte rampenfilm (Volcano) en een nieuwe Zemeckisfilm, Contact. Voor Contact greep Silvestri terug naar zijn muziek voor The Abyss en Forrest Gump. Voor de sciencefictionaspecten van Contact pakte Silvestri uit met een combinatie van elektronica en akoestisch materiaal, voor de religieuze ondertoon van het verhaal was er de tedere pianomuziek. Contact was ongetwijfeld één van de mooiste scores van het jaar.
Maar het allermooiste hebben we tot het allerlaatst gehouden: The English Patient. Voor deze indrukwekkende film componeerde Gabriel Yared een indrukwekkende score. Yareds Algerijnse afkomst is duidelijk in de score te horen (onder andere in de vocale solosopraanintermezzi) en de op Bach gebaseerde pianomuziek past prachtig bij de heerlijke vista's van de film. Niet voor niets ontving Yared een oscar voor zijn score. Yareds muziek voor The English Patient bevat alle elementen van de film: pure romantiek, diepzinnig drama, de epische scoop van het verhaal en de intimistische portrettering van de personages. Zonder Yareds muziek was The English Patient nooit de film geweest die we dit jaar in de cinema's konden gaan bekijken en bepaalde scènes (de frescoscène in de kerk bijvoorbeeld) moeten het dan ook volledig hebben van de score. Wonderlijk, ontroerend, onvergetelijk.
1997 was een mooi jaar voor filmmuziek. De beste scores van het jaar kwamen misschien wel uit onverwachte hoek (Yared, Convertino, Kilar, Burwell, etc. zijn niet meteen de meest bekende componisten in Hollywood), ook de ouwe rotten in het vak (Goldsmith, Williams, Horner...) bewezen dat ze nog flink wat in hun mars hadden. 1998 kondigt zich aan met enkele grootse films, zoals Titanic en Amistad, maar ook met enkele interessante kleinere films, zoals Oscar and Lucinda en The Horse Whisperer, die veelbelovend zijn qua muziek. En ook wat betreft de heruitgaven van oudere filmmuziek zijn al enkele interesante nieuwe projecten aangekondigd, waaronder de nieuwe start van de Varèse Soundtrack Club. De toekomst wordt mooi voor filmmuziekliefhebbers.