Eigenlijk was 1997 een heel ironisch jaar. Het was immers het jaar waarin de leerling examen moest afleggen bij de meester, waarin de zoon enigszins bedeesd z'n resultaten kwam tonen aan de vader. Want 1997 was het jaar waarin de drie Star Wars films terug op het publiek werden losgelaten. Het was exact twintig jaar geleden dat George Lucas de miskende kunst van de Special Effects via zijn alomgeprezen firma Industrial Light and Magic op een voetstuk plaatste. Waarmee hij ook bijna eigenhandig de sciencefiction film terug leven in blies en de merchandising uit de grond stampte. Ironisch, omdat ook George Lucas in die val trapte waarin bijna al zijn 'leerlingen' trapten: de vorm werd belangrijker dan de inhoud. Na twintig jaar was hij eindelijk in staat om zijn echte visie op het scherm te brengen. Technisch gezien was het een perfect staaltje vakmanschap, maar inhoudelijk werd er niets veranderd. De meerwaarde was verwaarloosbaar.
Maar uiteindelijk zou Star Wars dan toch een van die verkwikkende fx-momenten van het jaar blijken te zijn, want wie grootse effecten wilde, moest zich onderdompelen in hersenafstompende producties als Speed 2: Cruise Control en Batman and Robin. Maar de kwaliteit van de inhoud buiten beschouwing gelaten was de verpakking vaak zwaar indrukwekkend te noemen.
Zo was er The Fifth Element, waarmee Digital Domain de hegemonie van Industrial Light and Magic (ILM) probeerde te doorbreken. Ook de explosieve effecten van Dante's Peak waren van hun hand en de rest van het jaar werkten ze aan Titanic. ILM pareerde de aanval met uitstekende karakteranimatie in Mars Attacks en The Lost World. Vooral naar deze laatste film werd door fx-liefhebbers uitgekeken, vermits het origineel in 1993 de fx-wereld op z'n grondvesten deed trillen. Technisch en artistiek gezien was het vervolg heel wat indrukwekkender, maar ook hier bleef het bij een heel aardige verpakking, en eigenlijk hadden we het allemaal wel al eens gezien. Beter verging het met ILM's werk voor Man in Black, en Star Trek: First Contact.
De grote verrassing (en opluchting) was Alien Resurrection. De productiemaatschappij nam immers een ongekend risico door het toch niet zo gerenomeerde Franse effectenhuis Duboi op de loonlijst te plaatsen. En er werden nog meer risico's genomen: voor het eerst zou de Alien ook gedeeltelijk via computeranimatie tot leven komen. Blue Sky Studios klaarde die klus voortreffelijk, alhoewel we het gevoel hebben dat niets kan tippen aan een met slijm besprenkelde pop.
De overgang naar computeranimatie was trouwens ook bij andere monster- en dierenfilms een niet te stuiten, en jammer genoeg vaak zichtbare evolutie. Vooral de monsters uit The Relic en Anaconda konden niet overtuigen, wegens de overduidelijke overgang tussen poppen en computeranimatie. Dan slaagde Mimic veel beter in z'n opzet, terwijl de digitale honden uit 101 Dalmatians totaal niet te onderscheiden waren van de poppen en de echte dieren.
Ook de vele geweld- en actiefilms zaten vol effecten, maar verder dan enorme ontploffingen en ruige stunts kwamen de meesten niet. Van de lange lijst zal er ons maar eentje bijblijven: Air Force One. Op een pijnlijke manier zelf, vermits het de laatste film was waaraan Boss Film uitgebreid werkte (buiten enkele minieme scènes uit Starship Troopers). Dit effectenhuis van fx-legende Richard Edlund moest immers na 14 jaar de deuren sluiten. Pijnlijk ook omdat de effecten vaak ondermaats waren. Ook de werknemers van Warner Digital konden na Batman and Robin naar een andere werkgever zoeken.
Het lijkt alsof de euforie van de CGI-magie uit Hollywood is verdwenen, want ook andere effectenhuizen (zoals Digital Domain en Sony Pictures Imageworks) ontsloegen na grote projecten een deel van hun personeel. Enkel uit Industrial Light and Magic kwam geen negatief geluid, maar die zijn zich dan ook volop aan het voorbereiden voor de nieuwe Star Wars films, waarvan de eerste in 1999 op onze schermen zal verschijnen. De technieken die men voor die films wil gebruiken is men nu nog aan het ontwikkelen.
Heel wat grote effectenfilms hebben het aan de kassa helemaal niet zo goed gedaan en blijkbaar is men nu pas beginnen beseffen dat computergegenereerde effecten nog steeds peperduur zijn, en dat heel waarschijnlijk nog wel een tijdje zullen blijven. Tot ze een gewoon onderdeel vormen van het productieproces, tot men geleerd heeft om er omzichtig, en onzichtbaar mee om te gaan, zonder er telkens mee te willen pochen.
Hier en daar zie je al een glimp van die toekomst. Het mooiste voorbeeld dit jaar was Contact. Naast de vele uitstekende effecten die het verhaal ondersteunden maakten regisseur Robert Zemeckis en visual effects supervisor Ken Ralston uitgebreid gebruik van de genieën van Sony Picture Imageworks om heel wat onzichtbare 'penseelstreken' aan te brengen. Effecten waarvan de kijkers nooit het bestaan zullen beseffen. Die enkel dienen om de illusie te creëren. En zo hoort het.