IN MEMORIAM: TOSHIRO MIFUNE

De dood van een samoerai

Ook legenden moeten sterven, en misschien maakt dat hen juist onsterfelijk.

De tijd was wel bijzonder veeleisend dit jaar, want blijkbaar kon z'n ontembare honger niet gestild worden met één filmgigant. Na James Stewart eerder dit jaar besloot hij het jaar rond te maken door ook aan de andere kant van deze aardbol een evenwaardige filmlegende voor eeuwig tot pelicule te herleiden. En zo werd op 24 december het lot getrokken in het nadeel van Toshiro Mifune, de grootste acteur die Japan ooit heeft gekend, de man die voor het westen de belichaming was van de samoerai.

De in China in 1920 geboren Toshiro Mifune was immers dankzij zijn intense en langdurige samenwerking met die andere Japanse gigant Akira Kurosawa uitgegroeid tot het Japanse (film)boegbeeld. Oorspronkelijk wilde hij na de tweede wereldoorlog als camera-assistent aan de slag gaan, maar na een mislukte screentest bij de Toho-studio's werd hij door Kurosawa opgevist. Hun eerste samenwerking werd vereeuwigd in Drunken Angel (1948), en samen zouden ze uiteindelijk 16 films maken, tot een ruzie hen in 1965 uit elkaar zou drijven.

Kurosawa prees vooral zijn enorme timing en de snelheid waarmee hij zich kon uitdrukken. Maar ook zijn meesterschap in diverse traditionele Japanse krijgskunsten strekten hem tot eer. Samen met Kurosawa introduceerde Mifune de Japanse film in 1951 aan het Westerse publiek, toen ze met Rashomon de grote prijs wegkaapten op het filmfestival van Venetië. De film zou ook de oscar voor beste buitenlandse film binnenrijven. Zelf won hij tweemaal de acteursprijs van dat Venetiaans festival, namelijk voor Yojimbo (1961) en Akahige (1965). Uiteindelijk staan naast meer dan 60 prijzen zijn naam gegrifd.

Zijn grootste Japanse film is natuurlijk het onovertroffen De Zeven Samoerai (Shichinin no samoerai, 1954), dat later als The Magnificent Seven in Hollywood werd herfilmd. Ook Yojimbo werd later door Hollywood naar het Wilde Westen overgeplant in Fistful of Dollars. Mifune wist ook meer modernere personages neer te zetten, maar die zijn in het westen nog minder gekend.

In 1979 maakte hij als een commandant van een onderzeeboot in Steven Spielberg's 1941 een opgemerkt optreden, maar bij het grote westerse publiek zou hij pas bekendheid krijgen als Lord Toranaga in de tv-reeks Shogun (1980). Zelf stond hij maar eenmaal achter de camera (Gojuman no Isan, 1963), een ervaring die hij zelf uitputtend vond.

Toshiro Mifune werd als acteur en mens heel hoog geschat in Japan en bij het cinefiele publiek in het westen, vermits hij steeds trouw bleef aan de Japanse geest. Kurosawa zei ooit van hem: I am proud of nothing I have done other than with him. Laat ons hopen dat men ons als eerbetoon zijn meer dan 130 films opnieuw (of voor de eerste keer) laat ontdekken.