Jaren geleden was Scott Ross te gast in de Kinepolis. De man was toen één van de hoge pieten bij Industrial Light and Magic en gaf in zaal negen een lezing over het gebruik van special effects in films. Het was hier dat ik als kwijlende tiener de allereerste beelden van Terminator 2: Judgment Day en Backdraft te zien kreeg op de glorieuze schermen die inmiddels een standaard zijn in dat kleine landje tussen Nederland en Frankrijk.
Gigantische schermen, comfortabele zitjes, stadion-inrichting, digitaal geluid en een THX-certificaat, voor minder trekt een Belg niet meer naar de film. Toen vond ik dat allemaal maar normaal. Nu weet ik beter. Het was de zelfde Scott Ross, op dezelfde avond, die me het eerste vage idee gaf dat de Kinepolis misschien wel unieker was dan ik vermoedde. De man had net een rondleiding gekregen van het complex en begon bijna te huilen van ontzag. Tot het publiek stamelde hij: 'Mensen, jullie hebben er geen flauw benul van hoeveel geluk jullie hebben. Dit is uniek in de wereld. Dit heb ik nog nooit meegemaakt.'
De waarheid is dat Kinepolis, wanneer het de deuren opende, een nieuwe wereldstandaard voorstelde. Nergens anders ter wereld bestond er dezelfde combinatie van keuze, comfort en state of the art technologie. Kinepolis bleek zo'n succesformule dat andere Belgische steden snel volgden. In Antwerpen werd Metropolis rechtgetrekokken. Nu hadden we niet alleen het grootste bioscoopcomplex ter wereld in ons landje, maar tevens het tweede grootste, op zestig kilometer verder. In Leuven bouwde Super Club zeven Kinepolis-geïnspireerde zalen. In Hasselt werd nóg een nieuwe Kinepolis gebouwd. Wisten wij veel dat het net over de grens van om het even welk land, nog steeds huilen met de pet op was. Schermpjes van postzegelformaat, krakerig geluid, met een beetje geluk in stereo, houten klapstoeltjes, en de helft van de filmervaring die verloren ging door die irritante afro die zich vlak voor je neerpootte, het was overal ter wereld schering en inslag. In Londen, in Amsterdam, in Parijs, zelfs in Los Angeles was er geen halve Kinepolis te bespeuren. Wanneer de Kinepolis-groep de succesformule verder zette over de grenzen, met name in verschillende Zuid-Europese landen en in het verre oosten, schoot de concurrentie in actie. Gaumont plamde Frankrijk in. Warner Bros werd een aartsrivaal in Nederland. En stilaan verspreidde de nieuwe, made in Belgium wereldstandaard zich over het Europese continent.
En nu, tien jaar later, volgt eindelijk het land van de film, Amerika. In de verschillende grote steden van Amerika en Canada springen de nieuwe complexen als paddestoelen uit de grond. En vorige week was Vancouver aan de beurt, mooi op tijd om mee te genieten van het kerstseizoen. Twee grote bioscoopketens vechten het hier tegen elkaar uit: Cineplex Odeon Cinemas en Famous Players. Hun voornaamste vlaggeschepen liggen pal tegenover elkaar in de zelfde straat, Cineplex Odeon met zeven zalen en Famous Players met zes. Wat de kwaliteit betreft moet Famous Players het afleggen tegen Cineplex Odeon: in deze laatste zijn de schermen iets groter, de infrastructuur iets moderner, en twee zalen beschikken potjandorie zelfs over het THX-certficaat. Maar die afro die persoonlijk voor je Amistad komt verpesten, daar ontsnap je nergens aan.
De oorlog om de kijker is inmiddels dus overgeschakeld op zwaardere wapens: de multiplexen. Famous Players opende op 19 december de zogenaamde Silver City. Cineplex Odeon Cinemas volgt in de loop van het nieuwe jaar met een eigen ultramodern bioscoopcomplex vlakbij het stadscentrum. Voorlopig moeten we het dus stellen met de Silver City. Het is inmiddels al de vijfde in Canada, en de allereerste aan de westkust. Dat wilde ik van dichtbij meemaken; en welke film leent zich beter om een nieuw complex aan de grote movie-test te onderwerpen dan Titanic? En dus trok ik met mijn twee Belgische gasten en mijn vrouw, die de Belgische normen kent en evenveel mist als ikzelf, naar Silver City.
Silver City werd al maandenlang met veel tromgeroffel aangekondigd. Met slogans als Boredom is officially extinct en We're Changing the movie-going experience forever neemt Famous Players wel erg veel hooi op haar vork. Silver City ligt in Richmond, één van de grotere voorsteden rond Vancouver, en volgt wat dat betreft precies het voorbeeld van de Belgische grote broer: het stadscentrum wordt gemeden als de pest. Wegens gebrek aan een auto zien we ons verplicht het openbaar vervoer te gebruiken. Maar de sky-train rijdt niet naar Richmond, een metrostelstel is er wegens het overvloedige water rond de stad evenmin, en de treinen rijden van stad tot stad; en niet van gemeente tot gemeente. De bus is de enige oplossing: we moeten om twee uur vertekken voor een film voor een film die om vier uur begint. Een rit van een flink uur (één overstap incluis) brengt ons naar de absolute grens van de bewoonde wereld. Huizen veranderen in bouwvallige caravans, tuinen worden eindeloze aardappelvelden. Please respect farm-traffic and cattle, meldt een doodernstig verkeersbord. Op de allerlaatste halte rijdt de bus een andere wereld binnen: in het midden van dit half ontwikkelde gebied rijst een ruwbouwparadijs voor ons op: een nagelnieuwe Bruparck-wannabe met een bowlingbaan, een waterpretpark, een weelde aan restaurants en café's, en ten slotte Silver City. Een kast van twaalf zalen, met autmatische deuren, dreunende rockmuziek, loeiende arcadespelletjes en kleurrijke spots. Aan het plafond hangt een Enterprise en een Batmobile. Lichtreclames verkondigen continu de huisslogan: Big Screen Big Sound - Big Difference. Die Big Difference zou ik persoonlijk veranderen in Big Distance. Dit mag dan wel het neusje van de zalm zijn op bioscoopgebied, Silver City ligt uiteindelijk in the middle of nowhere en is verschrikkelijk moeilijk om met het openbaar vervoer te bereiken. En het slechtste nieuws moet nog komen: de laatste bus naar het centrum van Vancouver vertrekt om 7 uur. Een half uur voor het einde van Titanic. Dat wordt dus een dure taxirit.
We krijgen Titanic te zien in zaal één, het paradepaardje met een capaciteit van ongeveer 450. En inderdaad, Silver City is een broertje in de Kinepolis-familie, zij het een nakomelingetje. De stoelen zijn ruim en gemakkelijk en staan in stadion-vorm opgesteld. Het scherm kan concurreren met zaal negen en het geluid is digitaal en goedgekeurd door THX. Voor even wanen we ons allen in Brussel.
Uiteindelijk komen we na half negen en 750 frank (aan taxigeld) armer weer thuis. Goed voor één keer, maar we hebben vandaag een paar lessen geleerd: ofwel kopen we een auto en rijden we elke week naar Richmond, ofwel moeten we het stellen met de afro-perikelen downtown, totdat het nieuwe complex van Cineplex Odeon de deuren opent. En aan onze financiële toestand te zien, wordt het meer dan waarschijnlijk de tweede optie.
En Titanic? Om te vermijden dat er van deze film té veel verwacht wordt, zoals in het verleden al gebeurde met onder andere Jerry Maguire en The Fifth Element, zal ik mij iets genuanceerder uitdrukken. Voor mij persoonlijk is dit misschien wel de beste film van de laatste tien jaar. Om kort te zijn: English Patient, eat your heart out.