Zo is het altijd gegaan: de dagen worden opgeslokt door weken, de weken door maanden en tenslotte worden ook de maanden verzwolgen door de jaren. Zo eet de onmenselijke tijd zichzelf op in een oneindige cirkel. Zo is de tijd als een Russische matroesjka: omringd door een steeds groter schild dat dingen afsluit en verbergt. Ook dit jaar vormde geen uitzondering op zijn eigen regel: het jaar is met de snelheid waarmee een kogel door de loop van een geweer schiet, voorbijgesuisd. Geraasd. Getierd. En zo is het altijd gegaan.
Als het jaar zijn laatste adem uitblaast en zichzelf dreigt op te volgen met weer een nieuw getal, is het bij uw Interactieve Filmgids de gewoonte om het jaaroverzicht in elkaar te schuiven. Alle lades en kasten worden dan letterlijk en figuurlijk geopend. Oude diskettes met artikels worden afgestoft en harde schijven kraken onder het gewicht van de tijd. Het is ook de gewoonte om een top-5 op te stellen van de beste films die dit jaar in de bioscopen gedraaid hebben. Soms gaat dat gepaard met geanimeerde discussies tussen verschillende medewerkers, maar haast altijd is het een huzarenstukje dat iedereen op zijn eentje doet, bang als hij is een ander op deze filmqueeste te storen. Als film per definitie gelijk is aan 24 beelden per seconde, hoeveel beelden kruipen er dan niet in een heel jaar? Veel meer dan het verstand kan bijhouden, veel meer dan onze menselijke opslagruimte toelaat. Er zit teveel in een filmjaar bij elkaar gepropt.
De jaren die voorbijvliegen rijgen zich aan elkaar tot herinneringen die langzaam vervagen. Zo is het ook met films: slechts onverwoestbaar lijkende monumenten lijken voor eeuwig stand te kunnen houden, maar de tijd holt zelfs hun letters langzaam uit. Wat blijft hangen is veeleer iets anders: het is een herinnering. Wat blijft hangen is dikwijls de gedachte aan de manier waarop je een film hebt gezien - en met wie. Ik moet dit jaar om en bij de honderdvijftig films in de bioscoop hebben gezien, maar meer nog dan dit aantal, verbaast mij de manier waarop ik ze gezien heb - en hoe scherp ik ze mij voor de geest kan halen.
Een gros ervan zag ik tijdens een persvisie. En welke film je ook weken op voorhand te zien krijgt, het zijn meestal saaie zittingen. De zaal is altijd maar voor een kwart gevuld en elke vorm van sfeer ontbreekt. Niemand die op popcorn kauwt, niemand die cola naar binnen slurpt, zelfs niemand die het ook maar aandurft om met zijn voeten in je rug te duwen. Soms gaat het er zelfs slaperig aan toe. Filmjournalisten behoren meestal niet tot een erg wakker ras en soms dommelen ze in, met hun scherpe pen in de hand, met de persmap op hun knieën, en hun hoofd vol zinswendingen, punten en komma's van artikels die nooit geschreven worden. Ik herinner me hoe de laatste tonen van de aftiteling van Die Hard With A Vengeance in zaal negen van Kinepolis enkele jaren geleden wegstierven en plaats maakten voor het ronkende gesnurk van een journalist die tijdens de screening uit pure verveling en vermoeidheid in slaap was gevallen. Persvisies hollen films uit. Ze schrapen het vel eraf, scalperen ze tot de essentie overblijft: 24 beelden per seconde. Dat zijn persvisies en de mooie foto's en persmappen die je er bij krijgt, zijn soms maar een magere troost.
Meer nog dan al die films die ik zo over het witte doek zag rollen, herinner ik me de films die ik in gezelschap ging bekijken. Dan zijn films als verlegen mensen die hun naakte ik willen bedekken. Ook films behoren kleding te dragen; ook films mogen rimpels verbergen achter een klodder mascara. Zo groeien films uit tot evenementen waar je kunt naar uitkijken en soms nemen die evenementen giganteske proporties aan, schreeuwerige tafeleren die op je netvlies gebrand worden en die je nooit zult vergeten. Zo verstrijken langzame avonden in de rokerige festivalbar van de Passage 44, wachtend op een film, luisterend naar de rondzwevende woorden van een filmlegende. Zo sta je meer dan een uur te vroeg aan te schuifelen voor de première van Star Wars, alsof je verwacht had dat je dan al geen plaats meer zou hebben (omdat sommige mensen al van de avond tevoren hun tentje hadden opgeslagen en de nacht in het bioscoopcomplex hadden doorgebracht). Zo ga je naar een romantische film met het meisje waar je stiekem verliefd op bent, zo voer je nutteloze gesprekken met vrienden - zo herinner je hoe er aan elke film wel een lach of een traan bengelt. Wat dikwijls blijft hangen is niet welke film je gezien hebt en of die wel zo goed was, maar de manier waarop je voor het eerst met de wagen naar het complex bent gereden. Wat soms blijft hangen, zijn niet de dialogen uit de film, maar de woorden uit het gesprek achteraf, ergens in een eenzaam café. Een jaar film sleept sporen van mensen mee in zijn eigen slijm.
Als het jaar verzwakt in bed ligt en al stervend zijn eigen kind zal baren, is het de gewoonte om even terug te blikken. Te bepalen welke tendenzen als orkanen door Hollywood geraasd hebben. Bij eenparigheid van stemmen vast te leggen welke film de beste was en welke de slechtste. Het is de tijd van enquêtes en overzichten, van tabellen en lijstjes. Opsommingen per genre, per chronologie. Ik herinner me vooral andere dingen van het filmjaar. Het zijn de momenten waarop de film even vertraagt en slechts beeld per beeld verderhobbelt, waarop de klanken zich oneindig rekken. Dan zie ik de gezichten van de mensen waar ik mee naar de film ben gegaan. Mensen die nu aan de andere kant van de wereld wonen. Of mensen die kwaad op me zijn en nooit meer met me naar de film willen. Of gewoon mensen die aan de overkant van de straat wonen en met wie ik het volgend jaar weer naar de film zal gaan. Vooral op deze vreemde donkere dagen bedenk ik dat film zonder hen geen film is. Zelfs als het licht gedoofd is en de beelden over het scherm buitelen, vormen zij de echte figuranten van mijn eigen film.