Maar op 1 september 1985 was het dan zover. Het Amerikaans-Franse onderzoeksteam onder leiding van Dr. Robert D. Ballard (Woods Hole Oceanographic Institution) en Jean-Louis Michel (Institut français de recherches pour l'exploitation des mers) beleefde adembenemende ogenblikken: om precies vijf minuten na de middagklok van enen doemde een grote stoomketel op uit de zwarte massa van de oceaanbodem. Na vergelijking met een historische foto, gemaakt tijdens de bouw van de lijnboot, bleek het wel degelijk om één van de vele ketels van de Titanic te gaan. De onderzoekers zaten dus op het juiste spoor. Nog diezelfde dag aanschouwde het team de spookachtige boeg van het vaartuig: 'I cannot believe my eyes. From the abyss two and a half miles beneath the sea the bow of a great vessel emerges in ghosly detail. I have never seen the ship - nor has anyone for 73 years - yet I know nearly every feature of her,' waren Ballards woorden.
Huilend met dikke koude stalactiete tranen van roest, ligt hij daar verzonken in de modder van de Noordatlantische bodem, de boeg van de Royal Mail Streamer Titanic (het schip vervoerde namelijk post voor de Britse kroon). Op dit niveau is ze inderdaad onzinkbaar, alhoewel. De oceaan eist steeds meer haar bezit op. Maar de mastotond geeft zich niet gewonnen en blijft met een zekere fierheid de neus vooruit steken. Hier toont Titanic nog iets van haar grootsheid van weleer. Het mag dus ook niet verwonderen dat de Gone with the Wind-achtige omhelzing tussen Rose en Jack precies plaats vindt op deze boeg.
Maar wat rest er nu buiten deze snuit? En hoe heeft de ontdekking van dit onderwatermonument bijgedragen tot een beter begrip van de apocalyptische ondergang van het superschip?
Aan het antwoord op de eerste vraag zijn ettelijke maanden research, meters filmrolletjes en uren filmen voorafgegaan. Reeds tijdens de expeditie in de zomer van 1985 bracht de studie van al dit materiaal aan het licht dat de achtersteven van het schip ontbrak. De romp moest hier dus in twee gebroken zijn. Zoveel was duidelijk. Eigenaardig genoeg bleek precies op deze plaats een soort uitspansel voorzien te zijn, ontworpen om in het geval van een woelige zee de druk op de romp te doen afnemen. Rekening houdend met het feit dat de Titanic met de voorsteven is beginnen zinken en het hele gevaarte overeind kwam, lijkt een breuk niet onlogisch. Het roer alleen al woog zo'n slordige 101 ton (gedragen door water betekent dat slechts een zesde van dit gewicht). Dat is meer dan het volledige gewicht van Christopher Columbus' Santa Maria schip. Begrijpelijk dus dat ondanks die toegevoegde ruimte ter ontlasting van de romp de lijnboot toch in tweeën brak en dit vóór zijn rit naar de onderwereld.
Een jaar na de ontdekking dook Ballard opnieuw naar het wrak, ditmaal in het gezelschap van een aantal experten van alleen het Woods Hole Oceanografisch Instituut. Doel van deze expeditie was met nog meer belichting close-ups te kunnen maken van de verspreide voorwerpen rondom het graf van de Titanic. Zo toonden de foto's die het puinveld achter het schip weergeven, een aantal voorwerpen die toebehoorden aan eenzelfde deel van het schip, zij het wel afkomstig van verschillende dekniveaus. Men vond er een kamerpot of po in terug maar ook het skelet van een springveren matras en een tweede-klasse rookkamervenster. Dit bevestigde de stelling van de breuk.
In dit enorme puinveld stootten de experten in 1985 ook op het afgebroken stuk achtersteven. Tijdens de expeditie van 1986 bevestigden foto's van de stuurboordzijde van dit deel van het schip dat het wel degelijk om de staart ging: een verwrongen stuk railing, een spoelachtig element waarrond de meertouwen werden gehaakt en het seintoestel van de machinekamer. Alles werd vergeleken met de bouwplannen en de weinige foto's van tijdens Titanics constructie. Eén van de meest huiveringwekkende relicten uit deze erg beschadigde achtersteven was een porseleinen poppehoofdje.
Hoe heeft men nu ook voorwerpen in het schip kunnen filmen om zo tot een juiste identificatie te komen van een aantal ruimtes en zo de plaats van de breuk te bepalen?
Tijdens de ontdekking van het scheepsgraf werd gebruik gemaakt van het onmisbare onderwatervoertuig Argo, dat in de holtes van zijn stalen karkas uitgerust is met videocamera's. Daarnaast is het eveneens voorzien van sonar, een gecomputeriseerd tijdssysteem, een batterij en ander elektronisch materiaal. De begeleiding van dit vaartuig gebeurde in 1985 door het Woods Hole onderzoeksschip Knorr. Maar toen de Amerikanen een jaar later alleen terugkeerden, werd het beroemde onderwatervaartuig Alvin ingezet. Deze machine bestaat al sinds 1964 maar is steeds weer aangepast aan de allernieuwste high-tech ontwikkelingen. Zo verdubbelde men in 1970 het dieptebereik ervan van 6000 naar 13000 voet wat bij benadering de diepte van het wrak moest zijn. Het vaartuig had er voordien reeds 1700 duikritjes opzitten. De expeditie van 1986 was revolutionair omdat toen voor het eerst 'zwemmend oog' Jason is ingezet, dat naast camera's ook beweegbare armen heeft en vooral ontworpen is om op die plaatsen te komen waar geen bemande onderwatervoertuigen kunnen komen zoals bijvoorbeeld in het wrak.
Fantastisch dat zovele relicten op die manier tot ons gekomen zijn en nu in de film tot leven gebracht worden. Sommige voorwerpen die zo broos zijn zoals glas, bleven bewaard terwijl elders duimdikke staalplaten verwrongen werden als ging het om een sardienblikje. Het geeft iets weer van het contrast tussen de chaotische ondergang en de koele rust die uitgaat van dit wrak. De queeste is eindelijk achter de rug. Rust in vrede.