Toch bleek het verhaal van de ijsberg een constante en ook in de honderden boeken die er al over de Titanic geschreven zijn, bestaat er een onbetwiste eensgezindheid over het feit dat de ijsschots de onmiddellijke oorzaak van de ramp is geweest. Welk schadepatroon de berg heeft nagelaten op het schip, daarover wordt al 85 jaar lang hevig gedebatteerd en gediscussiëerd. De ontdekking van het wrak beantwoordde weliswaar vele tot dan toe onopgeloste vragen, maar ook dan ging de aandacht vooral naar de aanblik van het spookachtige scheepsgraf. De controverse rond het ongeluk zelf bleef dus bestaan.
Pas dit jaar is uit een rapport van een expertenteam (internationaal team van wetenschappers en ingenieurs, samengesteld door Discovery Channel) gebleken dat de boegschade langs stuurboordzijde verrassend klein is: niet één grote houw maar amper zes kleine openingen bezegelden het lot van de 2223 opvarenden. De totale oppervlakte ervan zou zelfs minder dan een vierkante meter groot zijn geweest. Vooral wat betreft de plaats en de ligging van de openingen heeft de Titanic geen geluk gehad: precies ter hoogte van zes (van de zestien die het schip in totaal telt) waterdichte compartimenten die op het ogenblik van de aanvaring ongeveer zeven meter onder de waterlijn lagen. De luxueuse lijnboot was nochthans ontworpen om met drie of vier volgelopen compartimenten door te varen, afhankelijk van welke er volliepen. En hoewel de openingen niet breder zijn dan een hand, de druk op zeven meter onder het wateroppervlak veroorzaakte dat het zeewater met een verbluffende kracht (vergelijkbaar met de druk in een brandweerslang) naar binnen spoot.
Mystieke vertellingen, aangezwengeld door het ongeloof in de vergankelijkheid van deze koningin der schepen, vertekenden eveneens de snelheid waarmee de Titanic voer op het ogenblik van de botsing. Want ook dat element ligt mee aan de basis van haar ondergang. De naar schatting 22 knopen waarmee de mastodond zich naar New York haastte, is te vergelijken met een windkracht van 6 beaufort. Op zee betekent dat golven met een hoogte van 2,5 meter en een schuimkopje. Omgerekend is dat ongeveer 39 kilometer per uur. Dat lijkt niet veel maar is het wel voor een gevaarte dat bij een diepgang van 10,9 meter een waterverplaatsing veroorzaakt van om en bij de 66000 ton.
Volgens William Garzke Jr., een scheepsbouwkundige die het onderzoeksteam assisteerde, zou alles er anders hebben kunnen uitzien indien het schip wat trager had gevaren. Het schip had de aanvaring zelfs kunnen overleven. Half de knopensnelheid dan ze voer en het schadepatroon aan de boegplaten zou nog veel kleiner geweest zijn. Wellicht waren de ijzeren klingnagels nooit losgekomen.
Zelfs in het geval de Titanic niet had getracht op het allerlaatste nippertje de ijsberg te ontwijken, zoals gebeurd is en waarvoor de officier van dienst de opdracht gaf de motoren in tegenovergestelde zin te laten draaien richting bakboord, zelfs dan zou een frontale aanvaring met de schots een ander impact hebben gehad. Dr. Robert D. Ballard spreekt van twee tot drie beschadigde waterdichte compartimenten, wat overleven mogelijk maakte. Voor hem wordt de tragedie van de Titanic dan ook het meest gesymboliseerd door het kraaienest. Van hieruit riep (overlevende) Fred Fleet 'Iceberg, right ahead!' en bepaalde hij het verloop van de geschiedenis.
Hoe men tot zo'n besluit is kunnen komen denkt u, rekening houdend met de 15 à 20 meter hoge modderberg waarin de voorsteven verzonken ligt? Vanuit een duikboot werden geluidsgolven richting de verborgen boeg gezonden door middel van een 'sub-bottom profiler'. Eigenlijk kennen we dit systeem allemaal: het is vergelijkbaar met de echoscopie zoals die vandaag de dag gebruikt wordt door gynaecologen om de staat van de foetus bij een zwangere vrouw te onderzoeken. Ook metallurgische analyses van bovengehaalde brokstukken en computersimulaties hielpen de experten. Wat betreft dat laatste even melden dat de impressionante high-tech computersimulatie in Camerons film een zeer accurate klinische beschrijving van de ramp weergeeft: de ijsberg veroorzaakt inderdaad geen doorlopende jaap van 90 meter aan de eerste zes waterdichte boegcompartimenten.
Het duikwerk van de vermelde experts (het resultaat ervan is te zien in een twee uur durend televisieprogramma dat Titanic: Anatomie van een ramp heet) dateert van augustus 1996. Tijdens deze expeditie naar het wrak bevond zich ook ene David Livingstone onder de deelnemers. Dat was de eerste keer dat iemand van Harland & Wolff afdaalde naar haar 'schepping'. Opmerkelijk in het licht van de nieuwe gegevens is dat reeds in 1912 Edward Wilding, een scheepsbouwkundige van de bouwwerf uit Belfast, opperde dat het ongelijkmatig vollopen van de compartimenten er alle schijn naar had dat ze elk afzonderlijk schade opliepen wat impliceert dat de schade dus niet doorliep over dat boegdeel. Hij was zelfs van mening dat de openingen tamelijk klein konden zijn. Maar zijn woorden werden in de wind geslagen en steeds weer sprak het verhaal over het enorme boeggat veel meer tot de verbeelding: hoe anders kon zo'n majestueus en onzinkbaar schip toch zinken? Deze parel op de kroon van The White Star Line was immers het grootste (net geen 265 meter; langer dan enige wolkenkrabber in het toenmalige NY hoog was) bewegende object ooit door mensenhanden gebouwd.