DE WEG NAAR DE ONDERGANG

Feitelijke gegevens

De fascinatie rond de Titanic-legende heeft met de tijd een sluier geworpen over de exacte gegevens zoals die zich hebben voorgedaan vanaf de ontscheping tot en met de eerste bijeenkomst van een onderzoekscommissie in het New Yorkse Waldorf-Astoria hotel op 19 april, één dag na de aankomst van de overlevenden, met als doel de mogelijke oorzaak van de catastrofe te duiden.

Aan de hand van de gegevens die naar voor kwamen uit de reeds aangehaalde expedities en op basis van de manoeuvers van vier schepen vóór, tijdens en net na de ramp, kan een volgende tijdstabel van Titanics wedervaren opgesteld worden:

  • Twee jaar en vier maanden wroeten mensen op de scheepswerf van Harland & Wolff te Belfast (reden waarschijnlijk waarom er in de filmmuziek duidelijk Ierse en Schotse elementen opduiken) zich uit de naad om het grootste schip ter wereld van stapel te laten lopen. The White Star Line, bezitster van de colossale lijnboot, mag zich gelukkig prijzen.

  • Woensdagmiddag 10 april 1912 ligt de Titanic aangemeerd op kadeplaats 44 in Southampton. Bij het verlaten van het dok komt het schip bijna in aanvaring met de New York, een andere lijnboot, wat bij sommige passagiers al enige vragen opriep rond wendbaarheid en veiligheid van het stoomschip.

  • Volgende inschepingsplaats is het Franse Cherbourg. Daar komen twee markante passagiers aan boord: de 'onzinkbare' Margaret 'Molly' Brown, vrouw van een miljonair uit Colorado, en John Jacob Astor, de rijkste man onder de prestigieuse passagiers. Beiden hadden elkaar ontmoet tijdens een sightseeing tour in Egypte. Brown had de winter overzee doorgebracht en pikte Egypte als toemaatje mee. De flamboyante vrouw was dus op weg naar huis. Astor verkeerde in jong gezelschap: zijn 17-jarig groen blaadje Madeleine veroorzaakte met haar bolle buik meer dan een lichte deining onder het eerste klasse-publiek.

  • Laatste stop vóór de Titanic het ruime sop zou kiezen was Queenstown aan de zuidkust van Ierland. Vandaar voer het richting New York City. Waarom was Bruce Ismay, hoofdvertegenwoordiger van The White Star Line aan boord van het schip, nu zo gehaaid om tot het uiterste te gaan? 'The maiden voyage of Titanic must make headlines!' vond hij. Dit lijkt wel een Tomorrow Never Dies avant la lettre. Eerst en vooral opperde ontwerper en mede-passagier Thomas Andrews met veel poeha dat de opvarenden moesten beseffen getuigen te zijn van de maagdentrip van een onzinkbaar schip. Men was er ten stelligste van overtuigd onkwetsbaar te zijn voor de gevaren op zee. Ten tweede leed je volstrekt aan gezichtsverlies in de ogen van enkele prominenten zo de titanische superlatieven (grootste - duurste - meest luxueuse enz.) niet van toepassing zouden zijn op haar kracht en snelheid. Wat betreft dat laatste stond er ook heel wat prestige op het spel. Indien de Titanic sneller dan andere lijnboten de oceaan kon oversteken, maakte het kans om het Blauwe Lint in de wacht te slepen. Dat was een internationaal symbool waarmee men dat schip markeerde dat het snelst de Atlantische overvoer, gemeten van de Scilly eilanden tot aan de vuurtoren van New York. Later mocht de winnaar een blauwe wimpel hijsen en kreeg men eveneens een beker ter beloning. In 1909 stoomde de Mauretania (30 meter minder lang dan de Titanic) van de concurrerende Cunard lijn met een snelheid van 26 knopen de oceaan over. Ze zou de wimpel 20 jaar lang behouden. Het is dus te begrijpen dat Kapitein Edward John Smith door Ismay verblind moet geweest zijn over dit prestigieuse hebbedingetje. Na enige twijfel heeft hij dan toch de opdracht gegeven om de nauwelijks geroddeerde machines op te voeren tot hun maximale capaciteit, te weten 25 knopen. Tijdens de vier dagen die de catastrofe voorafgaan krijgt de marconist meermaals berichten binnen over ijsbergen, maar hij is te druk in de weer met de berichten van passagiers te versturen. Algehele euforie maakte zich ook meester van de bemanningsleden.

  • Op 14 april, één uur voor de middernachtklok, nadert de Titanic een ijsbarrière waarvan verscheidene schotsen op drift zijn geraakt (zoals de binnengelopen berichten ook hadden gemeld). De barrière had een breedte van enkele kilometers, verspreid in zowel noordelijke als zuidelijke richting en was zo'n 640 kilometer verwijderd van de kust van Newfoundland. Het schip Californian wordt benoorden de Titanic opgehouden door de ijsbarrière. Vooraleer de communicatie met de buitenwereld te verbreken, zendt het een radiowaarschuwing uit naar alle schepen in de omgeving.

  • Veertig minuten later vaart de Titanic met een snelheid van 21 à 22 knopen tegen de ijsberg. Kapitein Edward John Smith bevindt zich op het ogenblik van de aanvaring niet op de brug. Onmiddellijk volgt een noodsignaal (CQD = Come Quick Danger) waarbij men de vermoedelijke (doch verkeerde) coördinaten van het schip opgeeft. Een zuidoostelijke stroming vertraagt de Titanic en brengt haar uit koers. Dat weten we uit de gegevens van de Californian, aangezien er voordurend wijzigende posities werden doorgeseind net vóór ze haar apparatuur heeft afgezet.

  • Na middernacht ontwaren zowel de Titanic als de Californian de lichten van een ander schip dat in omgekeerde richting vaart, het zogenaamde 'mysterieuse schip' waarvan men nog altijd niet weet of het er echt geweest is. Rekening houdend met de coördinaten van de beide schepen was hun afstand tot het tussenliggende vaartuig nochtans erg groot om de lichten ervan te kunnen waarnemen. Naderhand ziet de Californian aan de horizon vuurpijlen de lucht ingaan. Het schip beseft echter niet dat het noodoproepen zijn.

  • Ondertussen is er paniek uitgebroken op Titanic. Het besef begint te dagen dat de boot aan het zinken is. Vrouwen en kinderen uit zowel eerste als tweede klasse krijgen voorrang om plaats te nemen in de slechts twintig reddingssloepen die het schip telde. The White Star Line had in haar ontwerp geopteerd voor de helft van de nodige sloepen: het dek moest toch nog enige elegantie vertonen. Elke sloep had een capaciteit van ongeveer 65 mensen. Als de eerste te water wordt gelaten (pas één uur na de aanvaring!) blijken er slechts 28 mensen in te zitten. Hoe meer er te water gaan, hoe voller ze zitten. Steeds sneller wil men het schip verlaten waardoor men soms de touwen van een onderste sloep moet oversnijden, zoniet zou een volgende die neergelaten wordt, verpletteren. Een uur langer dan voorspeld door de experts aan boord, blijft de Titanic drijven (dit had achteraf tot nadenken moeten aanzetten over de oorzaak van de ramp) waardoor de sloepen voldoende tijd krijgen zich te verwijderen van de ramp teneinde niet te worden meegezogen.

  • Op 15 april om 02.20 u vetrekt de Titanic naar een andere wereld. Vele mensen die voordien met de kurken reddinsvesten het ijskoude water (-4oC) ingesprongen waren, worden echter weggespoeld door de losgescheurde achtersteven die, vooraleer in bijna verticale positie onder te duiken, opnieuw horizontaal in het water smakt. Niet tegen de eerst opgegeven 160 km/uur maar wel aan een snelheid van ongeveer 48 km/uur zinkt de Titanic naar de bodem van de Atlantische oceaan. Dr. Robert D. Ballard is van mening dat ze zelfs vrij voorzichtig op de bodem is terecht gekomen. De ergste schade heeft zich dus nog in onze wereld afgespeeld. De Carpathia van de Cunard lijn, die de eerste noodoproep ontving, haast zich naar de plaats van het onheil (de incorrect opgegeven positie!) maar heeft vier uur varen voor de boeg.

  • Om 10 minuten over vier uur ontmoet de Carpathia de eerste reddingssloepen en hijst de mensen aan boord. Een weinig later arriveert de Californian (die intussen opnieuw radiocontact heeft) samen met een ander schip Mount Temple de foutief doorgzonden locatie.

  • Donderdag 18 april meert de Carpathia met de overlevenden aan in New York. Pas dan beseft de wereld welke nachtmerrie zich in de Noordatlantische wateren voltrokken heeft.