Even heeft het er naar uitgezien dat een gelijkaardige rampspoed à la het Kevin Costner-epos Waterworld het Titanic-project zou kelderen. Maar de film doet het lang niet zo slecht als de Amerikaanse vakpers liet uitschijnen. Op twee weken tijd heeft de prent al negentig miljoen dollar opgebracht. Op nu naar de 500, want dat is het bedrag dat de film moet overschrijden, willen de makers een eerste winstmarge noteren. Ter vergelijking: Mission Impossible was op wereldschaal goed voor zo'n 450 miljoen dollar.
Hoe kom je nu in godsnaam aan zo'n astronomisch filmbudget? Heel simpel. Nog voor Cameron een letter van het script op papier had, vergingen er vijf jaar research aan dit project. Men was het Waterworld-drama nog niet echt vergeten en toch wist de man twee studio's (zijn ideetje bleek iets te groot qua opzet om financieel door één studio gedragen te worden) over de brug te krijgen. Producerende studio Fox zou concurrent Paramount als co-producent aan boord hijsen om in ruil voor 65 miljoen dollar de Amerikaanse distributie waar te nemen.
Het filmlogboek dagtekent september 1995 als Cameron zelf naar het wrak afdaalt. Hiervoor kreeg hij van Fox een drietal miljoen dollar, nodig voor de huur van de Russische onderwaterschepen die hij voor de gelegenheid van professor Sagalevich uit Moskou kon lenen. Ook de schokvrije camera in het drukbestendig titaniumvest en bijhorende filmapparatuur behoren tot de eerste kostennota. Op dat ogenblik wordt de film nog geraamd op zo'n 120 miljoen dollar. In juli 1996 start het tweede luik van de filmopnames. Met wat de regisseur aan beeldmateriaal oogstte op de bodem van de oceaan trok hij naar ontwerper Peter Lamont (reeds de derde maal dat hij met Cameron te water gaat na Aliens en True Lies). Hem werd opgedragen om een aantal interieurs en hun bijhorende relicten zoals Cameron en zijn crew ze gezien en gefilmd hadden, na te bouwen. Een schouw met open haard, een kristallen kroonluchter, raamkozijnen, een bronzen plakket met als opschrift 'PULL', alles werd met een fanatieke zorg gereproduceerd en uiteindelijk gefilmd in een watertank te Escondido (Californië). Opnames met een miniatuurmakette van het wrak zullen deze filmfragmenten en de 'originele' aanvullen.
Vandaar voer de crew richting de koude wateren van Halifax, Nova Scotia in Canada. Daar kwam het hedendaagse deel uit het Titanicverhaal op de pellicule vast te liggen. In deze sequenties zal Cameron zijn eigen in 1995 geschoten beelden gebruiken op een aantal monitoren in de achtergrond. Het zijn ook die beelden die door schattenjager Brock Lovett ontleed worden en uiteindelijk in de figuur van de hoogbejaarde Rose de hele historie over het schip zullen uitlokken.
Tijdens de draaitijd in Canada, stond er in de Mexicaanse staat Baja California één van de grootste ondernemingen in de moderne filmgeschiedenis op stapel. Daar werd ter hoogte van Rosarito Beach met man en macht gewerkt aan een kleine twintig hectaren grote filmset: de Baja Studios. In een honderdtal dagen en met behulp van drie miljoen kilo staal was de studio een feit. Prijskaartje: zo'n veertig miljoen dollar. Het is hier dat - weliswaar met de nodige barensweeën - de hoofdmoot van de film werd ingeblikt.
De set is opgebouwd uit vier enorme overdekte hallen die elk een afzonderlijke studio-eenheid vormen (de grootste ervan overtreft zelfs de vergelijkbare constructie van Fox in Los Angeles), een interne tank van twintig miljoen liter water omgeven door een geluidsset van dertig are en een extern bassin van om en bij de 65000 kubieke meter inhoud, uitgerust met een vernufitg hydraulisch pompensysteem met daarin: de Titanic. Bruggenbouwers en architecten creëerden ten behoeve van deze prent een replica (voornamelijk de stuurboordzijde werd in detail uitgewerkt; door de pelicule te spiegelen krijg je dan bakboord in beeld) op een schaal van negentig procent. Daarnaast omvat de set eveneens productieruimten, een constructiebedrijf dat moest instaan voor het steeds verder doen hellen van het schipstaketsel, enorme camerakranen, kleedruimtes, enz. Bovendien zijn er naast de hoofdacteurs ook 150 figuranten in vast dienstverband die elke draaidag moeten beschikbaar zijn. Voor de ontschepingsscène in Southampton heeft men meer dan 1000 figuranten opgetrommeld. Allemaal kosten op het sterfhuis. En dan rekenen we nog zonder de kosten van het speciale effectenhuis waarvoor Cameron staat (Digital Domain) en die de hulp van andere effectenspecialisten ter hulp moest roepen om de ultieme deadline te halen.
Die steeds weer uitgestelde releases volgde de pers met argusogen terwijl men Cameron van gigantomanie beschuldigde. Ergens zit er natuurlijk wel een bron van waarheid in. Die man werkt gewoon aan zijn eigen legende.
U ziet: er is al heel wat inkt gevloeid over deze collosale rampenfilm en er zal er nog veel volgen. Het wachten heeft het publiek alleen maar nieuwsgieriger gemaakt en zoals u weet, er is geen betere reclame dan slechte. Dat belooft dus.