TITANIC TOEN EN NU

De draagwijdte van de ramp

Het contradictorische aan deze film ligt in het feit dat het een soort parabel is over de beperkingen van het menselijke kunnen, precies gebruik makend van de allernieuwste high-tech snufjes en technologische hoogstandjes wat betreft de effecten. Anderzijds zijn we wel in staat geweest om in het begin van onze eeuw zo'n titanisch groot en luxueus schip te bouwen, maar het wrak konden we pas in 1985 bereiken. Het draait allemaal rond onze relatie met technologie en onze visie op de technologische vooruitgang.

De catastrofale scheepsramp zette alvast een historische mijlpaal wat dat betreft. Het ongeluk sloot een periode van blind geloof in de technische vooruitgang af. De schijnbaar oneindige spiraal van technologische wonderen (auto, de geluidsband, radio, het vliegtuig en bovenal film! ) bleek toch niet zo oneindig, want de onzinkbare Titanic had meer dan 1500 mensen de dood ingejaagd. Dat was toch geen vooruitgang.

Een tweede aspect waarvoor Titanic echt symbool stond en dat in de film ook duidelijk aan bod komt, is het klassegegeven. Het schip was zo ontworpen dat fysisch contact tussen de verschillende klassen zo goed als vermeden werd. Je rang en geslacht bepaalden meteen na de aanvaring al je overlevingskansen. Eerste klas kreeg natuurlijk prioritaire voorrang. Hun kamers en kajuiten lagen midscheeps in de onmiddellijke nabijheid van de reddingssloepen, terwijl derde klas onderin gekwartierd werden, meestal vooraan of helemaal achteraan. In delen van het schip heeft het personeel deze mensen verhinderd de sloepen te bereiken door de gangen af te sluiten. Het dodentol in de derde klasse was dan ook veel hoger dan in eerste: 25 tegenover 60 procent. Wat betreft kinderen is dat nog schrijnender. Terwijl alle eerste klasse en tweede klasse kinderen gered zijn, overleefde slechts één derde van de laagste klasse.

Ook het inschepen van die verschillende sociale groepen had via verschillende loopbruggen plaats. Vele mensen uit de laagste klasse bleken met heel hun hebben en houden op weg naar de Nieuwe Wereld. Zij hoopten daar hun geluk te beproeven.

Wat je nauwelijks voor mogelijk acht is dat de klasseverschillen ook tijdens de opnamen van deze film voor strubbelingen hebben gezorgd. Groepjes eerste- en derde-klasfiguranten trokken alleen met elkaar op en onderling werd er veel geroddeld in de genre van: 'Goh, die Spaanse Lola, sinds ze in eerste klas speelt kent ze ons niet meer.'

De Titanic stond - toch voor even - geboekstaafd als de grootste en meest luxueuze lijnboot. Ze was ook het duurste schip. Een ticket voor de meest extra-ordinaire suites (zoals die van Rose en Cal) bedroeg zo'n 4350 dollar. Eerste klasse 'tout court' maakte je beurs 3100 dollar lichter. In derde klasse kon je al overvaren voor 32 dollar (al deze bedragen gelden voor een enkele reis). Exclusieve trips als deze waren enkel weggelegd voor de allerrijksten. Vergelijk dit bijvoorbeeld met een rit in 1913 op de Orient-Express tussen Parijs en Istanbul: 586 goudfrank. Dat was 32 keer het loon van een dienstbode. Reizen zoals wij dat nu gewoon zijn, stond chic en was heel ongewoon. Pittig detail in verband met deze trein: Cameron is niet de eerste die voor het opzet van een film een historisch monument op bijna ware grootte reproduceert. Toen de legendarische Hitchcock de Oriënt-Express als decor koos voor The Lady Vanishes, werd de film niet gedraaid op de echte trein, maar in een filmstudio te Londen. Alfred liet de trein gewoon nabouwen.

In de geschiedenis is al meer dan eens gebleken dat een ongeluk pas mensen doet inzien dat ze met nieuwe uitvindingen, technieken niet overmoedig moeten zijn. De ramp met de Harold of Free Entreprise of de Estonia hebben ons met de neus op de feiten gedrukt. Jammer dat er altijd eerst doden moeten vallen vooraleer het besef echt tot iedereen is doorgedrongen.