Je zou verwachten dat Stijn Coninx na het succes van Daens maar even met zijn vingers zou hoeven te knippen en dat dan de filmprojecten op hem af zouden komen. Niets is blijkbaar minder waar in Belgisch filmland. De Limburger probeerde (voorlopig) tevergeefs zijn Damiaan- en Uilenspiegelfilm van de grond te krijgen. Zes jaar na de oscarnominatie voor Daens, stortte hij zich dan maar op de verfilming van het autobiografische boek van de Nederlandse Heleen van der Laan: Waar blijft het licht? Heleen heet in de film Ellen, en we leren haar in een nerveuze opening kennen als een populair en eigenzinnige studente, op zoek naar een buitengewone vakantiejob. Ze krijgt meer dan dertig reacties, om in bordelen te gaan werken, om met mannen op vakantie te gaan, enzovoort. Eén reactie trekt haar aandacht. Ze zal de vakantie doorbrengen als hulpje op een boot, op weg naar het hoge Noorden.
Op de boot leert ze haar vriend kennen, maar meer nog wordt haar aandacht getrokken door een rookpluim in de verte. Ellen leert dat de rook afkomstig is van Lars, een pelsjager in het desolate Spitsbergen. In een impulsieve bui besluit Ellen alles en iedereen vaarwel te zeggen en bij Lars te gaan leven. Lars is daar maar wat blij mee. Hij ziet vrouwelijk gezelschap natuurlijk wel zitten en laat dat ook duidelijk merken: al van de eerste avond wil hij met haar naar bed. Het is de start van een zeer moeizame relatie tussen de twee, een confrontatie tussen twee totaal verschillende werelden. Lars blijkt maar zeer gebrekkig Engels te kennen en is geen prater. Ellen had zich haar verblijf helemaal anders voorgesteld. De conflicten laaien op. Als samen met de winter ook de totale duisternis over Spitsbergen valt, lijkt er voor Ellen nog maar één vraag over te blijven: waar blijft het licht?
Zoals genoegzaam bekend, was de verfilming van het boek een logistiek en financieel huzarenstukje en alleen daarom al verdient Stijn Coninx en zijn ploeg trompetgeschal. Er werd onder dikwijls zeer moeilijke omstandigheden (temperaturen van dertig graden onder nul) tijdens 78 dagen gefilmd in de uitgestrekte vlaktes van Spitsbergen. Wie de keuze van die locatie betwijfelt en beweert dat de film pakweg ook in de Ardennen had kunnen gefilmd worden, wordt bij het zien van de prent onverbiddelijk de mond gesnoerd. De eindeloze wijdheid van het decor is imposant en Coninx schildert in verschillende scènes met verve het hallucinante natuurdecor. De ruimte van het landschap wordt in schril contrast geplaatst met de kleine trappershut van Lars, waar hij samen met Ellen samenhokt. De hut ademt een enge, claustrofobische sfeer uit.
Licht is een film die drijft op tegenstellingen. In de periode dat ze bij elkaar leven, worden voor Lars en Ellen details uitvergroot tot drama's. Ellen ergert zich aan de boerse manieren van Lars (hij knipt zijn teennagels tijdens het ontbijt) en kan niet aanvaarden dat Lars zeehonden en vossen doodt voor de kost. Toch heb je als kijker in het begin niet alle sympathie voor de wat verwaande Ellen en soms is het moeilijk haar gedachtenkronkels te begrijpen. Lars maakt in één van de mooiste scènes van de film zijn motivatie om als pelsjager door het leven te gaan, wel duidelijk. In de anonieme grootstad was hij niemand, in het eenzame Spitsbergen is hij tenminste iemand. Als is het maar een trapper.
Deze en nog enkele andere hele mooie scènes (die waar Ellen het haar van Lars knipt bijvoorbeeld), werpen een ander licht op Lars en geven hem een menselijk, zelfs zielig en treurig karakter. Hij mag dan wel niet de heldhaftige idealist zijn die Ellen zich had voorgesteld, langzaam maar zeker groeit ze naar Lars toe. Ook Lars schuift zijn vooroordelen ten opzichte van de betweterige Ellen weg en in afwachting van de komst van het licht, neemt hun relatie met elkaar een totaal andere wending. Ze leren dat je door de manier waarop je het licht op iemand laat schijnen, je die persoon zowel kunt liefhebben als haten. Het is meteen de onderliggende les die de toeschouwer mee naar huis krijgt.
Voor de rol van Ellen koos Stijn Coninx na het afhaken van de zieke Kim Van Kooten voor Francesca Vanthielen, die na haar rol als Dana in Boys aan haar tweede film toe is. Dat de VTM-coryfee een natuurlijke presence heeft, is natuurlijk geen geheim. Ze oogt bijzonder knap in deze film en geeft haar personage de nodige diepgang mee. Jammergenoeg slaat ze in enkele emotionele scènes de bal ook een paar keer goed mis, vooral in het begin. Naar het einde toe voelt ze zich als Ellen blijkbaar beter in haar vel en het slot is tegelijkertijd tragisch en mooi. Ook de soms irritante voice-over van Ellen, werkt in feite alleen maar op het eind. De rol van de ongemanierde en ruwe pelsjager Lars lijkt helemaal op het lijf gescheven van de Duitser Joachim Król, die zijn personage met een bewonderenswaardige ingetogen en sobere passie speelt.
Licht is zeker en vast geen actie- of spektakelfilm. Scenarist Jean Van De Velde maakte er duidelijk werk van om alle overbodige ballast te schrappen, zodat de film soms op het trage af balanceert. Slechts een enkele keer drijft Coninx de spanning op, als Ellen bijvoorbeeld plots oog in oog komt te staan met een ijsbeer. Voor de rest beperkt de actie zich in de trappershut van Lars, die als een echte huis clos fungeert. Wat Coninx interesseert, zijn de drama's die zich binnen deze kleine ruimte afspelen. Soms onevenwichtig en grillig, soms hartstochtelijk en passievol, maar altijd boeiend om naar te kijken.
Genre: Drama
Speelduur: 1u55
Regisseur: Stijn Coninx
Acteurs: Joachim Król, Francesca Vanthielen