STARSHIP TROOPERS: FX

De heropstanding van een genie

Vier jaar geleden zag het er nog heel slecht uit voor Phil Tippett. Als stop-motion specialist werd hij immers door de computer-dino's van Jurassic Park op brugpensioen gestuurd. Maar met Starship Troopers bewijst hij nog maar eens dat het niet zozeer de techniek is die aan de basis ligt van innoverende speciale effecten, maar wel degelijk de artiest.

Toen Spielberg besliste om na een test van een aantal computeranimatoren van Industrial Light and Magic de dino's uit Jurassic Park niet met popjes tot leven te brengen (buiten de levensgrote poppen van Stan Winston), zag de toekomst er eensklaps minder rooskleurig uit voor Phil Tippett en een hele generatie stop-motion artiesten. Tippett werd beschouwd als de grootmeester van deze techniek waarbij een pop tot leven wordt gebracht door per beeldje pelicule de positie en houding iets te wijzigen. Hij maakte zo de legendarische 'schaakwedstrijd' uit Star Wars en de kwaadaardige robot uit Robocop.

In plaats van bij de pakken te blijven zitten, herschoolde hij zich en wierp zich, samen met zijn bedrijf, in de digitale wereld. Maar Tippett kan natuurlijk zijn achtergrond niet verloochenen, en daarom maakte hij voor Starship Troopers gebruik van een DID, een Digital Input Device. Het systeem werd ontwikkeld voor Jurassic Park, en laat de traditionele stop-motion animatoren toe om op een eenvoudige wijze computermodellen tot leven te brengen. Het toestel heeft de vorm van het (miniatuur)skelet van het wezen (hier de diverse buitenaardse insecten) dat men wil animeren, en elk scharnierpunt is van decoders voorzien, die aan de computer doorgeven hoe het skelet er op elk ogenblik uitziet. Door nu dat skelet te bewegen wordt het computermodel exact op dezelfde wijze meebewogen. Naast deze methode werd natuurlijk nog volop gebruik gemaakt van de muis.

Tippett werd reeds heel vroeg bij het project betrokken en maakte een kleine demo om de producenten met geld over de brug te laten komen. Samen met zijn medewerkers ontwierp hij de verschillende insecten, vaak eerst op papier en in een later stadium ook in klei. Toen het licht op groen werd gezet en Verhoeven tevreden was met de ontwerpen kon aan de immense taak begonnen worden. Immens, omdat in meerdere scènes honderden insecten tegelijkertijd te zien zijn, en daarbij nog interageren met de omgeving en de acteurs.

Het licht werd echter pas op groen gezet toen Verhoeven akkoord ging met een heel belangrijke voorwaarde: een belangrijk deel van de effecten moest toegekend worden aan Sony Pictures Imageworks (SPI), en ironisch gezien zou deze eis volgens bepaalde bronnen aan de grondslag liggen van de enorme vertraging die de productie opliep. SPI was immers ook bezig aan het prestigieuze Contact (de baas van SPI, Ken Ralston, heeft een zeer goede en langlopende verstandhouding met regisseur Robert Zemeckis), waardoor de effecten voor Starship Troopers verwaarloosd werden. Pas toen Scott Anderson als effects supervisor van SPI werd aangesteld, begonnen de 90 effecten binnen te komen. SPI stond voornamlijk in voor de vele ruimtetuigen, en hiervoor werden een aantal grote modellen gebouwd, die daarna met computergestuurde camera's werden gefilmd. Om de werklast te verminderen werd besloten om een aantal shots uit te besteden aan andere effectenhuizen. Zo werden Boss Film, Mass. Illusion en Industrial Light and Magic bij de productie betrokken.

Paul Verhoeven is nu niet bepaald vies van een aantal gore beelden, en ook voor Starship Troopers werden de nodige vaten bloed en containers ledematen aangevoerd. Slager van dienst was Kevin Yeagher, die vooral met Child's Play en Tales From The Crypt, maar ook met Face/Off een goede reputatie opbouwde. Ditmaal zorgde hij voor een veertigtal levensloze mariniers en ontelbare afgehakte ledematen en afzichtelijke hoofdwonden. En dat allemaal in dienst van de echte hoofdrolspelers van deze superproductie: de insecten.

Wie meer wil weten over de effecten en het volledig productieproces kan dat vinden in het boek The Making Of Starship Troopers. Auteur Paul M. Sammon, die het uitstekende Future Noir: The Making Of Blade Runner schreef, verbleef zes maanden op de set van Starship Troopers, en heeft dus de gelegenheid gehad om meer dan 200 interviews af te nemen. Het resultaat mag gezien worden, maar jammer genoeg is zijn objectiviteit tijdens zijn verblijf dicht bij Paul Verhoeven stilaan verdwenen. Door Sony Pictures Imageworks de schuld te geven van de enorme vertraging durft hij zwaar tegen de schenen van de productiemaatschappij te schoppen, maar de vele geruchten over de tirannieke regie van Verhoeven gaat hij behendig uit de weg. Het meest frappant is het beruchte douche-incident, waarbij Verhoeven, volgens de geruchten, kwaad werd toen de cast bezwaren uitte om zich volledig uit te kleden. Toen zou Verhoeven zijn broek op de enkels hebben laten zakken om te tonen dat hij er zelf geen problemen mee had. Maar volgens Sammon was het eerder uit solidariteit dat hij deze stunt (samen met de director of photography) uithaalde.

Het is echter duidelijk dat Sammon weet waarover hij het heeft wanneer de technische kanten belicht worden. Maar het blijft natuurlijk wel iets dat enkel echte freaks tot kwijlen zal aanzetten.

Titel: The Making Of Starship Troopers
Auteur: Paul M. Sammon
Uitgeverij: Boulevard Books, 1997
ISBN: 1-57297-252-1
Prijs: 15 dollar