Laat één ding duidelijk zijn: dit was niet Venetië, niet Gent of zelfs niet Brussel. Onze Dag van de Film speelde zich af in het druilerige Leuven, waar totaal overspannen tweedezitters met starre, wezenloze ogen hun heil zochten in de verbeelding van de film en gierige filmfanaten met zakcalculators hun programma uitstippelden. Op het menu stonden 29 verschillende films in vijf zalen, waaronder kaskrakers als Pulp Fiction, Speed, Batman Forever, Demolition Man, The Fugitive en True Lies. Maar er viel her en der ook andere kost te rapen: zo kon je om tien uur 's ochtends al naar oscarwinnaar Priscilla, Queen of the Desert of Monty Pythons Meaning of Life. Ook de middagkaart was interessant: je kon jezelf met Saturday Night Fever en Pulp Fiction aan een vergelijkende studie onderwerpen tussen John Travolta toen en nu. Kinderen (of studenten die het écht niet meer zagen zitten) nuttigden het kindermenu: Free Willy 2, Dennis the Menace en Sleeping Beauty.
Onze Dag van de Film begon eigenlijk pas om zes uur met Leon, een prent die eind vorig jaar indruk maakte op het Parijse filmpubliek en toen onder meer Speed, Wolf en Beverly Hills Cop onder het tapijt stofte. Makkelijk te verteren was hij niet. Die marginale huurmoordenaar (intrigerende rol van Jean Reno) bleef wat nasmaken, maar vooral de Gary Oldman-scènes kleefden aan de ribben: gewoonweg fenomenaal.
Het werd dan ook hollen voor een bocht van negentig graden in ons programma: de romantische komedie While You Were Sleeping, om kwart over acht. Voor de Sandra Bullock-fanclub was het na Demolition Man (16u) en Speed (18u) hun derde afspraak op rij en de tent zat dan ook afgeladen vol. While You Were Sleeping werd terecht het box office succes van de dag. Kon ook moeilijk anders met een film die romantiek en humor op zo'n voortreffelijke en vertederende wijze weet te combineren.
Veel tijd om na te genieten was er niet: voor de tien uur-voorstellingen (Ed Wood en Best Intentions) kondigden zich halflange kassa-rijen aan. Gelukkig konden we van een opgeefster met blauwe kringen onder de ogen een ticketje voor Shallow Grave op de kop tikken, die opmerkelijke low budget thriller van Danny Boyle. Van de zachte komedie belandden we in een poel van zwarte humor en horror om drie nachten niet van te slapen. Wat een rare film was dat: drie flatgenoten met een mysterieus lijk en een koffer vol geld. Een even geschifte als bevallige Kerry Fox en voor de rest nóg meer lijken, nóg wat zwarte humor en een einde waar geen touw aan vast te knopen was. Maar toch de moeite, voor vijftig frank.
Het resultaat na zes uur in het donker waren drie totaal verschillende films, een heel klein beetje schele hoofdpijn en wat oplappingswerken aan rug en benen. En zeggen dat de échte Die Harders toen nog een zaal indoken voor de nachtvoorstellingen: Clerks, Leon, The Mask of Death Machine. De gekken.