INTERNATIONAAL FILMFESTIVAL VAN GENT

Het Geheugen van de Film

Voor het tweede opeenvolgende jaar kunnen studenten allerhande op het Internationaal Filmfestival van Gent (10-21 oktober) terecht voor Het Geheugen van de Film: een veertigtal filmklassiekers voor nog geen zestig frank.

Na het overweldigende succes van vorig jaar met klassiekers als The Elephant Man, Der blaue Engel, Taxi Driver en La Grande Illusion, werd ook voor deze 22ste festivaleditie een bijzonder leuk aanbod bijeengesprokkeld. Het Geheugen van de Film, één van de zes officiële onderdelen van het festival, werd ook dit jaar zelf nog eens ingedeeld in vier verschillende delen: De Keuze van het Publiek, Monnikenwerk in het Filmarchief, Tien Films van een Kenner en Zingende Beelden.

In februari van dit jaar werd aan de lezers van het maandblad Film en Televisie gevraagd hun persoonlijke keuze te maken uit een selectie films: meer dan 130 titels werden vooraf geselecteerd door de mensen van Film en Televisie, en het was achteraf aan de lezers om er tien uit te kiezen. Die tien films zijn nu samengebracht in De Keuze van het Publiek.

Birth of a Nation (USA, 1915) van David W. Griffith, zowat de eerste grote filmkunstenaar, staat als eerste op het lijstje. De uiteraard stille film in zwart-wit mag dan al bijna even oud zijn als het medium zelf, maar heeft nog helemaal niks van zijn kracht verloren. Integendeel, Birth of a Nation is omwille van zijn racistisch bovenlaagje nog altijd brandend actueel. Voor cinefielen is deze prent trouwens een abolute must, want dit meesterwerk wordt ook wel eens de basis van de filmkunst genoemd. (Sphinx 2, 12/10 en 14/10)

In Raging Bull (USA, 1980) gaat het niet goed met Robert De Niro. Hij speelt hierin een aan lager wal geraakte bokser die na een turbulent leven aan de bak komt als entertainer in een lugubere nachtclub. Het verhaal (van Paul Schrader) is gebaseerd op het leven van Jake La Motta, een Amerikaanse boksheld die in de jaren 40 nogal wat furore maakte in de ring (en er buiten).

Onder het wakend oog van Martin Scorsese (The Age of Innocence) zet De Niro één van zijn sterkste rollen neer. De hele prent is een rasechte aanrader en kan makkelijk tippen aan klassiekers als Taxi Driver en American Gigolo. (Sphinx 2, 15/10 en 21/10)

Met A Clockwork Orange (GB, 1971) tekende regisseur Stanley Kubrick in het begin van de jaren 70 nog maar eens voor een bizarre brok cinema. De maker van ondermeer 2001: A Space Odyssey en Full Metal Jacket nam (lang voor Oliver Stone langskwam met Natural Born Killers) een loopje met de maatschappij en diens aanhangers. A Clockwork Orange werd een gewelddadige cocktail van seks, moord en slechte smaak. Een jonge Malcolm Mc Dowell schittert als het prototype van een anti-held en de muziek is overwegend van Beethoven. Eenmaal je begint te kijken, merk je al gauw dat (hoe wansmakelijk het allemaal wel mag zijn) je kost wat kost het einde van deze prent wil (èn zal zien. (Sphinx 2, 18/10 en 20/10)

Hoewel Charlie Chaplin voor velen wel altijd enkel en alleen zal worden herinnerd als de eeuwige zwerver uit films als The Kid en Shoulder Arms, was Chaplin ook een meer dan begaafd cineast. Op het festival zullen niet minder dan twee films van en met Chaplin lopen: The Gold Rush en Modern Times.

In The Gold Rush (USA, 1925) zien we een Chaplin in de ban van het goud. Samen met een stel zware jongens steekt hij de Chilcoot Pass over op zoek naar het dure metaal. De humor zit hem ook hier zoals altijd in de onschuld waarmee Chaplin over het scherm loopt. (Sphinx 2, 11/10 en 13/10) Modern Times (USA, 1936) verschilt op het eerste gezicht maar weinig van The Gold Rush; beide films halen zwaar uit naar de kloof tussen arm en rijk.

In Modern Times is Chaplin een nogal onervaren fabrieksarbeider die per toeval achter tralies belandt. Chaplin merkt dat z'n leven in de cel eigenlijk meer te bieden heeft dan het leven in een stinkende fabriek.

Hoewel het thema ('time is money') misschien wel ernstig genoeg is, maakt de kleine man met de snor - Neen! Niet die man, maar de andere - hier toch een bijzonder leuke film van. De schitterende decors en de heerlijke zwarte humor zorgen ervoor dat deze film geen moment verveelt. (Sphinx 2, 15/10 en 18/10)

Ten slotte nemen we ook nog even A Short Film about Love (P, 1988) van de Poolse filmmaker Krzysztof Kieslowski onder de loep. Dit zesde deel uit zijn Dekalog gaat over het zesde gebod ('Doe nooit wat onkuisheid is'). Kieslowski, die in het verleden al meer degelijk werk afleverde, vertelt in A Short Film about Love over een jongen van negentien en z'n liefde voor een vrouw van dertig. Hij schuift een ietwat schuchtere tiener naar voren die er alles aan doet om toch maar die vrouw te ontmoeten. Dit zesde deel wordt zondermeer bij één van de betere (en ze waren al allemaal goed) delen van de Dekalog gerekend en is een heerlijk stukje cinema. (Sphinx 2, 16/10 en 17/10)

Verder lopen in De keuze van het publiek ook nog: On the Waterfront (USA, 1954), Otto e mezzo (I, 1963) en The Maltese Falcon (USA, 1941).

Aan Patrick Duynslaegher, filmcriticus bij het weekblad Knack, werd gevraagd welke voor hem tien absolute musts zijn. Die tien films werden samengebracht in Tien Films van een Kenner.

Zondermeer de meest opmerkelijke prent uit het rijtje is Casualties of War (USA, 1989) van Brian De Palma. Niet als Full Metal Jacket en Platoon is dit zomaar een Vietnamfilm, maar een verblindend schokkende prent over wat er gebeurt als geen wet je meer in de weg staat.

Sean Penn staat aan het hoofd van een klein peloton dat aan het front op verkenning wordt gestuurd. Omdat hem in een naburig dorp de toegang tot een hoerenkot geweigerd wordt, maakt hij met z'n troepen een omweg om ergens een Vietnamees boerenmeisje te verkrachten en brutaal te vermoorden. Alleen soldaat Michael J Fox doet niet aan de 'gang rape' mee.

Natuurlijk is Casualties of War een lekker conventioneel verhaal over good en bad, en toch is dit meteen de meest realistische Vietnamfilm ooit. (Sphinx 2, 15/10 en 20/10)

Naast A Clockwork Orange is 2001: A Space Odyssey (GB, 1968) de tweede film van Stanley Kubrick op het festival.

In het jaar 2001 vliegt Dr. Heywood Floyd naar de maan om er onderzoek te doen naar buitenaardse levensvormen. Het resultaat van het onderzoek is ophefmakend en achtien maanden later vertrekken vijf astronauten en HAL-9000, een revolutionaire computer, naar de planeet Jupiter.

2001: A Space Odyssey is zonder twijfel zowat de ultieme SF-film: in een notedop vertelt Kubrick de geschiedenis van de mens van aap tot astronaut. Probeer het niet allemaal te begrijpen, maar ga er toch maar voor alle zekerheid heen. (Deca 3/4, 11/10 en 15/10)

Ook nog in dit onderdeel: The Damned (USA, 1969), Ikiru (J, 1952), Sweet Smell of Succes (USA, 1957), Vertigo (USA, 1958), Le Règle du Jeu (F, 1939), Tristana (E, 1970), Written on the Wind (USA, 1956) en The Magnificant Ambersons (USA, 1942).

Het (voor cinefielen) interessantste festivalonderdeel van Het Geheugen van de Film is evenwel Monnikenwerk in het Filmarchief. Vorig jaar liepen op het Filmfestival van Gent een heel pak filmpjes van de gebroeders Lumière. En dit jaar zijn het Mickey en zijn vriendjes die voor hét hoogtepunt moeten zorgen in dit festivalonderdeel.

Classic Disney Shorts heet de verzameling van acht zwart-wit Disney-kortfilms uit de periode dat Walt het bedrijf nog in handen had.

Films als Steamboat Willy (USA, 1928) en Three Orphan Kittens (USA, 1935), en personages als Mickey Mouse en Donald Duck moeten ervoor zorgen dat een zo groot mogelijk publiek geboeid blijft gedurende 96 minuten humor en uitmuntende tekenfilmpjes (waaronder de eerste vier oscar-winnaars). (Sphinx 2, 14/10 en 15/10)

Ook zal in hetzelfde kader een documentaire lopen over de twee bekendste Disney-tekenaars: Frank Thomas en Ollie Johnston.

In Frank and Ollie (USA, 1994) vertelt regisseur Theodore Thomas (zoon van Frank) over hun werk bij de Disney-studios. We zien fragmenten uit ondermeer Snow White and the Seven Dwarfs en Bambi, en krijgen een interessante kijk achter de schermen van de tekenfilmfabriek: van schets tot film. (Deca 10, 19/10 en 20/10)

Verder worden ook nog (kort-)films vertoond van Gaston Velle, Gabriel Moreau, Segundo de Chomón, Peter Delpeut, Abel Gance, Jean Renoir, Ron Holloway en Charles Dekeukeleire.

Maar zeker niet te missen in dit onderdeel, Monnikenwerk in het Filmarchief, zijn de drie speciale vertoningen van Rapsodia Satanica, Die Frau im Mond en Nanook of the North.

In samenwerking met Kunstencentrum Vooruit wordt op 19 oktober een filmvoorstelling op poten gezet van Die Frau im Mond (D, 1930). De SF-prent van Fritz Lang wordt daar uitgevoerd onder leiding van het Ensemble InterContemporain van Parijs.

Het Festival van Vlaanderen en de Vlaamse Opera halen dan weer Rapsodia Santanica (I, 1915) van Nino Oxilia in huis. Op 15 oktober wordt de prent begeleid door het BRTN Filharmonisch Orkest onder leiding van Helmut Imig.

En ten slotte kun je ook Nanook of the North (USA, 1922) gaan bekijken met live-muziek in de Kopergieterij op 12 en 13 oktober.

De zeven operafilms in het onderdeel Zingende Beelden zijn Boris Godoenov (USSR, 1954), Tales of Hoffmann (GB, 1951), Prince Igor (USSR, 1970), Moses und Aaron (D, 1975), Katerina Ismailova (USSR, 1966), Oh Rosalinda! (GB, 1955) en Der Rosenkavalier (GB, 1961).

De volledig geïllustreerde jongerengids met alle films uit Het Geheugen van de Film en nog een pak meer informatie over het festival kun je gratis toegestuurd krijgen als je het festival belt op 09/225.19.90 (of faxt op 09/221.90.74).

Het volledige Knack-programmaboekje ligt trouwens ook voor je klaar op dat zelfde nummer of op het volgende adres: Internationaal Filmfestival van Gent, Kortrijksesteenweg 1104 te 9051 Gent. Internet-gebruikers kunnen ook altijd terecht op http://www.rug. ac.be/filmfestival/Welcome.html.