De eerste films van Walt Disney waren weliswaar musicals, maar zo strikt volgden ze de regels niet. De boze stiefmoeder van Snowwhite heeft nooit een eigen song gehad en een all-cast-nummer in Dumbo of Bambi is er niet. Met The Little Mermaid veranderde dat: vanaf dan zouden alle films stelselmatig aan die formule gehoorzamen. De eerste jaren was dit nog wel origineel en leuk, en het leverde met films als Beauty and the Beast en The Lion King spetterende cinema op, maar het leidt geen twijfel dat er sleet op de formule zit: Disneyfilms zijn de laatste jaren irritant voorspelbaar geworden. Hoewel de verhalen zich in steeds weer andere tijden en andere delen van de wereld afspelen, lijkt het alsof de personages en wat ze meemaken weinig of niets veranderen.
Hetzelfde geldt voor de muziek. Alan Menken mag dan wel een toondichter zijn van formaat die in zijn lange carrière een ongezien aantal prachtige songs uit zijn pen wist te laten vloeien, maar met Hercules bewees hij wel dat hij zowat door zijn inspiratie heen zat en dat de zoveelste showstopper, de zoveelste liefdessong en het zoveelste zwarte nummer voor de slechterik ook hem een beetje de keel uit gingen hangen.
Disney is niet de enige animatiefilmstudio in Hollywood natuurlijk. De afgelopen twintig jaar hebben de grootste studio's vaak geprobeerd om Disney's trein van succes tot stoppen te brengen (of om ten minste een graantje mee te pikken van het succes). Universal was de grootste opponent, met Don Bluthfilms als The Land Before Time, An American Tail en All Dogs Go To Heaven, maar ook de andere studio's, zoals Warner (Thumbelina, Balto) en Fox (Once Upon a Forest, Ferngully) lieten zich niet onbetuigd. Hoewel sommige van deze films wel een succesje scoorden, bleken de meeste films vaak te ver af te dwalen van het pad dat door Disney was geëffend om grote blockbusters te kunnen worden: The Land Before Time en Balto hadden geen songs, Ferngully en Once Upon A Forest geen echte slechteriken en An American Tail niet eens een love story.
De makers van Anastasia besloten diezelfde fouten niet nog een keer te maken en kwamen dan ook met een film voor de dag die meer Disney is dan Disney zelf. Anya lijkt op een kruising van Ariel en Belle, Dimitri op een getekende versie van Leonardo DiCaprio en de sidekick van de slechterik, de kat Bartok, heeft meer dan één pennestreek mee van de hyena's uit The Lion King. Maar boven alles hebben Don Bluth en Gary Goldman de structuur en de muziek van de Disneyfilms millimeter voor millimeter gekopieerd. Wie de Foxfanfare mist aan het begin van de film, zal niet beter weten of hij heeft met een 'echte' Disney van doen.
Zoals bij de Disneystudio's tot voor de Alan Menkenperiode het geval was, werd voor Anastasia een beroep gedaan op een scoreleverancier en aparte songschrijvers. Op The Lion King na, was de muziek van de liedjes en van de score van alle recente Disneyfilms het werkt van één man: Alan Menken. Dit is echter, zelfs in de geschiedenis van Disney, een vrij ongewone zaak en alleen James Horner deed het hem voor met films als An American Tail en Once Upon a Forest. Voor de songs van Anastasia werd een beroep gedaan op Broadwayveteranen Lynn Ahrens en Stephen Flaherty (bekend van musicals als Once on This Island en Ragtime) en voor de score op componist en violist David Newman, zoon van de legendarische Hollywoodcomponist Alfred Newman en de broer van Thomas Newman, en de componist van scores voor films als The Phantom, The Flintstones, Hoffa, The War of the Roses, Matilda, Jingle All the Way en Out to Sea. Newman scoorde eerder al de Ducktales-langspeelanimatiefilm voor de Disneystudio's.
Sinds The Little Mermaid zijn de soundtracks van animatiefilms almaar commerciëler geworden. Bevatten de soundtracks van The Little Mermaid en Rescuers Down Under slechts de originele filmsongs en de volledige underscore, dan werd daar vanaf Beauty and the Beast een popversie van het liefdesthema aan toegevoegd. Op de cd van The Lion King werd de instrumentale muziek al beperkt tot zo'n goeie twintig minuten, terwijl er maar liefst drie popversies van songs (waarvan slechts één in de film te horen was) aan de originele muziek toegevoegd. De tweede cd van Hercules bevatte maar liefst acht popversies van originele songs, waarvan er niet één in de film te horen was.
Anastasia's soundtrack scoort niet veel beter. Ook hier werd een goeie twintig minuten muziek aan de cd toegevoegd die niet in de film te beluisteren valt, waaronder het best wel aardige At the Beginning (een duet van Richard Marx en Donna Lewis), en het middelmatige, voor een oscar genomineerde Journey to the Past (gezongen door Aaliyah). In een complete vlaag van zinsverbijstering moet iemand bij Atlantic Records gedacht hebbben: een film met Russische en Franse achtergronden, waarom geen Latinoversie van het hoofdthema toevoegen (wil iemand hier eens de logica van uitleggen?). Vandaar dat het laatste nummer op de cd (de 'bonus track') Viaje Tiempo Atras is geworden, een Spaanse versie van Journey to the Past door Thalia.
De originele songs zijn van betere kwaliteit, en passen perfect in de Disneytraditie zoals die de laatste jaren door Alan Menken is uitgestippeld. De twee songs van Anastasia (gezongen door Liz Callaway) zijn best wel mooi, met een fonkelende orkestrale begeleiding. Rasputins slechteriklied In the Dark of Night haalt bijlange na niet het niveau van Hellfire uit The Hunchback of Notre Dame (waarschijnlijk de beste slechterikkensong aller tijden) of van Poor Unfortunate Souls uit The Little Mermaid, maar weet toch tegelijk griezelig en grappig over te komen. Tot een waar dieptepunt zakt de cd met Paris Holds The Key: om de één of andere, volslagen onbegrijpelijke reden moet er één Frans getint lied in elke animatiefilm zitten. Na Never Say Never uit An American Tail, Poisson in The Little Mermaid, Be Our Guest in Beauty and the Beast, en ongeveer alles in The Hunchback of Notre Dame, is dit Paris Hold The Key ongeveer de meest verschrikkelijke song die je je kunt inbeelden. Het Franse nepaccent van Bernadette Peters is zo fake, en haar mooie zangstem wordt zo lelijk door de idiote intonaties, dat je je afvraagt wat Hollywoods fascinatie voor Frankrijk toch zou kunnen zijn.
Op de soundtrack vind je ook een twintigtal minuten score van David Newman. Newmans voor een oscar genomineerde score is fenomenaal goed, gescoord voor groot orkest en koor, met rijke lyrische melodieën en een mythische, Russisch aandoende orkestratie. De koorpassages zijn indrukwekkend en de grote finale is één van de mooiste stukjes muziek die ooit voor een animatiefilm zijn gecomponeerd. Newman maakt spaarzaam gebruik van het thematisch materiaal van Stephen Flaherty en zijn instrumentale score wordt twee keer onderbroken door reprises van songs.
Een eindverdict is natuurlijk moeilijk te vellen. Aan de ene kant is zowel de muziek voor de score als de muziek van de songs van een bijzonder hoge kwaliteit (één enkele uitzondering daar gelaten), maar aan de andere kant kun je je moeilijk van de indruk ontdoen dat dit eigenlijk maar een - degelijk gemaakte - carbonkopie is van de Disneyformule. Vanuit artistiek standpunt valt hier dan ook weinig vernieuwends of origineels te beleven, maar dat belet niet dat de soundtrack van Anastasia een mooie verzameling musicalsongs bevat en een degelijke, welisware korte onderscoresuite van David Newman. Het zal ons niet verbazen als deze muziek in maart een oscar voor beste filmmuziek krijgt, maar wie de Academy een beetje kent weet dat achter deze oscar eerder politieke, anti-Disneyredenen zullen zitten dan artistieke verdiensten. Voor romantici en tekenfilmliefhebbers is Anastasia echter een tractatie van jewelste, en de score zal vele romantische harten sneller doen slaan.