EXPLOSIEVE EFFECTEN UIT DIE-HARD-STAL

Om ter hardst

Dat de Die Hard-films nu niet bepaald doordrongen zijn van een subtiel realisme zal u wellicht ook niet ontgaan zijn. Geen alledaagse visuele standjes dus, maar evenmin een beeldenstorm waarbij we keer op keer onze FX-kennis kunnen bovenhalen, want was dat nu een speciaal effect of een stunt of was het echt?

Toen regisseur John McTiernan, en producers Lawrence Gordon en Joel Silver voor Die Hard een schermversie voor hun Nakatomi hoofdkwartier zochten mochten ze gebruik maken van het nieuwe (en toen nog steeds in aanbouw zijnde) Fox Plaza gebouw in Los Angeles.

Toen er echter sprake van was om de top van dit vierendertig verdiepingen hoge juweeltje in een vuurbal te veranderen, en de derde verdieping door middel van een grote explosie opnieuw te decoreren moesten ze noodgedwongen naar een iets minder destructieve manier zoeken om hun filmfantasieen te realiseren. Ze kwamen terecht bij Boss Film Corporation (Ghostbusters, 2010, Poltergeist II, en later ook nog Batman Returns, Cliffhanger en Species) met de legendarische Richard Edlund aan het hoofd.

De film was nu niet bepaald een effectenfilm en het werk van Boss moest dan ook de discretie zelf zijn. Laten we daarom drie sleutelscenes uit de film wat nader analyseren.

Nadat de terroristen een politievoertuig hebben vernield, krijgt John McClane (Bruce Willis) het op zijn heupen en dumpt een explosieve stoel in een liftkoker. De ontploffing zorgt niet alleen voor een reuzengrote vuurbal in de koker zelf, maar laat ook weinig heel van de derde verdieping.

In werkelijkheid was de stoel een model dat voor een blue-screen werd gefilmd, terwijl de liftkoker een miniatuur met geforceerd perspectief was. Bij een geforceerd perspectief-model gaat men in feite verschillende schalen combineren om het model, vanuit de juiste positie bekeken, groter te doen lijken.

Bij de liftkoker werd de kant tegenover de camera veel kleiner gemaakt, zodat de toeschouwers de wanden naar een denkbeeldig vluchtpunt zien lopen, en hiermee een grote afstand associeren. Pure zinsbegoocheling dus want het model was in feite 'maar' acht meter hoog.

McTiernan wilde de resulterende vuurbal naar boven toe sneller doen bewegen, en daartoe liet men de camera aan een variabele snelheid filmen. Men startte bij honderd beelden per seconde, om op het einde nog aan zo'n 20 beelden per seconde te filmen. Wanneer men dit nu op normale snelheid afspeelt worden die eerste beelden over een langere tijd verspreid, en verplaatst het vuur zich dus trager. Om een voldoende klaarheid te krijgen moest men trouwens meerdere opnames met elkaar combineren.

De ontploffing van de derde verdieping (waarbij alle ramen er aan moesten geloven) was gebaseerd op een gelijkaardig effect uit de film Legal Eagles (met Robert Redford en Debra Winger). Men begon met een opname op locatie waarbij men op die verdieping honderden sterke lampen installeerde, en deze op het ogenblik van de detonatie tegelijkertijd deed ontbranden. Samen met rook en reflecties op een vochtig gemaakt wegdek zorgde dit voor een realistische interactie van de ontploffing met de omgeving.

Daarna maakte men een (zwarte) replica van een deel van het gebouw waarbij men achter de ramen grote ontploffingskasten plaatste. De opgenomen ontploffing kon men nu combineren met de opnames die op locatie werden gemaakt. En te bedenken dat men er aan gedacht heeft om de derde verdieping met echte explosieven te bewerken!

Een tweede memorabele sequentie speelt zich af op het dak waar de gijzelaars naartoe worden gejaagd om er met helikopters te vertrekken. De bedoeling van de terroristen is echter om het dak - en hiermee ook de gijzelaars - tot ontploffing te brengen, om daarna het hazepad te kiezen. Maar opnieuw is het de tot held gebombardeerde McClane die roet in het eten komt gooien. De helikopters, met een aantal domme FBI-agenten aan boord, werden wegens het gevaar afzonderlijk gefilmd en later met de opnames van de gegijzelden gecombineerd.

Voor de meer explosieve scenes werd echter een radiobestuurd model ingezet dat op een bestaand zelfbouwpakket was gebaseerd, en dat werd aangepast om op het juiste ogenblik in stukken te breken en in vlammen op te gaan. Ook de top van het gebouw werd in een model nagebouwd (5 meter hoog) zodat de vernietiging 'live' gefilmd kon worden. De helikopter moest in drie etappes vernietigd worden, en hiervoor werd een timer gebruikt zodat de explosies met een tussenperiode van vier duizendsten van een seconde plaats vonden.

De eerste ontploffing werd op gang gebracht door het losrukken van een kabel die tussen de helikopter en het miniatuurdak was gespannen. Dit alles werd met een hoge-snelheidscamera opgenomen en zorgvuldig ontworpen om met de door Al Di Sarro georkestreerde live-ontploffingen overeen te komen.

Tenslotte bekijken we nog even het niet erg benijdenswaardig einde van de meester-terrorist Gruber (een prachtrol van Alan Rickman).

Niettegenstaande een pijnlijke rug liet de acteur zich hiervoor op een uit blauw materiaal vervaardigd luchtkussen vallen, zodat niemand hem als een softie kon bestempelen. Echte mannen doen hun stunts immers zelf! Dit werd aan 300 beelden per seconde gefilmd, maar vermits het niet haalbaar was om de acteur tijdens zijn val in focus houden haalde men er een sport-cameraman bij die een uniek systeem had uitgedokterd. Richard Vye had immers een computergestuurd focus-mechanisme dat hij kon koppelen aan de filmcamera.

Met zijn videocamera zorgde hij ervoor dat hij een oor van Rickman in focus kon houden (geloof het of niet), en de positie van zijn lens werd via een computer (een Apple) naar de filmcamera gestuurd die daarna met behulp van een motor op de lens werd scherp gesteld. Dit beeld werd dan gecombineerd met live-opnames.

Vond u het trouwens ook zo moedig dat Bruce Willis voor een karig loon op zijn blote voeten rondliep? De echte oenen hebben dit ongetwijfeld ook geprobeerd en zijn nu nog steeds herkenbaar aan hun met glas doorzeefde voeten. Willis was echter iets slimmer en liet voetafdrukken maken, waarmee men dan schoenen/kousen maakten in de vorm en de kleur van zijn voeten. Voor detailopnames deed meneer dan wel zijn sloffen uit.

Als Die Hard al een logistieke nachtmerrie was, dan was Die Hard 2 een kudde nachtmerries. Het script vroeg immers om een besneeuw vliegveld, en regisseur Renny Harlin zal het geweten hebben. Toen men de avond voor de eerste draaidag op locatie aankwam lag er een gezellig laagje sneeuw, zodat de Fin zorgeloos in bed kroop. De volgende dag echter was de sneeuw verdwenen en had plaats gemaakt voor een groen tapijt. En dat was nog maar het begin, want het weer zou blijven tegenwerken.

Om het sneeuwprobleem op te lossen werden verschillende invalshoeken bestudeerd. Men kon niets gebruiken dat ook maar enigszins de natuur zou aantasten, en dus waren de klassieke plastieken sneeuwvlokken en andere natuuronvriendelijke sneeuwsubstituten uitgesloten. Onder het motto 'Voor Star Wars moesten ze toch ook onze planeet niet verlaten' zocht special effects coordinator Al Di Sarro verwoed naar een oplossing. Hij haalde er Bob Graham van Graham Enterprises bij die zich verdiepte in zeepdetergenten en -vlokken. Hij vond de or iginele bio-afbreekbare formule voor zeep, en begon als een bezetene zeepvlokken te maken op een oude machine. Hij (wel, hij niet alleen natuurlijk) maakte er in totaal zo'n 45 ton, en dit enkel om de vallende sneeuw te simuleren! Voor de sneeuw op de grond liet men speciaal ijs-malers overkomen om per dag zo'n 100 ton te malen en over de landingsbanen uit te strooien.

Het zal u natuurlijk allemaal worst wezen, want u wilt weten hoe men al die vliegtuigen in de lucht kreeg! Wel, Industrial Light and Magic zorgde hier voor de magie. Een horde echte vliegtuigen filmen is immers geen sinecure, zeker als men ze in een sneeuw storm wil plaatsen. Daarom werden verschillende modellen gemaakt, van 7 meter lange 747's tot een F-4 straaljager met een spanwijdte van 1.2m. Omdat men de vliegtuigen in de wolken wilde filmen kon men echter geen beroep doen op blue-screen technieken (buiten enkele scenes), en dus besloot visual effects supervisor Michael McAlister om een meer praktische werkwijze te volgen.

De modellen werden aan verschillende kabels opgehangen die via afstandsbesturing konden gemanipuleerd worden, waardoor het vliegtuig ter plaatse kon bewogen worden. Om nu de voorwaartse beweging te suggereren blies men rook langsheen het vliegtuig en filmde men met een op een kraan gemonteerde camera alsof men in een ander vliegtuig zat. Ook door een camera op een wagen te plaatsen en zo onder de vliegtuigen door te rijden kon men een gevoel van snelheid creeren.

De meest spectaculaire sequentie is ongetwijfeld de crash van de DC-8 met 230 passagiers aan boord. Oorspronkelijk had men heel wat opnames gemaakt in het vliegtuig zelf om zo de reacties van de inzittenden op pelicule te kunnen vastleggen. Deze beelden bleken echter iets te hard (lees: het vliegtuigtoerisme had wel eens een deuk kunnen krijgen; het Jaws-effect dus) en dus besloot men die tot een minimum te beperken. Volgens het script probeerde de piloot van het vliegtuig op het laatste nippertje nog op te trekken, en dit moest zichtbaar zijn in de met miniaturen opgenomen crashscene. Een kabelglijbaan werd geinstalleerd waarover het zeven meter lange model via ringen aan de vleugeltippen naar beneden kon glijden.

Met een kabel aan de staart kon men de neus beweging beinvloeden, terwijl men met een vierde kablel de DC-8 naar zijn eindbestemming trok. Het model was echter zo goed gemaakt dat het bij de minste voorwaartse snelheid ook daadwerkelijk wilde vliegen in plaats van zich op de gewenste plaats in de grond te boren. Daarom werd op de exacte plaats een haak in de grond geslagen waardoor de trekkabel liep. Om het vliegtuig na de impact ook vrijelijk uit elkaar te laten spetteren zorgde men voor automatische kabelsnijders die op het ogenblik van de touch-down alle onnatuurlijke verbindingen met de buitenwereld lossneden.

De crash zelf bestond uit drie delen: het neerkomen op de grond met de neus omhoog, het verder glijden over de landingsbaan, en het ontploffen van het vliegtuig. Dit laatste gebeurde in etappes, en ook hier was het een kabel die de ontsteking op gang bracht. De kabels werden tenslotte met behulp van de computer verwijderd.

Nu iets alledaags, maar toen nog redelijk revolutionair, want voor het eerst gebruikt in Back to the Future II. Niet alleen dit burgervliegtuig moest eraan geloven, ook de militaire C-130 (in feite een gewijzigde C-123) waar de heisa om begonnen was ging in de vlammen op. Hiervoor werd een levensgroot model gemaakt, en opgeblazen. Vlak voor de ontploffing kan John McClane zich echter met een schietstoel uit de voeten maken. Nogal overdreven, maar het zorgt wel voor leuke plaatjes.

Bruce Willis werd hiervoor in een echte schietstoel geplaatst en voor een blauw scherm gefilmd, waarna dit later met het ontploffend vliegtuig werd gecombineerd. Om de kijker er toch van te overtuigen dat de scene echt is zorgde men ervoor de McClane steeds in focus blijft, terwijl de achtergrond steeds onscherper wordt.

De laatste scene die we hier bekijken, is misschien wel, op technisch gebied dan, de belangrijkste. Op het einde zien we immers hoe alle vliegtuigen zich aan de grond hebben gezet, en terwijl John en Holly McClane (Bonnie Bedelia) herenigd worden trekt de camera zich langzaam terug. De seène opnemen met echte vliegtuigen was financieel uitgesloten, en daarom greep men terug naar de meest voor de hand liggende techniek, nl. een matte painting. Door hierin plaatsen open te laten is het mogelijk om live actie met dit stilstaand beeld (een schilderij op glas dus) te combineren. De scene was echter te complex (35 seconden, wat voor een matte painting bijzonder lang is; zes live actie delen; en bijkomende elementen zoals rook en knipperlichten) en men zou een schilderij van 10 op 4 meter nodig gehad hebben. Daarbij zou de zoom het geheel nog extra ingewikkeld gemaakt hebben. Daarom besloot men de computer in te zetten (tegenwoordig doet men bijna niets anders meer).

Yusei Uesugi schilderde het geheel, waarna het in de computer (een Macintosh II) werd ingescand. Om de hoeveelheid gegevens toch enigszins te beperken scande men op vier verschillende resoluties. Het midden, van waaruit de omgekeerde zoom vertrekt werd op de hoogste resolutie ingescand, terwijl de randen een mindere resolutie toegemeten kregen. Op het ogenblik dat we de randen te zien krijgen zijn we immers al zo ver uitgezoomd dat de resolutie nog hoog genoeg is. Voor u is dit misschien een detail, en minder spectaculair dan de ontploffing van een C-130, maar het zijn wel dergelijke doorbraken die Jurassic Park en Casper mogelijk hebben gemaakt.