PORTRET DEAN RAY KOONTZ

Veelschrijverij de strekkende meter

Dean Ray Koontz: kalend voorhoofd, weelderige snor, lange bakkebaarden en ogen zo donker als de nacht. Achter zijn naam prijken meer dan vijftig romans, goed voor 125 miljoen verkochte exemplaren in 31 talen. En ook Hollywood is niet vies van hem.

Het verhaal van Dean Ray Koontz, op 9 juli 1945 in Everett geboren, is het verhaal van armoede en alcohol. Geen geld voor een behoorlijke jeugd en een vader, Ray Koontz, die de dagen vooral doorbracht met overdadig drinken. Dean Koontz zag maar één uitweg: schrijven, veel schrijven. Hij verkocht zijn eerste verhaal toen hij nog school liep en op zijn 25e verjaardag waren meer dan tien verhalen gepubliceerd. In 1966 huwde hij met Gerda Ann Cerra. Op hun spaarboekje hadden ze vijfhonderd dollar staan. Niet moeilijk dus dat kwantiteit het in het vroege werk van Koontz haalt van kwaliteit. Met sciene fiction verhalen als Star Quest, Fear That Man en The Fall of the Dream Machine moest hij vooral rekeningen, onderdak en eten kunnen betalen. Hij bleef het SF-genre trouw tot in 1972.

Dat jaar beschouwt Koontz als de start van zijn echte schrijverscarrière. Hoewel hij romans aan de strekkende meter bleef publiceren (in 1972 bijvoorbeeld elf!), werd de kwaliteit beter, zoals in Chase, het verhaal van een getraumatiseerde Vietnamveteraan. Met Hanging On uit 1973 belandde Koontz in het 'mainstream' en suspense genre. De doorbraak bij het grote publiek kwam er pas in de jaren tachtig met Whispers (1980), Phantoms (1983), Darkfall (1984) en vooral Strangers (1986). Dat was ook de periode dat zijn aliassen beetje bij beetje werden ontsluierd. Koontz schreef immers onder negen pseudoniemen: David Axton, Brian Coffey, Deanna Dwyer, KR Dwyer, John Hill, Leigh Nichols, Antony North, Richard Paige en Owen West.

Filmliefhebbers kennen Koontz wellicht het best door Jon Hess' verfilming van de roman Watchers (1987), met Corey Haim en Barbara Williams in de hoofdrollen. Watchers II uit 1990 van Thierry Notz was meer een remake dan een sequel, maar werd door de critici wel beter onthaald. Dat kan niet gezegd worden van Watchers III, een gedrocht dat verleden jaar het licht zag en waartegen Koontz een proces inspande. Watchers III staat vol van Ed Wood toestanden en het feit dat Roger Corman uitvoerend producent is, verklaart veel: twaalf (!) opnamedagen, een mini-budget en een monster dat werd samengesteld uit de resten van een vorig Corman-misbaksel, Carnosaurus.

Overigens is Koontz ook niet te spreken over weer een verfilming van een boek, Hideaway van Brett Leonard (die het ook al aan de stok had met Stephen King en diens Lawnmower Man). Leonard zou van de film de volmaakte antithese van Koontz' werk gemaakt hebben. Met de Douglas Jackson verfilming van Whispers uit 1990 (met Victoria Tennant in de hoofdrol) kun je dan weer wel tevreden zijn. De beste Koontz-verfilming blijft echter Demon Seed uit 1977 van Donald Cammell over een computer (de stem van acteur Robert Vaughn) die besloten heeft om de wereld te veroveren. Iets waar Koontz trouwens in geslaagd is: 125 miljoen exemplaren, dat verkoop je niet zomaar.