Het kwaad heerst als een zware doem op Fallen, een duistere, ongure, bijna nihilistische prent van de hand van Gregory Hoblit, de beeldenschieter van Primal Fear uit 1996. Het is een film die handelt over incubussen en demonen; over angsten en hoop; over het einde der tijden en het laatste oordeel. En over handlangers van God, die onvrijwillig de strop om de hals rijgen in de strijd voor het goede. In Fallen (verwijzing naar de gevallen engel) wordt die rol met veel weemoed vertolkt door een dappere Denzel Washington, die de rol van detective John Hobbes speelt. Na een lange lijdensweg is hij er in geslaagd een moordenaar, Edgar Reese (Elias Koteas), te klissen.
Edgar Reese wordt (terwijl hij Time Is On My Side van The Rolling Stones zingt) ter dood veroordeeld en Hobbes gaat terug aan het werk, samen met zijn jolige partner Jonesy (John Goodman), maar het moorden gaat verder - geheel in de stijl van Reese. Luitenant Stanton (Donald Sutherland) denkt dat de moorden door een copycat-killer gepleegd worden, of dat er mogelijk een politieagent van binnenuit aan het moorden is gegaan. Hobbes gelooft dat niet, en baant zich op zijn eentje een weg doorheen het duistere bos van de misdaden. Zo komt hij terecht bij Gretta Milano (Embeth Davidstz), een professor in de theologie, wiens vader ook politieagent was, maar een tijd geleden zelfmoord pleegde omdat hij onterecht van een moord beschuldigd werd. Gretta vreest dat Hobbes dezelfde kant zal opgaan als haar vader en raadt hem aan de zaak te laten vallen.
Langzaam maar zeker (zoals dat in goed opgebouwde films gaat) ontrafelt Hobbes een even afschrikwekkend als onmogelijk geheim, dat een verklaring biedt voor het kwaad in de wereld. De vondst van oscarwinnend scenarist Nicholas Kazan (Reversal of Fortune) grijpt naar de keel en perst langzaam alle lucht weg: adembenemend. Meer dan wat voor soort horror ook, is dit angstaanjagend: dat het kwaad in de mens zelf zit en dat het door een simpele aanraking verder gegeven kan worden. Méér hierover uit de doeken doen zou een doodzonde zijn. De film heeft het recht zijn eigen verhaal te vertellen. In plaats van op het einde als een plumpudding in elkaar te zakken, weet regisseur Gregory Hoblit de nerveuze onrust vast te houden. Pas op het laatst wordt de clou van het verhaal weggegeven. Zonde ook dat de film nét enkele seconden te lang duurt. Regietechnisch heeft Hoblit enkele mooie domino-scènes doorheen zijn film geweven. Hij weet hoe je beelden aan elkaar kunt plakken tot een intrigerend verhaal.
Volledig in de traditie van een Seven of een Kiss the Girls, druipt de sfeer in grote druppels van Fallen af. De locaties in Philadelphia (geschoten door Newton Thomas Sigel) hebben een donker, koud en gotisch karakter en stemmen de film tot op de halve noot. Donkere stegen; vallende schaduwen; onophoudelijke regenbuien - méér heb je echt niet nodig om te insinueren dat het kwaad met een lodderig oog om de hoek loert. Jammergenoeg wordt de sfeer meer dan eens onderbroken door een misplaatste voice-over, die weliswaar een cruciale rol speelt in het verhaal, maar de film wel een onnodige toon van zwaarwichtigheid meegeeft. En voice-overs horen nu eenmaal voorbehouden te zijn aan de stem van Morgan Freeman. Dat is ook het grote nadeel van Denzel Washington in de rol van John Hobbes: hij lijkt op een magerdere versie van het poëtisch Sommerset-personage van Freeman uit Seven.
Genre: Thriller
Speelduur: 2u00
Regisseur: Gregory Hoblit
Acteurs: Denzel Washington, John Goodman, Donald Sutherland, Embeth Davidtz, James Gandolfini, Elias Koteas