PORTRET DANIEL DAY-LEWIS

Engelsman wordt Ier

Daniel Michael Blake Day-Lewis werd op 29 april 1957 geboren te Londen. Hij is het tweede kind van dichter Cecil en diens tweede vrouw en actrice Jill. Mama's genen leverden niet alleen een goede portie schoonheid op, ook de liefde voor film moet ongetwijfeld via diezelfde weg zijn doorgegeven. Grootvader langs moederkant was bovendien Sir Michael Balcon, hoofd van de Britse Ealing studio's.

Daniel is veertien op het ogenblik van zijn filmdebuut in Sunday Bloody Sunday (1971) van John Schlesinger. Hij studeert dan aan de Bristol Old Vic School. Deze toneelschool, maar ook zijn acteerwerk voor de Royal Shakespeare Company, zorgen er voor dat we hem pas opnieuw in 1982 op het witte doek zien verschijnen met een - intussen volwassen - bijrolletje in Ghandi. Maar Daniel is van alle markten thuis. De Britse Televisie neemt hem aan voor een rol in Frost in May en in How Many Miles to Babylon?

Het duurt tot 1984 vooraleer we hem in zijn eerste volwaardige bijrol zien als Fryer in The Bounty. Twee jaar later speelt hij in drie prenten: in de Brits-Franse prent Nanou, maar veel belangrijker is de flomboyante vertolking van een punk-rocker in My Beautiful Laundrette en zijn Victoriaanse rol in het Merchant-Ivory produkt A Room With A View. Voor deze laatste films die in New York op eenzelfde dag gereleased werden, gaven de New York Film Critics hem de prijs van Best Supporting Actor. Bovendien blijft hij in die jaren eveneens op de toneelplanken meer dan actief. In Another Country (1982-1983), Dracula (1984) en de Futurists (1986) zet hij opmerkelijke prestaties neer.

Voor velen aan deze zijde van de plas kwam hij pas in de spot te staan met zijn rol als Tomas in Philip Kaufmans verfilming van The Unbearable Lightness of Being (1988). Komische rollen liggen hem blijkbaar niet zo want Stars and Bars uit hetzelfde jaar flopt dan weer. Het filmjaar 1989 wordt Daniels succesjaar. My Left Foot, waarin hij de aan MS lijdende schrijver en kunstenaar Chrysty Brown speelt, leveren hem een oscar op als Beste Acteur. Regisseur Jim Sheridan kan zijn nominatie voor de film niet omzetten in een beeldje. Tegelijk schitterde hij op de planken van het Nationaal Theater in Richards Eyre bewerking van Hamlet. Fysische uitputting bleek onafwendbaar en van 1989 tot 1992 verdwijnt hij zowel van de planken als van het doek. De bedstee van Isabella Adjani moet ongetwijfeld veel warmte en rust gebracht hebben. Zoon Gabriel-Kane ziet het aardse licht op 9 april 1995. Op dat ogenblik is hun relatie wel al verleden tijd.

Een tweede oscarnominatie volgt dan in 1993 met zijn prestatie van Gerry Conlon in het ware verhaal van vier mensen die ten onrechte 15 jaar vast zitten voor een moorddadige aanslag. In The Name of The Father is overigens Daniels tweede samenwerking met Jim Sheridan geweest The Boxer zal beiden opnieuw verenigen met weerom de IRA-kwestie als thematiek. Het ziet er naar uit dat het Ierse probleem hem nogal nauw aan het hart ligt. In 1993 vraagt hij immers het Iers burgerschap aan en verhuist hij naar County Wicklow in Ierland.

Intussen figureerde Day-Lewis ook in het verdeeld onthaalde maar erg succesvolle The Last Of The Mohicans (1992) en in Martin Scorseses The Age of Innocence (1993). Vorig jaar was hij nog te zien als de puriteinse John Proctor in Arthur Millers The Crucible. Zijn rol als bokser Danny Flynn die na 14 jaar gevangenschap opnieuw wil aanknopen met het oude leven maar niet meer met de IRA, is naar gewoonte doorwrocht en stevig voorbereid maar niet echt vergelijkbaar met vroegere prestaties. Toch zal het niets afdoen aan zijn 25e plaats in de Empire Top 100 Movie Stars of All Time.