Veel regisseurs maken gebruik van de door filmmuziekcomponisten o zo gehate 'temp track', een tijdelijke score van (meestal) klassieke muziek die tijdens de montage op de beelden wordt gezet om de componist een idee te geven van waar zijn muziek moet komen en welk effect er mee moet worden bereikt.
Veel componisten zijn van mening dat het gebruik van temp tracks hun creativiteit aan banden legt en dat de regisseurs eigenlijk niets liever willen dan een 'kopie' van de temp track in plaats van een originele score.
Soms raakt een regisseur zelfs zó aan de temp track gewoon, dat hij besluit die te gebruiken in plaats van de nieuwe muziek van de ingehuurde componist. Een goed voorbeeld daarvan is 2001: A Space Oddeysey (1968) van Stanley Kubrick, waarbij de regisseur besloot de (meesterlijke) score van Alex North niet te gebruiken en in de plaats daarvan de hopeloos belachelijke Strauss-walsen van de temp track bij de beelden te laten.
Star Wars-regisseur George Lucas had voor John Williams een temp track klaar met muziek van Wagners Lord of the Rings-saga, Mendelssohns A Midsummer Night's Dream en (vooral) The Planets van Gustav Holst. Dat het werk van deze drie componisten duidelijk in de score van Star Wars is terug te horen lijdt geen twijfel, maar de nauwgezetheid waarmee John Williams de verschillende motieven voor de score heeft uitgewerkt heeft ervoor gezorgd dat hij deze klassieken geenszins geplagieerd heeft, hoogstens zich erop geïnspireerd.
John Williams heeft zelf gezegd dat hij geen gebruik wilde maken van klassieke muziek, zoals in 2001, omdat op die manier de score geen 'thematische eenheid' kan vormen die een uitgewerkte evolutie binnen het drama weergeeft.
Hij wilde bovendien geen gebruik maken van synthesizers of computer-geluiden: de beelden waren al buitenaards genoeg; hij wou het publiek enige wereldse houvast geven aan de hand van de score.
Dat de score van Star Wars niet zomaar maatwerk was, liet hij zien in de twee vervolgdelen, The Empire Strikes Back (1980) en Return of the Jedi (1983), waarvoor hij telkens nieuwe thema's ontwikkelde naast de basiselementen uit de originele score. En in het zelfde jaar als Star Wars, schreef hij nog de muziek voor een andere science fiction- film, Close Encounters of the Third Kind van Steven Spielberg, waarvoor hij de leitmotief-methode van Star Wars overboord gooide en een zorgvuldig uitgewerkte, erische soundtrack componeerde.
Waarom Star Wars zo immens populair is? Hoewel in filmmuziek-middens de score natuurlijk alom bewonderd wordt omwille van de knappe structuur en het geniale gebruik van het leitmotief, ligt de echte reden natuurlijk elders: het melodische Star Wars-thema - dat ondertussen al honderden keren verkracht werd op telkens weer andere synthesizer-verzamel-c.d.'s - is dé grote kracht van Star Wars. Net als Vangelis' Conquest of Paradis vandaag, stond het instrumentale hoofdthema in 1977 wekenlang op nummer één in alle hitparades ter wereld. En mensen hebben het Star Wars-dubbel album om dezelfde reden gekocht waarom ze zich nu 1492 aanschaffen: omwille van die ene ohrwurm, dat deuntje dat in je hoofd terecht komt en er dan met geen stokken meer uit te kloppen valt.
Door de nieuwe thema's van de vervolgdelen (het Yoda- en het Darth Vader's thema in The Empire Strikes Back en de Ewoks-parade en het Luke and Leia-thema in Return of the Jedi) is Williams er in geslaagd van Star Wars niet zomaar een one-night-stand te maken: de Star Wars-trilogie is met recht en rede één van de grootste werken uit de filmgeschiedenis.
Volgend jaar begint George Lucas met het draaien voor de volgende drie delen van Star Wars (prequels aan de eerste trilogie), dat uiteindelijk negen deel moet tellen, en ook voor deze films gaat John Williams de muziek schrijven. Meer nog, na zijn werk voor Oliver Stones Nixon-biografie, is dat zijn volgende opdracht. Fans overal ter wereld wachten in spanning...