Op het Festival van de Animatiefilm hadden we een uitgebreid gesprek met Hal T. Hickel van Industrial Light and Magic. Na jarenlang met stop motion amimatie te hebben gewerkt, maakte hij juist op tijd de grote overstap naar de computer. Hij mocht meteen bij Pixar beginnen toen ze volop aan Toy Story bezig waren, en toen hij de kans schoon zag, vertrok hij naar ILM om er aan The Lost World mee te werken. Die film is trouwens genomineerd voor een oscar voor de beste visuele effecten.
In het eerste deel van dit interview (dat vorige week verscheen) hadden we het over zijn carrière en The Lost World. In dit tweede deel probeerden we informatie los te weken over de nieuwe Star Wars films (de Prequels), en polsten meteen ook naar de werksfeer bij ILM. En we hadden het toch nog even over een aantal technische aspecten van het fx-werk.
MOVIE: In een film zoals The Lost World heb je poppen en computeranimatie. Hoe wordt beslist wanneer men welke techniek gebruikt?
HAL HICKEL: Wel, in een perfecte wereld zou men enkel beslissen volgens de combinatie van wat men nodig heeft in het shot, versus de mogelijkheden van de techniek. De stelregel is: wanneer het mogelijk is, wordt the real thing gebruikt, omdat de acteurs erop kunnen reageren. Je krijgt veel zaken gratis, zoals de belichting en de texturen die er automatisch goed uitzien. Wanneer ze rondlopen, dan kunnen het geen animatronics-pop zijn, en moeten we er CG van maken. Dat is een eenvoudig voorbeeld. Maar er spelen ook andere zaken mee. Soms plant men iets om op een bepaalde manier te filmen en dan blijkt dat niet goed te werken en moet je iets anders verzinnen. Of er worden zaken geïmproviseerd op de set. Soms kunnen die shots gedaan worden met de animatronics die op de set aanwezig zijn, of soms kunnen ze het zo niet doen, en dan worden het CG-shots. Het hangt dus van verschillende factoren af. Ik vond dat de film de twee technieken goed integreerde. Zoals die scène met de twee T-Rexen en die trailer, die was heel mooi. Ik was heel sterk onder de indruk van hoe die enorme machines bewogen.
MOVIE: Zag u de machines zelf op de set werken?
HAL HICKEL: (teleurgesteld) Neen, ik kon er niet naar toe om dat te zien. Ik was wel graag gegaan (lacht).
MOVIE: Jurassic Park was revolutionair, maar welke nieuwe technieken werden gebruikt bij The Lost World, en wat was de grote technologische doorbraak?
HAL HICKEL: (denkt na) Het was meer een verfijning, een uitbreiding van wat er in Jurassic Park werd gedaan, dan een volledig nieuwe techniek. Het was vooral een kwestie van een meer uitgebreide en directere interactie van de dinosauriërs met de mensen. Niet zomaar mensen die hen achterna ziten, maar echte interactie. We zorgden voor interactie in meer gecompliceerde, geloofwaardigeren manieren. En het was ook een uitbreiding van de hoeveelheid. Niet zomaar een dinosaurus en een mens, maar volledige horden, meer activiteit dus in het algemeen. Voor ons was het dus een kwestie van complexiteit en hoeveelheid. Maar voor de schrijvers van de film, of toch tenminste voor Spielberg, was er ook het feit dat we de dieren reeds eerder gezien hadden, en kwam het er op neer om iets met die dieren te doen dat het interessanter maakte. Tussen Jurassic park en the Lost World waren er Dragonheart, Jumanji en al die andere projecten die hielpen om de verschillende hulp-programma's te verbeteren en uit te breiden. Het was dus geen gloednieuw iets. Gewoon meer en beter (lacht). Hopenlijk...
MOVIE: Wel, daar wil ik iets over zeggen.
HAL HICKEL: (lacht)
MOVIE: Vorig jaar had je bijvoorbeeld Batman and Robin... Leuke special effects en zo, maar het verhaal was totaal verdwenen. Is dat geen probleem voor jullie?
HAL HICKEL: Het is niet wenselijk, maar ik denk dat veel van de mensen die in de industrie werken tot op zekere hoogte vrede hebben genomen met het feit dat dat vaak blijkt te gebeuren met effects films. Special effects films die intelligent en goed geschreven zijn, zijn eerder zeldzaam. De films waar ik mee ben opgegroeid, en die mijn interesse in special effects hebben aangewakkerd, Jason and the Argonauts en The 7th Voyage of Simbad, zijn fantastische avonturen, maar ze zijn geen Citizen Kane. Voor mij was het altijd de fascinatie van de monsters en de combinatie met live actie die mij interesseerde. Vandaag de dag heb ik nog steeds veel plezier in het creëren van dergelijke illusies, al besef ik dat ze in dienst staan van iets dat intelligenter kon zijn. En dat is niet wat ik wil, maar veel van ons hebben er vrede mee genomen dat het niet altijd voor een prachtige film kan zijn. We zouden willen dat elke film waar we aan werken intelligent zou zijn, en iets meer in zich zou dragen dan gewoon spektakel, maar dat is niet de realiteit.
MOVIE: Hebt u een bepaald shot voor ogen dat u graag gedaan zou hebben?
HAL HICKEL: Van om het even welke film?
MOVIE: Ja.
HAL HICKEL: Er was heel veel werk in Starship Troopers dat ik heel goed vond. De animatie van de insecten vond ik fantastisch, absoluut fantastisch.
MOVIE: Het werd ook gedaan door stop motion animatoren.
HAL HICKEL: Inderdaad, met hun input device (een systeem waarbij men een pop maakt van het monster, waarbij men de positie van de gewrichten kan uitlezen met de computer. Wanneer de pop beweegt beweegt het model in de computer ook mee, nvdr.)
MOVIE: Motion capture werd gebruikt bij Titanic, en voor Jurassic park gebruikte men Digital Input Devices. Hoe ziet u die technieken evolueren?
HAL HICKEL: Het hangt af van de studio of ze motion capture willen gebruiken voor bepaalde soorten karakters. Wij gebruiken momenteel bijna geen Digital Input Devices. Ik denk dat men er recentelijk mee geëxperimenteerd heeft voor een aantal projecten, maar normaal gebruiken we ze niet. Ik weet dat ze ze bij Tippett (de studio die Starship Troppers heeft gemaakt, nvdr) uitgebreid gebruiken. Na Jurassic Park zijn we gestopt ze te gebruiken omdat de animatoren van ILM die aan die film gewerkt hebben goed werk konden verrichten zonder, en ze comfortabel waren om zo te werken. Voor ons is die technologie dus niet echt zo'n belangrijke factor. Motion capture blijft een beetje de onbekende, maar de techniek wordt wel actief onderzocht, en zal zeker op snelheid komen voor het gebruik bij bepaalde soorten karakters. Maar wij blijven animeren op de computer zelf. Het is gewoon een ander hulpmiddel. Het komt er gewoon op neer om de juiste techniek op het juiste ogenblik te gebruiken.
MOVIE: Aan welke projecten werkt ILM momenteel, buiten de Prequels?
HAL HICKEL: We werken aan Small Soldiers voor Joe Dante, en ik weet niet over wat ik nog mag praten. We ontwikkelen momenteel voor verschillende andere projecten, maar ik denk niet dat ik daar nu over mag praten.
MOVIE: Waarom is dat zo een geheim?
HAL HICKEL: Wel, het is meer voor onze cliënten. Neen, het is waarschijnlijk een combinatie van factoren. Er is de competitie met andere huizen: zolang je het contract niet binnen hebt praat je er best zo weinig mogelijk over. En ook voor de cliënten: meestal doen ze heel geheimzinnig over het stadium waarin het project zich bevindt, en met wie ze erover spreken. Dus we worden gevraagd om er discreet over te zijn. (lacht)
MOVIE: ILM is zeer groot geworden, ik geloof dat er 900 mensen werken.
HAL HICKEL: Ik denk iets meer.
MOVIE: Is het geen fabriek geworden?
HAL HICKEL: Ik heb mij daar ook veel zorgen over gemaakt, vooraleer ik er naartoe trok. Maar ik ondervind het niet als een fabriek. Eén van de redenen is dat het bedrijf misschien wel meer dan 900 mensen tewerkstelt, maar aan elke productie werk je maar met een beperkte groep. Aan elk project werk je met je animation supervisor, de regisseur van de film etc... Je hebt dus niet te maken met 900 mensen. En dat is dus een normale situatie, het is te overzien. Ik heb dus nooit het gevoel dat ik in een groot bedrijf werk. De enige ogenblikken waarop ik dat voel is wanneer we een bedrijfsvergadering hebben, en je iedereen samen ziet. En dan denk je: 'Waw, wie zijn al die mensen?'. Mensen vragen mij: 'Wel, is het waar dat je maar een bepaald deel van een dier animeert'. En dat is dus niet zo. Mijn ervaring, net als dat van de andere animatoren die ik daar ken, is dat je karakters animeert, net zoals overal elders. Door het fx-werk zijn er vaak externe beprekingen, zoals ik al heb gezegd, maar ik denk dat elk soort animatie dat wel heeft. Pixar was iets vrijer omdat we geen achtergrondbeelden hadden waarmee we moesten overeenkomen, maar er zijn steeds wel continuïteitsoverwegingen, en zaken die de regisseur wil.
MOVIE: Ik las ergens dat voor Forrest Gump één iemand een ping-pong bal had zitten animeren gedurende twee tot drie maanden. Is het zo dat je sterk beperkt bent in wat je kan doen?
HAL HICKEL: Ik heb dat nog niet zo ervaren. Ik heb een brede waaier van taken. Ik animeer enkel, ik doe geen belichting, of maak geen texturen, maar als ik daarin plots sterk geïnteresseerd zou worden, dan zou ik die zaken daar kunnen leren. De mogelijkheid bestaat om intern te verhuizen indien je dat wilt. Maar er is wel een zeker niveau van specialisatie dat wordt aangemoedigd. Het is een deel van het systeem van de grote studio's die grote projecten aankunnen. Je hebt mensen die heel goed kunnen animeren, die heel goed kunnen belichten, beelden samenstellen, terwijl je in een klein bedrijf all-rounders hebt, mensen die al die zaken doen. Maar waarschijnlijk kunnen ze geen enkele van die taken zo goed al iemand die het dag in dag uit doet. Wat het animeren van die ping-pong bal betreft. Ik was er toen nog niet, maar ik denk dat er een handvol shots waren, wel ik weet dat er een handvol shots waren met een ping-pong bal die moest geanimeerd worden in CG, en waarschijnlijk is er aan iemand gevraagd of die ze allemaal wilde doen, omdat de shots gelijkwaardig waren en eenmaal je wist waar de problemen zaten je het gemakkelijker kon doen. Ik ben zeker dat het zo is gebeurd. (lacht) In The Lost World waren er heel wat shots met verschillende beesten, verschillende dinosauriërs, en dus werden die niet noodzakelijk door dezelfde animator geanimeerd. Maar wat de performance van een bepaald dier betrof, dat was altijd de verantwoordelijkheid van één animator. Ik heb dus nog niet het gevoel gehad dat er een belachelijke graad van specialisatie is, waarbij je dus niet het gevoel hebt dat je een belangrijke bijdrage levert tot een bepaald project. Ik heb dat helemaal niet gevoeld.
MOVIE: Werkt u nu aan de prequels?
HAL HICKEL: Ik werk er aan, ja.
MOVIE: Gelukzak...
HAL HICKEL: (lacht) Ik denk dat iedereen bij ILM er op een of ander moment aan zal gewerkt hebben (lacht). Niet exclusief, we blijven werken aan andere projecten. We hebben er nu een aantal die groot zijn, maar de Prequels zijn zo enorm groot. Het is een grap bij ILM. Als je iemand vraagt of hij werkt aan Prequels, dan zegt die: 'Nog niet' (lacht). Er is zoveel te doen.
MOVIE: Kan u er iets over zeggen?
HAL HICKEL: (lacht)
MOVIE: Zullen er nieuwe technieken gebruikt worden? Kan u daar iets over zeggen?
HAL HICKEL: (twijfelend) Sommige nieuwe technieken, veel verfijningen van tools die we al hebben. Zeker een uitbreiding van alles, van hoeveel we aan kunnen, van welk kwaliteitsniveau. Dat soort zaken. Er is gewoon heel veel werk te doen. Ik wou bijna zeggen dat er geen nieuwe technieken gebruikt zullen worden, maar dat is niet waar. We gebruiken allerhande nieuwe zaken. (lacht) Iedere week wordt wel een nieuw hulp-programma voorgesteld, dat een of ander probleem oplost. Maar het is dus een enorme uitbreiding van de hulp-programma's, en van wat ze aankunnen.
MOVIE:Kan u zeggen hoeveel fx-shots er zijn?
HAL HICKEL: veel (lacht)
MOVIE: Ik geloof dat ik ergens gelezen heb dat er 1500 waren. Ik geloof dat dat van de producent kwam.
HAL HICKEL: Ja, ik geloof dat hij zoiets gezegd heeft in Star Wars Insider. (Lacht)
MOVIE: Wordt het een virtuele film? De opnamas zijn achter de rug, buiten een aantal reshoots misschien, en nu gaat Lucas de film maken in de computer?
HAL HICKEL: Ja, wel, in zekere zin. Het is waarschijnlijk nauwkeuriger om te zeggen dat hij de film in de montagekamer gaat maken. De montagekamer is niet meer wat het vroeger was, toch niet voor hem. Het is een meer plastisch proces geworden, want hij is niet zomaar aan het werken met de beelden die hij gefilmd heeft. Hij neemt de beelden die hij gefilmd heeft, maar hij neemt ook de andere elementen die hij van ILM krijgt, en hij heeft ook plannen om terug te gaan en misschien, of misschien ook niet, nog meer te filmen. Voor hem is het dus geen lineair proces van filmen en monteren, maar het is meer: filmen, monteren, nog wat meer filmen, effecten... en het komt ook in de montagekamer. En zo maakt hij de film.
MOVIE: Hebt u een confidentialiteitscontract moeten tekenen voor Star Wars?
HAL HICKEL: Niet specifiek voor Star Wars. Ik tekende een non-disclosure contract toen ik bij ILM kwam, maar ik moest niets opnieuw tekenen voor Star Wars. De beveiliging daarrond is wel heel streng. (lacht)
MOVIE: Verspreidt George Lucas zelf geruchten?
HAL HICKEL: Bedoel je informatie die niet correct is?
MOVIE: Ja.
HAL HICKEL: Ik weet het niet. Ik heb dat ook gehoord. Ik hou wel van het idee, maar ik weet niet of het waar is. Ik hoop dat ze het doen (lacht)
MOVIE: U hebt waarschijnlijk al iets van de film gezien?
HAL HICKEL: Ja, en ik ben er heel enthousiast over. Toen ik begon in juni 1996 namen ze kleine groepjes van ILM mee naar de Ranch, naar Skywalker Ranch, om de pre-productie te gaan bekijken, de maketten en het artwerk dat Doug Chiang aan het maken was. En ik was heel erg enthousiast, ik was super-enthousiast. Sinds toen is het enkel nog beter geworden. Ik heb beelden gezien en het is heel exciting.
MOVIE: Hoe is het om met George Lucas te werken? U hebt gewerkt met Spielberg, en nu met George Lucas...
HAL HICKEL: (lacht) Wel, eigenlijk is mijn interactie met George Lucas tot nu toe zeer beperkt gebleven, maar wel zeer goed. Wel, hij is mijn baas... Sommige regisseurs hebben het moeilijk om naar werk in een ruwe vorm te kijken, en je de feedback te geven die je echt nodig hebt. Je twijfelt om het ze te tonen omdat ze erdoor afgeschrikt worden. Je toont ze dan pas werk wanneer het in een verder stadium zit, en dan veranderen ze iets, en dan verlies je tijd. Maar hij is daarin fantastisch. Hij wil zaken vroeg zien, en hij geeft ook vroeg commentaar, zodat je weet dat je in de juiste richting bezig bent. Ik was daar sterk van onder de indruk. En Spielberg was, vond ik, fantastisch. Hij is duidelijk iemand die wat hij gedaan wil krijgen hier (wijst naar zijn hoofd, nvdr) heeft zitten, en hij kan dat op een heel directe manier overbrengen. De tijd die we met hem hadden was heel beperkt, en hij gaf de meeste regieaanwijzingen aan ons via een satellietverbinding, een video verbinding. Hij kwam binnen, keek naar de shots, en ogenblikkelijk (knipt met de vingers, nvdr) wist hij wat hij veranderd wilde hebben. Er was dus geen... Wel, er is niets zo erg als een client die zegt: 'Ik hou er niet van, maar ik kan je niet zeggen waarom'. Hij wist altijd wat hij veranderd wilde hebben. We hadden op voorhand die voorbereidende sessies waarbij hij met Dennis Muren en Randy Dutra samenzat bij de flatbed, en de film met de gemonteerde achtergrondplaten overliep. Hij beschreef in exacte termen waar hij de dinosauriërs wilde, en wat hij wou dat ze deden. Men nam die sessies op op video, en die bekeken we dan wanneer we aan een sequentie begonnen. Hij was dus fantastisch om mee te werken.
MOVIE: Wat de oscars betreft, hebt u een verklaring waarom er maar drie films genomineerd werden dit jaar?
HAL HICKEL: Wel, ik denk dat ze altijd maar drie films nomineren in die categorie. Ik denk dat hun redenering is dat er vroeger niet genoeg fx-werk was om 5 genomineerden te hebben, maar dat is duidelijk niet meer juist (lacht). Ik heb gehoord dat er 40 kandidaten waren die men dan beperkt heeft tot 7 in de lange lijst (die lijst was reeds een tijdje bekend vóór de echte nominaties, nvdr), om er daarna drie van te kiezen. Maar voor men die lijst met 40 films had, waren er meer dan 100 films die in aanmerking werden genomen omdat er fx-werk inzat. Ze hadden dus heel eenvoudig de lijst tot 5 kunnen aanvullen.
MOVIE: Zoals met The Fifth Element?
HAL HICKEL: The Fifth Element, of Men In Black hadden er gemakkelijk tussen kunnen zitten.
MOVIE: Wat is uw gok voor de oscars? Wie zal winnen? Wel, ik weet wie zal winnen...
HAL HICKEL: (lacht) Ja, ik ook (lacht).