Lebowski of 'the Dude' leidt een lui leventje. Het enige waarvoor deze overjaarse hippie tussen zijn drugtrips en wodkacocktails door zijn krent verheft, is om met zijn twee companen Walter en Donny te bowlen. De bal gaat pas echt aan het rollen als Lebowski een pak slaag krijgt van twee gangsters die hem houden voor een schatrijke naamgenoot. Op aanraden van zwaargewicht Walter, een compleet geschifte Vietnamveteraan, trekt 'Dude' naar Jeff, the Big Lebowski. Die kijkt nogal verwonderd wanneer men hem aansprakelijk stelt voor het aangedaan leed. Als dan plots de dochter en oogappel van de aristocraat ontvoerd wordt, ziet deze de kans schoon om de 'Dude Lebowski' als losgeldleverancier te laten optreden.
De naamverwarring is het kapstokgegeven waaraan alles wordt opgehangen. Net zoals in Fargo, een simpel startidee dat dan ontaardt. De aaneenschakeling van absurde situaties - die soms wat aan Tarantino doen denken -, de verrassende plotwendingen en de subtiele galgenhumor geven dat tintelende gevoel van grote cinema. Bovendien raak je niet uitgekeken op het schitterende camerawerk. Onvergetelijk is de scène waarbij de Coen-gebroeders de hele bowlingsfeer oproepen vanuit het standpunt van de rollende bal. Ook een aantal surrealistische intermezzo's geven de film de kracht van een pletwals.
Uiteraard staat ook de bijna vaste Coen-acteursploeg borg voor ijzersterke vertolkingen. Jeff Bridges speelt vooral zichzelf, terwijl John Goodman de show steelt als geschifte kluns. Tijdens de kegelwedstrijden geeft Steve Buscemi zijn strikes ten beste, maar overheerlijk is vooral de verschijning van John Turturro, een pedant ventje met ballen. Twee van de Duitse nihilisten zijn bij het publiek beter gekend als Peter Stormare en Flea van de Red Hot Chili Peppers. Heel even krijgen we ook David Thewlis te zien. Maar hoe klein een rol ook is, het doorgedreven teamwerk van de broertjes Coen blijkt een waarmerk te zijn voor afgelikt detailwerk.
Hun langspeelfilmdebuut Blood Simple (1985) won de prijs voor beste drama op Robert Redfords Sundance Festival. Nadien volgden het hilarische Raising Arizona (1987), Millers Crossing (1989) en Barton Fink (1991). Met The Hudsucker Proxy (1994) maakten deze bizarre Hollywoodverstotelingen hun eerste big-budget komedie. Samen met Fargo en The Big Lebowski is dit een lijstje om 'U' tegen te zeggen. Deze sublieme mix van satire en realiteit hoort zonder twijfel thuis in het groepje van filmische curiositeiten.
Genre: Komedie
Speelduur: 1u53
Regisseur: Joel Coen
Acteurs: Jeff Bridges, John Goodman, Steve Buscemi, Julianne Moore