Een cameo dus, of in lekentaal: een gastrolletje. De illustere suspensgrootmeester Alfred Hitchcock had er in de gouden jaren zestig duidelijk al brood van gegeten. Hij maakte er een erezaak van om in zijn films op een subtiele wijze mee te spelen. Ook griezelaar Stephen King vindt steeds wel een gaatje in zijn agenda om een rol in zijn eigen prent te spelen. En zo zijn er wel meer. Quentin Tarantino is ook wel te vinden voor een cameootje, om nog maar te zwijgen van Clive Barker of David Croonenbergh. Ook Jan Verheyen maakte een ultra-korte verschijning in zijn regie-film Boys, in navolging van filmreus Woody Allen wellicht, die zijn films ook altijd volstopt met min of meer spitsvondige intertekstualiteit.
Dankzij Brylcream Boulevard kennen we het fenomeen cameo nu ook in ons eigen Vlaanderen. Tante Terry en nonkel Bob werden vanonder het stof gehaald (en kregen een flinke oplapbeurt) om datgene te spelen waar ze zo goed in zijn: het oer-archetype van tante en nonkel. Eén Voor Iedereen-presentatrice Andrea Croonenberghs kreeg een glitterende sixtees-look en mocht het slotgala van Verbiests 'De Helpende Hand' aan elkaar lijmen, waar een zekere Adamo optrad als zichzelf en waar de overacterende applausmeester alias publieksopwarmer schuilging in de huid van Morgen Maandag-man annex Onvoorziene Omstandigheden-improvisator Tom Lenaerts. Cool!
In diezelfde BRTN-gebouwen zag je hoe ideale schoonzoon Bert Anciaux zijn blazoen schoonhield met een voorbeeldig ingestudeerde cameo als BRTN-gids. Alom geprezen radioman Nic Balthazar was ook van de partij als reporter en door al dat cameo-geweld heen herkende je ook nog een zingende Petra Pollack. Maar het kortste optreden van allemaal was weggelegd voor Domino-Gerty Christoffels die in haar typisch Limburgs accent exact (of toch ongeveer) twee seconden in beeld te zien is. Zonder vertraging.
Wie nog? Mooie jongen Paul Michiels en maatje Jan Leyers, die de rol van dokter speelde in een ziekenhuis (en door de speaker galde wel niet zijn eigen naam zeker!). Jaak Van Assche (getypecast voor het leven sinds De Collega's) zijn rol had ook eerder iets weg van een vluchtige cameo, dan van een volwaardig karakter: kuchend, hoestend en op zijn televisie kloppend mocht hij wat reclame maken voor een bekend televisiemerk om vervolgens een minutenlange scheldboutade af te steken. Nóg meer bévé's die al dan niet opvallend voor de lens kwamen kijken? Jazeker: Tor uit Ons Geluk, Corneel uit Jacobus en Corneel (of was het toch Jacobus?), de buurman uit de Urbanus-filmpjes (Fred Van Kuyck). Enfin: ad infinitum.
Niet dat we iets tegen gastrolletjes hebben. Integendeel zelfs. Toen we te horen kregen dat voor het eerste deel Willy Claes en Leo Tindemans waren gevraagd, konden we ons verdriet niet op. Een geluk dan ook dat Brylcream Boulevard zoveel goed maakte. Want je had natuurlijk ook nog Guido Lauwaert, Noordkaper Stijn Meuris (maar die zat al in het eerste deel, dus dat telt niet mee) en Loes Van de Heuvel, die de rol had van Milord-uitbaatster en daarmee aan de verkeerde kant van de FC De Kampioenen-toog leek te staan. Frank Aendenboom associeerde je met VTM's Lilli en Marleen, terwijl het was alsof Hilde Heijnen nooit een andere rol had gespeeld als die in Boys. Het zijn spijtige déjà-vu's die tot platgereden cliché's worden: het Vlaamse filmtalent danst op een te kleine vloer.