AFRIKA FILMFESTIVAL LEUVEN

Vrouw en filmland Mali centraal

Het Vlaams-Brabants Afrika Filmfestival is toe aan zijn derde editie. Niet alleen in Leuven maar ook in Diest en Dilbeek staan films uit Afrika op het programma. Hoofddoel van dit evenement is een plaats te veroveren binnen het bestaande commerciële circuit voor Afrikaanse cinema. Bovendien wil men het Afro-pessimisme doorbreken. Niet alles wat we zien en horen over dat oercontinent staat synoniem voor doffe ellende.

Dit jaar zoemt het festival in op een tweetal thema's. Hoofdthema is de rol van de vrouw in de Afrikaanse samenleving (vandaar ook dat actrice Mariam Kaba op de festivalaffiche prijkt). Het erg onpersoonlijke beeld dat we hebben van de Afrikaanse vrouw krijgt nu een gezicht. Films als Sama (La trace) van Nejia Ben Mabrouk, Faraw (Mère des sables) van Abdoulaye Ascofaré en Finzan van Cheik Oumar Sissoko zingen de lofzang op de sterke Afrikaanse vrouw. Met veel wilskracht en grote waardigheid weigeren de vrouwen in deze prenten zich te onderwerpen aan wat hen overkomt, of het nu de repressie is van de blinde toepassing der tradities of de marginalisering van de etnische minderheid waartoe ze behoren en de problemen die daaruit voortvloeien. De Belgo-Tunesische Ben Mabrouk stelde de eerste donderdag in het Stuc haar langspeelfilmdebuut voor. Ook vanuit die feministische invalshoek wordt de rol van de vrouw belicht. Veel vrouwelijke cineasten lopen er immers niet rond in de Arabische wereld. Hun eigen mening komt dan ook des te beklemmender over.

Daarnaast staat één van Afrika's belangrijkste en productiefste filmlanden op de affiche: Mali. Grootste vertegenwoordiger van de Malinese cinema is Cheik Oumar Sissoko. Het is de politiek van zijn land die hem tot de zevende kunst bracht. Drie films van zijn hand werden in de programmatie opgenomen: zijn eerste langspeelfilm Nyamanton (1986), Finzan (1989) en het recente Guimba (1996). In deze laatste prent profileert Sissoko zich als een moderne griot - een soort troubadour/verteller, behorend tot de kaste die traditioneel de geschiedenis en de heldendaden van adellijke families bezingt - met de camera gericht op een tirannieke, machtsgeile dorpschef uit de negentiende eeuw. Hiermee stelt de Malinese regisseur de misbruiken aan de kaak van een aantal dictators die na de onafhankelijheid de macht grepen en waarvan er nog steeds een aantal het bewind voeren.

Tenslotte willen we nog wijzen op het belang van dit festival voor sommige films om effectief de weg naar het grote publiek te vinden. De Leuvense Derdewereldraad probeert immers ieder jaar minstens één film in distributie te brengen. De voorbije jaren viel die eer te beurt aan Machaho van Belkaçem Hadjadj (Algerije), Le grand blanc de Lambaréné van Bassek ba Kohbio (Kameroen) en Guelwaar van Sembène Ousmane (Senegal). Deze films zullen opnieuw vertoond worden naast nieuwere en onbekende producties. De prent die dit jaar een duwtje in de richting van onze bioscopen krijgt is Taafe Fanga van Adama Drabo (Mali).

Film is meer dan ooit dé taal van het Afrikaanse continent en een wapen in de politieke en ideologische ontvoogdingsstrijd van dit continent. Vooral ook omdat de mythes en legenden waarnaar cineasten teruggrijpen om actuele mistoestanden aan te klagen, vandaag niet meer echt leven onder de Afrikaanse bevolking.

(Heel veel dank aan Guido Convents, Jessika Devlieghere, Guido Huysmans en Luc Nagels.)