HOLLYWOOD NORTH

X-Files Story, Part II

Movie-veteraan Christophe Van Cauwenbergh wisselde de regenachtige dagen in België voor de al even regenachtige dagen in Canada. Vanuit kuststad Vancouver, bijgenaamd Hollywood North, brengt hij nu en dan een impressie van het leven als Belgische filmliefhebber aldaar. Hollywood North is movie's ontmoetingsplaats voor de allerheetste sneak previews van wat er reilt en zeilt in de Noordamerikaanse filmindustrie. Welkom in Hollywood North.

Dinsdag 21 april 1998. Vandaag neemt de televisieserie The X-Files afscheid van Vancouver, de stad waar ze gedurende vijf jaar werd ingeblikt. Gisteren verschenen de meeste acteurs, minus David Duchovny, nog op het podium van het Orpheum theater om in een meer intieme omgeving de trouwste fans te bedanken. Vandaag gaat het er des te grootschaliger aan toe. Duizenden fans zullen het GM Place Stadium in het hartje van de stad vullen, om als extra's te fungeren in een moordscène tijdens een schaaktornooi. Het is de eerste keer dat een dergelijk grootschalig evenement wordt georganiseerd voor het medium televisie. The X-Files schrijft dan ook, samen met Vancouver, geschiedenis.

Voor mij is het een unieke kans. Als trouwe X-Phile moest ik het maandenlang stellen met verhalen over The X-Files, zonder zelf ook maar een Lone Gunman tegen het lijf te lopen (behalve dan die keer dat ik in de bioscoop zat met Lone Gunman Langly). Het vijfde seizoen liep naar het einde toe en het zag er naar uit dat ik al mijn kansen verkeken had. Want vanaf seizoen zes zou de productie naar Los Angeles verhuizen en 300 lokale crewmembers werkloos achterlaten. Tot ik hoorde van de opnamen in GM Place Stadium.

Ik had onrustig geslapen. De avond voordien had ik nog een woordje gewisseld met Gillian Anderson, en dat fenomeen beroemdheid had me danig door elkaar geschud. Ik kon best nog enkele uurtjes slaap gebruiken, maar dat zou voor een andere keer zijn: het was tijd om naar het stadion af te zakken. Een schare onvermoeibare fans had de nacht doorgebracht bij de ingang van GM Place, en hoewel ik nog niet zó gek was, was ik inwendig toch jaloers dat zij voor mij naar binnen zouden mogen.

Ik heb om tien uur met Akiyo, een Japanse vriendin, afgesproken bij het stadion, en samen met nog enkele andere Japanse meisjes zoeken we de file op. Het valt nogal mee: voor ons zit er pakweg dertig man, hoofdzakelijk pubers, veelal met allerhande vreemde objecten gepierced door de meest onzinnige lichaamsdelen. De fans zullen worden binnengelaten op een first come first served basis, wat mij goede hoop geeft ook werkelijk in beeld te komen tijdens de bewuste aflevering. Want ik hoop een plaatsje op de eerste rij te bemachtigen.

Vanaf nu is het dus wachten geblazen. Zeven uur lang, om meer specifiek te zijn, want het stadion opent slechts om 17u de deuren. We zitten met zijn vieren op de trappen bij de ingang. In een verwoede poging te tijd te doden hebben we allemaal kilo's leesvoer mee, om nog maar te zwijgen van de walkmans, kaartspellen en Gameboys. Maar niks van dat alles weet lang te boeien wanneer je opgewonden bent om wat één van de meest memorabele gebeurtenissen van je leven moet worden. Verder dan een paar bladzijden kom je niet, en na vijf spelletjes blackjack heb je het ook wel gezien. En dus doden we tijd door simpelweg te zitten op die harde, koude betonnen trede. Terwijl de file achter ons groeit, ontstaat er bij de ingang een waar mediacircus. Hot-dogstanden doen gouden zaken, cameraploegen zoeken naar geschikt interview-materiaal en radiostation The Fox joelt luide rockmuziek door gigantische luidsprekers, terwijl de mascotte kunstjes doet om het publiek te onderhouden.

Vrienden voor één dag worden gemaakt, ervaringen worden uitgewisseld en tijdschriften worden doorgegeven van het begin van de file tot het einde en weer terug. Vooral Robbie heeft veel succes bij zowel fans als cameraploegen. Hij heeft een 20-centimeter grote X op zijn arm laten tatoeëren. The X-Files rule my life, zegt hij, and they always will. Omdat ik één van de oudste aanwezigen ben in de file (Akiyo is 26 maar ziet er 16 uit) kiest de nieuwslezer van de Canadese nationale omroep CBC mij eruit voor enkele snedige commentaren. Geestig dat uitgerekend de Belg in de file welbespraakt genoeg is om met een paar deftige antwoorden voor de dag te komen.

De uren kruipen voorbij. De trede wordt hoe langer hoe minder comfortabel en de blikjes Nestea zijn inmiddels lauw. Iedereen is blijkbaar ook uitgepraat en wil liefst zo snel mogelijk binnen. Met een half uurtje vertraging (inmiddels staan er achter ons liefst vijftienduizend fans aan te schuiven) gaan de deuren eindelijk open. Dan wordt ons duidelijk dat via een andere ingang een andere file eerst naar binnen mocht: de duizend winnaars van een radiowedstrijd op The Fox, die de beste plaatsen kregen. Na heel wat gedrum worden ons enkele plaatsen toegewezen op de veertiende rij. Inmiddels wordt het duidelijk dat de kans bijzonder klein is dat ik mezelf in deze massa zal terugvinden, wanneer de aflevering zal worden uitgezonden. Dat is jammer, maar hier zit ik toch maar, hoogstwaarschijnlijk de enige Belg in de massa, en ik maak deel uit van een stukje televisiegeschiedenis.

We hebben onze plaatsen bemachtigd, en vanaf hier zal het nog eens zes uur duren. Terwijl het hypermoderne stadium zich langzaam vult, zorgen de mistmachines voor een surreële sfeer. Het X-Files deuntje speelt onophoudelijk door de luidsprekers, en nu en dan wordt de massa vergast op een montage van fragmenten uit de serie. Even voor de start van de opnamen verschijnt de cameraploeg van Entertainment Tonight (de Medialaan 1 van Amerika) die ons vraagt om een Mexican Wave en een oorverdovend welkomswoordje: Hi Entertainment Tonight and welcome to Vancouver. Zij zullen er morgen hun programma mee beginnen.

De persoon die ons door de opnames zal gidsen is assistant director Tom Braidwood, die tevens de rol van Lone Gunman Frohike speelt. Hij vertelt ons wat er vanavond moet gebeuren. De scènes die hier vandaag zullen worden inblikt, dienen voor de openingssequentie van de laatste aflevering van het seizoen, die zal worden uitgezonden op 17 mei (dan zit ik wel in België, maar kom). Een Amerikaans jongetje is verdiept in een spannende schaakwedstrijd tegen een Russische man, die in het midden van de wedstrijd wordt neergeschoten. Braidwood verwacht van ons dat we gespannen de wedstrijd volgen en nu en dan beginnen te fluisteren wanneer de Rus zet per zet in het nauw wordt gedreven door het jongetje. Dan zal er een schot afgaan, waarop we allemaal moeten rechtspringen, gillen en drummen naar de uitgang. Niet dat dit allemaal in één ruk zal worden opgenomen. Integendeel: het geheel wordt opgesplitst in minuscule takes die elk minstens een half uur tijd nodig hebben om voor te bereiden. Bovendien wordt elke opname tot vervelenstoe herhaald, waardoor het gegil met elke take minder overtuigend wordt.

Tussen de opnames door probeert een vlotte D.J. de massa geïnteresseerd te houden door honderden prijzen weg te geven, waaronder DVD's en televisies (ik won alweer niks, of wat had je gedacht) en speciale gasten voor te stellen aan de massa. Iedereen die komt opdagen zag ik gisteren nog in een meer intieme sfeer: de Lone Gunmen, de moeders van Mulder en Scully, Krycek, Cigarette Smoking Man, Spender, Chris Carter en Scully zelf, Gillian Anderson. De gasten doen de ronde van het stadion, waar ze voor gelukzakken op de eerste rij vragen beantwoorden en poseren voor foto's. Ik zie er allemaal bijzonder weinig van, daar op mijn veertiende rij, en eerlijk gezegd ben ik er helemaal niet meer zo onder de indruk van. Wat ik gisterenavond meemaakte was veel persoonlijker, en dus ook des te pakkender. Elk van de gasten dankt uitgebreid de stad en haar inwoners, waarbij Gillian Anderson zelfs een traantje wegpinkt: zij heeft besloten haar huisje hier te houden en haar dochter Piper hier groot brengen. Haar zien we beslist nog terug.

Wie ik gisteren niet heb gezien, en die vandaag wel een kijkje komt nemen, is David Duchovny. Hij wordt onthaald met een staande ovatie (de D.J. was zo slim om vooraf het applaus voor Duchovny uit te testen, waarop hij meer boegeroep dan wat anders te horen kreeg, en dat kon dus niet). Duchovny lost alle verwachtingen ruimschoots in: hij is arrogant, ongeïnteresseerd en probeert zich zo onbereikbaar mogelijk op te stellen. Enerzijds heb ik begrip voor zijn situatie: het moet ondraaglijk zijn een superster te zijn. Iedereen wil wat van je en je wordt geen moment met rust gelaten. Maar anderzijds is Gillian Anderson even beroemd als hij, en zij stelt zich veel bereikbaarder op dan Duchovny. Duchovny verdwijnt na een uiterst gehaaste ronde uit het stadion. Als het aan hem ligt zien we hem nooit meer terug, en voor mij hoeft dat eerlijk gezegd ook niet.

Nadat Anderson en Duchovny de revue gepasseerd zijn, doet er zich een onverwacht probleem voor: tientallen aanwezigen hebben gehad waarvoor ze zijn komen opdagen, en trekken nu huiswaarts onder luid protest van Braidwood. Mijn Japanse harem en ik blijven zitten tot het laatste moment, zoiets maak je tenslotte maar eenmaal in je leven mee, maar we zijn het er allemaal over eens dat het allemaal veel te lang duurt. Braidwood en enkele van zijn kornuiten proberen de massa op te jutten door hun gevoel voor patriottisme aan te wakkeren. Ze vergelijken de medewerking van de vijftienduizend aanwezige Vancouverites met de massa-opnamen in Rocky IV en The Fan, en they sucked in vergelijking met dit fantastische publiek. Maar tussen de regels hoor je wanhoop en vermoeidheid en je merkt dat ze het allemaal even moe zijn als de verveelde massa. Desondanks toont de meerderheid een laatste portie geduld, waardoor de allerlaatste paniek-scènes tot een relatief goed einde worden gebracht. Ten slotte worden ook de grote prijzen weggegeven, en na een laatste dankwoordje van Chris Carter en zijn ploeg, komt vijf jaar televisiegeschiedenis tot een einde.

En ik, de eenzame Belg tussen duizenden Canadezen, besef dat ik een onderdeel was, hoe klein ook, van dat historisch moment. Ik mag dan wel blij zijn dat de dag afgelopen is, maar ik beklaag me geen ogenblik. Want ik zát er, en zoals Jack Nicholson zou zeggen, that ain't bad.