Ook al waren er geen tientallen beroemdheden komen opdagen en ook al stuurden sommigen hun kat, toch vonden mensen als Rijk De Gooier, Elliot Gould, Derek De Lint, Robbe De Hert en Emir Kusturica de tijd om de paarsogende stad met een bezoek te vereren. De diverse aspecten van het festival boden voor elk wat wils, waarbij vooral Het Geheugen Van De Film, dankzij het studentvriendelijke tarief, op heel wat toeschouwers kon rekenen.
De Belgische Film was, vooral dan de eerste dagen van het festival, het onderwerp van gesprek. De heisa rond Brylcream Bouvelard (Robbe De Hert trapte het na de voorstelling snel af) en de toch wel lauwe ontvangst door de pers, konden echter geen domper zetten op de feestvreugde. Het gejuich werd nog luider toen Manneken Pis alle Joseph Plateauprijzen wegkaapte op de Nacht Van De Film, die deze keer - wie had het kunnen denken - in de Leopoldskazerne plaatsvond.
De slotfilm van het festival en tevens de film waar de pers naar uitkeek, was Kusturica's Underground, winnaar van de Gouden Palm Cannes 1995. De levensvreugde en oorlogspijn die in deze film een bitterzoete combintie vormen, lieten toch - gezien de toestand in ex-Joegoslavië - een wrange nasmaak achter. Al bij al, een waardig slot van een boeiende filmtiendaagse.
Het valt nog af te wachten of de kaap van de zestigduizend toeschouwers dit jaar werd overschreden. Alhoewel kwaliteit en niet kwantiteit primeerde, is de publieksinteresse de barometer waarnaar de organisatoren zich richten, vooral ook met het oog op de volgende edities van dit festival. Gezien België geen uitschieter is wat het aantal bioscoopbezoekers per jaar betreft, is het organiseren van een festival niet alleen een nobel maar vooral een stimulerend en horizonsverruimend initiatief.