De in India (Dharmsala) in ballingschap levende veertiende Dalai Lama, Tenzin Gyatso, keur zo'n zelfverbrandingen (rituele vorm van protest waarmee boeddhistische monniken in Vietnam in de jaren zeventig de wereldpers haalden) af. Ook de hongerstakingen beschouwt hij als een vorm van geweld, aan zichzelf dan, en daarmee kan deze meest vredelievende mens op aarde niet mee instemmen.
Tot aan de Chinese inval in 1949 was Tibet het hermetisch voor de rest van de wereld afgesloten Shangri-La, het Verloren Paradijs op het dak van de wereld. Heinrich Harrer, auteur van Seven Years in Tibet, was één van de weinige Westerlingen die wist door te stoten tot het hart van dit land zelf: de Dalai Lama. Die tijd omschrijft hij als de gelukkigste van zijn leven.
De culturele genocide en het uitroeien van het Tibetaanse geloof heeft intussen duizenden levens gekost. Ook vandaag is het voldoende publiekelijk 'Leve de Dalai Lama' uit te roepen om gearresteerd, gefolterd en opgesloten te worden.
Kan kunst de wereld redden? Kan film Tibet redden? Het is maar de vraag in hoeverre Seven Years in Tibet van Jean-Jacques Annaud en Kundun van Scorsese werkelijk iets aan de situatie zullen kunnen wijzigen. Ze hebben alvast de wereld laten zien wat er vandaag dreigt verloren te gaan.
Eigenlijk heeft hun werk ook een minder positieve keerzijde. Beide regisseurs - Annaud in de Andes, Scorsese in Marokko - geven een zo getrouw mogelijke weergave van dit mytische land van sneeuw: de Potala-burcht, kloosters rond Lhasa, enz. Het geeft de kijker de indruk dat alles er vandaag nog is. Maar de indrukwekkende decors verdoezelen de ware ravage die op dit eigenste ogenblik wordt aangericht door de Chinezen. Het oude Lhasa verwordt tot een betonnen stad. Honderden traditionele Tibetaanse woonhuizen met hun kleurig houtwerk en balkons gaan tegen de vlakte. In de plaats komen 'moderne' monsters. In 1993 creëerde men aan de voet van de Potala een soort tweede Tienanmenplein. Voor China mag dit een religieus Disneyland zijn. Niet meer en niet minder.
Eigenlijk zouden alle regeringen wereldwijd moeten weigeren nog enig handelscontract met China af te sluiten zolang de Tibetanen als minderheid in hun eigen land verdrukt worden. Dat China permanent lid is van de VN-veiligheidsraad mag geen obstakel zijn voor de secretaris-generaal Kofi Anan om het land niet op zijn plaats te zetten. En dat wij als toerist Tibet willen bereizen voor het helemaal van de kaart is geveegd, doet er evenmin goed aan. We kunnen dan wel getuigen van de situatie maar we brengen geld in het Chinese laadje, niet in het Tibetaanse.