SPECIALE EFFECTEN IN SPECIES

Twee legendes en een schoonheid

1995 lijkt in de FX-wereld zowat het jaar van de comeback te worden. Na John-Star Wars-Dykstra die met Batman Forever eindelijk weer boven water kwam mogen we in Species twee andere levende legendes begroeten: het geschifte genie H.R. Giger, en FX-grootmeester Richard Edlund.

Eigenlijk zou deze intro voldoende moeten geweest zijn om zich een idee te vormen van de te verwachten geniale effecten in de film. Giger IS Alien, Edlund is naast Douglas Trumbull, Dennis Muren en Dykstra één van de grootste nog levende technische FX-genieen, en Steve Johnson (Ghostbusters) is één van de sterkst opkomende make-up talenten. We keken dan ook sterk uit naar de effecten in Species, maar jammer genoeg waren we er ook snel op uitgekeken. Toch werpen we een blik achter de schermen, al is het maar om dit te kunnen classeren als 'goed geprobeerd, maar kan beter'.

Een Gigercreatie tot leven brengen is geen lachterje. De man heeft enkel maar hersenspinsels buiten categorie, en is daarenboven niet snel tevreden. Toen men hem voor Species kon strikken trok men dan ook naar Edlund (Boss Films) die reeds tijdens Poltergeist II met deze zonderling had samengewerkt. Geprikkeld door de uitdaging een realistische Sil in onze wereld en die van de computer te creëren trad hij na Alien 3 en Cliffhanger eindelijk terug op het voorplan. Voor de make-up en de mechanische poppen deed Edlund een beroep op Steve Johnson waarmee hij samen aan Poltergeist II had gewerkt.

Johnson had de eer om de tekeningen van Sil in drie dimensies vorm te geven. Het bijzondere aan deze creatie was dat dit gemuteerd buitenaards wezen gedeeltelijk doorzichtig was. Zo bestond het hoofd uit twee lagen: een Gigereske schedel en daarover een eerder aantrekkelijk aangezicht. Om het geheel nog meer 'out of this world' te maken plaatste men bewegende onderdelen (zoals de wenkbrauwen) tussen beide lagen. Iets wat op het scherm jammer genoeg niet erg duidelijk is. De pop zelf was modulair opgebouwd zodat het gemechaniseerd hoofd snel door een stunthoofd kon vervangen worden.

Voor de scènes waar we de gemuteerde Sil in volle actie te zien krijgen sprong Edlund in met zijn computerteam. Naast een computermodel maakten ze ook een pop waarvan de standen van alle gewrichten door de computer konden geregistreerd worden. Door deze pop te bewegen kon men in 'real-time' het computermodel animeren. Dit werd later nog ingekleurd en aan de opname toegevoegd. Jammer genoeg zijn het juist deze scènes (op het einde van de film) die nog maar eens aantonen dat men nu niet noodzakelijk de beste effecten bekomt met de meest gesofisticeerde middelen.

Ofschoon de effecten niet het verwachte niveau haalden zullen ons toch een aantal prachtscènes bijblijven. De 'puistenscène' in de trein en het terug aangroeien van de duim bijvoorbeeld. Maar ook aan de transformaties tijdens de verplichte vrijscènes heeft men blijkbaar lang gewerkt. Ja, FX maken vergt heel veel opoffering en geduld...