Laten we het ook eens proberen.
Daarmee is het allemaal begonnen, zo'n anderhalf jaar geleden. Het was in een klein café in Leuven, de Appel, dacht ik, nadat we samen een avondlijk college aan de universiteit waren binnengeslopen om er Nosferatu te zien op groot scherm. Hans, Christophe en ik. En het gebeurde spontaan, zonder alcohol, en met één enkel beeld: een oplichtende sigaret van Christophe (die juist gestopt was, maar daar viel wel iets aan te doen) in het donker. Zou het niet onmetelijk cool zijn om zelf eens een kortfilm te maken? Wat kan er nu als filmliefhebber leuker zijn dan zelf een kortfilm te maken, en daarmee bij vrienden en familieleden uit te pakken. Als hij te bekijken viel tenminste. Kijk maar wat er met Steven Spielberg is gebeurd. Als we ooit nog iets spectaculair in onze biografieën wilden krijgen dan moest het nu gebeuren. En zo moeilijk kon het toch niet zijn om beter te doen dan een ondermaatse Hollywoodfilm? Wij konden toch een beter verhaal verzinnen, en dat zonder al die verkwistende miljoenen (mineraalwater om ons haar in te wassen, of een trailer met bubbelbad en satelliettelevisie) op pelicule (of in ons geval toch video) zetten?
Yeah, Right.
De eerste poging kwam er een paar maanden later. Hans en ik hadden avonden lang aan het scenario gesleuteld, en Christophe was intussen naar Canada vertrokken om er met de liefde van zijn leven te trouwen. De draaidagen kwamen, en gingen voorbij. De uitdrukking een koude douche krijgen kreeg een nieuwe betekenis. Maar dat verhaal is voor een andere keer. Feit is dat we veel geleerd hebben die dagen. Iets teveel misschien.
Fast Forward.
Zomer 1998. Bij de pakken blijven zitten was geen oplossing. Misschien was ons eerste idee iets te hoog gegrepen, en moesten we met iets kleiner beginnen. Iets van enkele minuten, een klein ideetje. We waren voorzichtiger geworden. De oude ideeën werden opnieuw bovengehaald, de criteria wat bijgeschaafd. Het moest te filmen zijn in één dag, met minimale dialogen, een minimale cast en lokaties die gemakkelijk toegankelijk waren. Over het budget werd geen woord gerept. We wisten dat het zo laag mogelijk moest zijn. Ik had een camera, kon digitaal monteren op mijn computer, en had voor de vorige kortfilm een aantal lampen en een externe microfoon aangeschaft. Op mijn studio stond ook nog ergens een rolstoel om bewegende shots mee te maken. Daarmee zou het moeten lukken. En de rolverdeling zou ongewijzigd blijven: Hans als aanbrenger van ideeën, en ik als regisseur/cameraman, terwijl we samen de productie deden (lees: betaalden). Nu enkel nog een verhaal en een cast. In die biografieën leek het allemaal zo verdomd gemakkelijk... Elk misbaksel in de cinema leek nu wel een meesterwerk te worden: zij hadden het immers wel voltooid...
Heel wat terrasjes later waren ze er dan, die ideeën, zeven kleine verhaaltjes die we wel zagen zitten, neergekrabbeld op een stukje papier. Een rangschikking werd gemaakt volgens moeilijkheidsgraad, en eentje werd er uitgekozen als kaderverhaal. Gewoon, omdat je nu eenmaal geen volk van heinde en ver kunt laten overkomen om 3 minuten video te laten bekijken. Voor pakweg 20 minuten kun je al eens iemand zonder schaamte uitnodigen.
De eerste kortfilm zou een makkie worden. Hij speelde zich af op de kermis van Leuven en was eerder een sfeerbeeld dan een echt verhaal. Geen problemen dus met dialogen, geen vaste camera, geen continuïteitsproblemen, en heel weinig opnames binnenshuis (een hel om te belichten, dat kan ik je verzekeren). Gewoon simpel, rechttoe rechtaan. Een filmpje dat we wel zouden samenstellen in de montagekamer, Hans en ik. Het leek er aan te komen, onze eerste kortfilm. Het script was er, het enthousiasme was er, en de kermis was er bijna ook. Het enige dat nog ontbrak was een acteur en een actrice die een koppel konden spelen.
Het is onze steeds weerkerende nachtmerrie, acteurs en actrices. Wie kun je vragen, wie durf je vragen? En wie denk je dat het aankan? We wilden het in onze kennisenkring houden. De meesten van mijn vrienden zijn getrouwd en hebben kleine kinderen. Gewoon naar de film gaan zit er al niet meer in voor hen, laat staan meewerken aan een kortfilm. En eigenlijk hadden we twee mensen nodig die amper twintig jaar waren, want zeg nu zelf: hoeveel koppels van pakweg dertig jaar zie je als een verliefd koppel op een kermis rondlopen. Mensen van mijn leeftijd weten wel beter, zijn iets gekalmeerd.
Twintigjarigen dus. En de tijd begon te dringen. Maar er was hoop: Sofie van de negende rij. Hans en ik hebben namelijk samen met enkel andere movie-mensen en vrienden de traditie om iedere week naar de sneak te gaan. Naar een avant-première dus zonder dat je weet welke film het gaat worden. En sinds jaar en dag zitten we allen op de achtste rij. Gewoon omdat het traditie is, omdat het nu eenmaal de beste plaatsen zijn. En Sofie, Helen, Vicky, Bruno en Jan zitten met een afwisselende groep biologie-medestudenten steevast op de negende rij. Nu en dan wordt er wel eens een leuke one-liner naar de andere rij gegooid, of wordt de oplossing van de sneakwedstrijd stilletjes (maar meestal hardop) doorgefluisterd. Om een lang verhaal kort te maken: we zouden het vragen aan Sofie. Ik wist dat ze tweede zit had, want de week voordien had ze mij nog gezegd dat de eerste examens wel waren meegevallen. Nu maar hopen dat ze de volgende donderdag naar de sneak kwam.
Donderdag, sneakdag. Geen Sofie. Waarschijnlijk was ze aan het studeren. Misschien was ze wel met haar vuile was naar huis. Merde. Weer was een lange week wachten aangebroken. Hans wilde zich eventueel wel opofferen om de jongen te spelen; ook hij begon duidelijk in paniek te geraken. Hij had nog een troef achter de hand voor het meisje, maar die speelde hij liever nog niet uit. Het was dus afwachten geblazen. Hoeveel dagen zitten er in een week?
Donderdag, sneakdag. Paniek. Geen Sofie. De tweede zit kon toch nog niet gedaan zijn? De kermis stond er, maar enkel tot 23 september. Er kwam nog één donderdag, en dan was het gedaan. Gewoon omdat we geen actrice vonden. (Nota aan mezelf: zorg dat je tegen de volgende kortfilm wat meer vriendinnen hebt. Liefst met een vriend, zodat ook die kan meespelen.)
Het was inmiddels al 13 september. Hans en ik hadden afgesproken om die zondag met de camera naar de kermis te gaan. We moesten dringend een aantal shots uitproberen, en de beslissing om overdag of 's avonds te filmen moest nog genomen worden. Om wat sfeer te krijgen, hadden we liefst 's avonds gefilmd, met als enige verlichting de lichten van de kermis zelf. En liefst met veel volk. Maar met die volautomatische videocamera's weet je maar nooit. Rot-autofocus. En rot-weer. De regen kwam met bakken naar beneden, zodat het bovenhalen van mijn camera wel eens meteen het einde van de kortfilm kon worden. Uit pure ellende zijn we dan maar half verzopen een café binnengestapt. We hadden de natste periode in jaren uitgekozen om te testen. Wat zou Spielberg in die omstandigheden doen? Wachten zeker? De dag daarop zou het wel beter zijn, dachten we toen nog naïef. We hadden beter het weerbericht eens bekeken. En ik zou er alleen voorstaan, want Hans had al een afspraak. Een afspraak die heel misschien een actrice zou opleveren.
Soms vraag je jezelf af of toeval wel bestaat. Die maandag ging ik zoals iedere dag met mijn collega's van het werk eten in de Alma, een studentenrestaurant in het hartje van Leuven. En daar begon de puzzel langzaam in elkaar te schuiven. Sofie was er, samen met Bruno en Jan. Het uur van de waarheid was aangebroken. Als ik toen mijn stoute schoenen niet aantrok, dan kon ik de kortfilm wel op onze buik schrijven. Onder groot jolijt van mijn collega's benaderde ik dus hun tafel. Bad timing. Enkele uren later was er deliberatie en Sofie was er zeker van dat ze zou gebuisd zijn. Bissen dus. Wat als ze depri zou zijn?
Maar op zo'n ogenblik onderscheiden de mannen zich dus van de jongens. Een wijsheid die mij ongetwijfeld door één of andere film was ingegeven. Of ze soms geen zin had om mee te spelen in onze kortfilm? Het zou geen grootse film worden, maar een vingeroefening. Maar het zou wel haar kans zijn om met een groot regisseur in de maak mee te werken. Altijd leuk om later aan de kinderen en kleinkinderen te vertellen, dacht ik. Algemeen gelach. Maar ze zag het wel zitten. Bingo. Mijn visitekaartjes van het werk begonnen eindelijk hun nut te bewijzen. Snel mijn telefoonnummer van thuis erop gekrabbeld, en of ze me iets wilde laten weten? Haar vriend kon alvast niet meespelen omdat hij op reis vertrok, maar Jan zag het wel zitten.
De teerling was geworpen. Nu was het bang afwachten. Wachten op de deliberatie, wachten op dat ene bevrijdende telefoontje. Het zouden bange dagen worden. Hans was in de wolken, en we besloten al ons geld op Sofie te zetten. Of ik ook haar telefoonnummer had gevraagd, voor het geval ze zelf niet belde? Merde. Ik had er aan moeten denken. Ik had het immers al eens in een film gezien.
Timing is duidelijk niet mijn sterkste punt. 's Avonds zou ik die allesbeslissende tests nemen, maar daar besliste de kermis anders over. In een druilregen trok ik half optimistisch naar de kermis. Het regende al minder dan gisteren, en daar wilde ik mijn camera wel op wagen. Als er tenminste iets te filmen was geweest. Blijkbaar had de regen het volk afgeschrikt en hadden de meeste attractie-uitbaters de keet vroeger gesloten. Buiten hier en daar een oliebollenventer, een hotdogkraam en een speelhal. Hoe kon ik in godsnaam in dat schamele licht, zonder reuzenrad en zonder octopus nu gaan bepalen of ik wel voldoende licht had? Of ons openingsschot wel zou lukken? Negentig seconden kon ik op band vastleggen, twee takes van ons openingsshot, en toen begon het water te gieten. De weergoden zaten mij uit te lachen. Dit zou Spielberg nooit overkomen. Het enige wat ik die avond nog kon doen was het uitproberen van een klein effect waarmee we de kortfilm zouden beginnen. Thuis op mijn computer. En wachten op die verlossende telefoon.
Dinsdag. Sofie was niet in de Alma. Maar Jan en Helen wel. Sofie was er niet door, zoals ze wel gedacht had. En ze moest bissen. Zonder vrijstellingen, want ze had daarvoor 1 procent tekort. Bummer. Ze dachten wel dat ze de kortfilm nog zag zitten, maar ze hadden het er niet meer over gehad. Mijn credit als casting-director ging aan een zijden draadje. Sofie had alle troeven in handen. En zij moest uitkomen. Die avond zagen de weergoden het blijkbaar wel weer zitten, de kermis-uitbaters ook. Dit keer kon ik wat meer testen. Hans kwam nog even langs om mijn tests te bekijken, en het openingsshot leek wel iets te worden. We moesten ook nog eens denken aan de kleine proloog en epiloog die we op mijn studio zouden filmen. Maar dat waren zorgen voor later, want daarvoor hadden we die vervloekte kermis niet meer nodig.
Woensdag 16 september. De 23e begon wel heel gevaarlijk naderbij te komen. Het was weer een dag zonder telefoon. De volgende dag geraakte ik gewoon niet in de Alma. Geen tijd, want ik moest een demo geven op het werk. En midden in mijn demo kwam het verlossende woord. 'Sofie van de film heeft gebeld, en ze zegt dat zondag wel zou passen.' Yessss. Of ze een telefoonnummer had achtergelaten waar ik haar kon bereiken? Nope. Bummer. Maar goed, we hadden blijkbaar goed gegokt. Ik zou dan toch mijn regiedebuut kunnen maken. Even later belde ze terug. Ze zag het wel zitten om zaterdag te komen in plaats van zondag. We zouden met ons allen eerst iets gaan eten in stad om de gang van zaken wat te bespreken, en dan zou iedereen de vuurdoop ondergaan. En dit keer was ik wel zo verstandig om haar telefoonnummer te vragen om eventuele planwijzigingen te kunnen doorbellen. Haar achternaam zou ik dan wel vragen wanneer we aan de aftiteling begonnen. Die van Jan ook trouwens. Ook Hans zag het na mijn email weer zitten. Ditmaal zou het ons lukken, zou er geen kink in de kabel komen.
Yeah. Right.
Het slechte nieuws begon als mokerslagen op ons neer te komen toen ik de volgende dag Jan weer tegen het lijf liep in de Alma. De zaterdag? Dan kon hij helemaal niet. Dat had Sofie moeten weten, want dan moest hij thuis helpen in de winkel. Lap. Maar hij zou wel afspreken met Sofie om zondagavond te filmen. Zondag was voor mij geen probleem. Dat hadden we weer mooi opgelost. Vier uur later kon ik er al minder om lachen. Een buitenlijn: 'Hallo, met Sofie. Ik heb slecht nieuws.' Ze was ziek. Ze was de vorige avond met 39.5 graden koorts in bed gekropen en nu was ze volgepropt met koortswerende pillen. Het weekend zou zeker al niet meer lukken en daarna moest ze enkele dagen weg. Dinsdag of woensdag dan maar. Het zou op de valgreep moeten gebeuren. Ik wenste haar veel beterschap toe. Ze besefte waarschijnlijk niet hoezeer ik het meende.
Hans was er niet goed van, van mijn email met het slechte nieuws. Ikzelf eigenlijk ook niet. Afwachten was de boodschap. Ik begon mij wel af te vragen of films maken wel zo'n gezond beroep kon zijn.
Het is vandaag zaterdag. Deze middag heb ik de laatste inkopen gedaan voor de kortfilm: enkele filmrolletjes omdat Sofie en Jan tijdens de kermis zelf wat foto's moeten maken, en eigenlijk willen we ook wat foto's terwijl we aan het filmen zijn. En een mini-disc om het geluid op te nemen. Ik ben ook even bij Hans langsgeweest om de zaak nog even te bespreken. Of ik toch nog even Sofie wilde opbellen om nu definitief voor woensdag te kiezen, want dinsdagavond moet hij tot 21.00 uur werken, en dan zouden we eigenlijk al aan het filmen moeten zijn. Ik wist dat dat telefoonnummer nog van pas zou komen.
Neen, ze was nog niet veel beter, maar ze zou er wel doorkomen. En woensdag, dat zou ook wel lukken, al was dinsdag gemakkelijker geweest. Ze zou het wel regelen met haar moeder. En of ze ook even Jan zou willen bellen. Veel beterschap. Weer gemeend.
Eigenlijk hadden we op dit ogenblik al aan het filmen moeten zijn, daar op de kermis in Leuven. Maar het heeft dus niet mogen zijn. Afwachten is de boodschap. Straks gaan Hans en ik naar Godzilla, gewoon om nog een paar ideetjes op te doen. Voor woensdag, 23 september, de laatste dag van de kermis. Maar dat verhaal zal voor volgende week zijn.