FILMFESTIVAL VAN GENT

Het verslag

De organisatoren van het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent mochten op 17 oktober voor de laatste keer 25 kaarsjes uitblazen. Niet omdat dat gewoon leuk is - wat natuurlijk ook zo is -, maar omdat het festival, dat ondertussen is uitgegroeid tot één van de grootste in Europa, daadwerkelijk 25 is geworden. Er waren nog wel meer redenen om te vieren, want ook het bezoekersaantal steeg dit jaar opnieuw (82.000 bezoekers en dat zijn er 12.000 meer dan vorig jaar) en de ticketverkoop voor de speciale evenementen liep, net als de ticketverkoop voor de verschillende nevensecties, als een trein.

Wat die speciale evenementen betreft, kunnen we kort zijn: u hebt iets gemist als u geen kaarten had voor het dirigentenfestijn The Birth of a Score, voor het behoorlijk unieke Laterna Magica-spektakel of zelfs voor de uitstekende tentoonstelling Back To Basics. Het enige minpunt was het ontbreken van Digiforum of andere vormen van multimedia, die de voorbije edities wel een plaats kregen op het festival.

De verschillende evenementen om en rond het festival mogen dan al mooi meegenomen zijn, de meer dan tweehonderd films maken nog altijd het mooie weer. Hoewel de selectie dit jaar geen grote verrassingen in petto had, zijn we er de voorbije twaalf dagen toch in geslaagd een bevredigend aantal goede films te zien. En voor alle duidelijkheid: wij zijn natuurlijk ook niet vies van uitbundige feestjes, liters champagne en Tine Van Den Brande. Zij, die de geneugten van Canal Plus in huis hebben gehaald, weten waarover we het hebben.

Om u nog niet meteen enkele titels van films om de oren te slaan waar u beter niet naartoe zou gaan, beginnen we met diegene die de komende weken of maanden wel de moeite lonen, met voorop -we kunnen het ook niet helpen la cinema americaine. De twee absolute toppers van het festival waren dan ook ongetwijfeld het uitstekende The Truman Show van Peter Weir en het ronduit schitterende Out of Sight van Steven Soderbergh. Zowel Weir als Soderbergh hebben een absolute krachttoer neergepoot en dat niet meteen met de meest aangewezen cast. Weir deed het met Jim Carrey en Soderbergh sleepte er op zijn beurt George Clooney en Jeniffer Lopez bij. Het resultaat zijn evenwel twee bijzonder beklijvende films die het zowel bij een groot publiek, maar ook bij een ietwat veeleisender publiek goed zullen doen.

Ook de Cannes-oudgedienden losten de verwachtingen ruimschoots in. Zo is The General van John Boorman een knap gansterepos dat zich weliswaar afspeelt in Noord-Ierland en is Festen van Thomas Vinterberg een kille brok cinema dat je niet loslaat. De prent werd in elkaar gebokst door middel van het Dogma 95 dat ook Lars Von Trier gebruikte bij The Idiots, maar het resultaat is nu veel verrassender en gedurfder. Tenslotte liep ook de Gouden Palm zelf, Eternity and a Day van Theo Angelopoulos, op het festival tot groot jolijt van de één en tot ergernis van de ander. Feit is dat Eternity and a Day één van de meest opvallende films is van het jaar, hoewel hij dat meer dankt aan het verbluffende camerawerk en de visie van Angelopoulos dan aan het onsamenhangend geheel dat de film vormt.

Opvallend waren verder ook het grappige en pretentieloze Black Cat, White Cat van Emir Kusturica; het gewaagde The Big Swap van Niall Johnson; This Is My Father, het familieproject van Aidan Quinn; Central Station, de Gouden Beer van het Filmfestival van Berlijn; het innemende La vita e bella van Roberto Benigni en, niet te vergeten, de Britse gangsterprent Lock, Stock and Two Smoking Barrels van Guy Ritchie. De meningen mogen dan al sterk uiteenlopen wat die laatste betreft, maar niemand kan ontkennen dat het scenario verschrikkelijk goed in elkaar zit en het lang geleden is dat wij nog zo goed gelachen hebben.

Om het rijtje helemaal af te sluiten, moeten de volgende films er ook nog bij: The Object of My Affection van Nicolas Hytner, Rosie van Patrice Toye, The Shoe van Laila Pakalnina, Sue van Amos Kollek, Xiu Xiu van Joan Chen, Elizabeth van Shekhar Kapur en misschien ook wel een klein beetje de mierenprent Antz, al was het maar omdat we nog nooit zo'n neurotische mier hebben gezien als die die Woody Allen neerpoot.

Echte afknappers waren er zoals altijd ook. Dat Nick Nolte bijvoorbeeld niet kwam opdagen - hoewel het festival met trots zijn komst had aangekondigd - kon de man ongetwijfeld niet beter uitkomen. Zowel Affliction van Paul Schrader als Afterglow van Altman-protégé Alan Rudolph waren ronduit zwak. Ook de openinsgfilm Hilary and Jackie van Anand Tucker en vooral Dr. Akagi van Shohei Imamura losten de verwachtingen niet in en hetzelfde kan gezegd worden van het slaapverwekkend gaia-epos The Horse Wisperer van Robert Redford.

In de categorie 'films waar we sowieso al niet veel van verwachtten en terecht' komt Lost In Space van Stephen Hopkins als absolute overwinnaar uit de bus. Hoewel hetzelfde geldt voor het weinig amusante Sliding Doors van Peter Howitt, het ronduit vervelende Regeneration van Gillies McKinnon en in mindere mate eveneens Les Miserables van Bille August. Toegegeven dat die laatste geen goede film is, maar de onheilspellende berichten die de ronde deden over de zoveelste verfilming van het boek van Victor Hugo stroken niet helemaal met de werkelijkheid.

Tot slot nog enkele titels die best te pruimen waren, maar niet voor iedereen weggelegd zijn: Claire Dolan van Lodge Kerrigan, Fermeture de l'usine Renault a Vilvoorde van Jan Bucquoy, Gods and Monsters Bill Condon, I Think I Do van Brian Sloan, Kleine Teun van Alex Van Warmerdam, The Land Girls vans David Leland, Passion van Gyorgi Feher, Small Soldiers van Joe Dante en Kurt & Courtney van Nick Broomfield en onze eigen lieftallige Tine Van Den Brande.

DE WINNAARS:
Zilveren Spoor voor beste regie: Rosie
Zilveren Spoor voor beste film: Die Siebtelbauern
George Delerue-prijs voor beste muziekscore: Claire Dolan