BLADE: SPECIAL EFFECTS

De bloederige waarheid

Om een vampierenfilm te maken heb je in principe maar enkele special effects nodig: een tweetal lange tanden (vermenigvuldigd met het aantal vampieren), een beetje bleke schmink en een grote hoeveelheid bloed. Maar daarmee kun je een fx-hongerig publiek uit de jaren '90 al lang niet meer meer bevredigen.

Volgens veel critici is de massale opkomst van de computergegenereerde special effects de grote oorzaak van de huidige mallaise in Hollywood (een stelling waar we jammergenoeg ook wel voor een groot deel mee akkoord gaan), maar Hollywood is nu eenmaal geen liefdadigheidsinstelling. Wanneer het publiek en masse de zalen binnenstormt voor een leeghoofdig fx-vehikel, dan kun je het de studiobazen moeilijk kwalijk nemen dat ze meer van dat willen. Met de nadruk op meer.

Filterdunne verhaaltjes worden dan maar overgoten met een aangedikte saus van special effects, en wanneer het even kan wordt ook de chefkok uit de fx-stal gerecruteerd. Denk maar aan James Cameron (om maar met de koning zelf te beginnen), Stan Winston, David Fincher (Alien3), Mark Dippé (Spawn) en John Bruno (Virus). Stuk voor stuk heel grote namen waarvan enkel Fincher en Cameron tot nu toe bewezen hebben dat ze de regisseurstoel waard zijn. Ook voor Blade werd een fx-veteraan ingezet. Echte Aliens-fans zullen Stephen Norrington wel ergens uit de lange generiek van die film herkennen.

Het is dan ook niet te verwonderen dat de man zich niet tevreden zou stellen met wat tanden en liters bloed, alhoewel van dat laatste ruimschoots voldoende op de set aanwezig was. Vermits Norrington zelf een make-up/animatronics specialist was, weet hij zijn medewerkers ook goed te kiezen. Met Greg Cannom haalde hij immers één van de topmensen aan boord om onder meer de gigantische boekbewaarder Pearl van de vampieren tot leven te brengen. Na de gebruikelijke sketches en een maquette in klei werd Pearl op ware grootte geboetseerd. Omdat de pop zo gigantisch groot en zwaar was (en een matrijs buitenshuis moest gemaakt worden) werd die meteen op een aanhangwagen gemodelleerd. Nadat een matrijs werd gemaakt, en hieruit een huid uit silicone werd verkregen begon het enorme schilderwerk. Op de set zelf manipuleerden twee kleine acteurs de armen, terwijl een aantal technici met enorme blaasbalgen het monster lieten ademen. Een acteur tenslotte zorgde onder een dikke laag makeup voor het hoofd.

Voor de computergraphics (die de fx-wereld pas veroverden toen Norrington zijn fx-baan al had geruild voor een regiestoel) deed de regisseur een beroep op onder meer Flat Earth Productions. Zij zorgden onder meer voor de talrijke doodscènes van de vampieren wanneer ze ten prooi vielen aan zijn zilveren wapenarsenaal. Een model uit meerdere lagen (skelet, verbrande huid met as, een lava-achtige huid, en de normale huid) werd voor elke sequentie in de computer gemodelleerd. Wanneer de vampier geveld werd, werden die lagen in een snel tempo 'gestript' zodat de vampier heel snel leek op te branden.

Voor een achtervolging in een metro werd trouwens ook zwaar gebruik gemaakt van de computer. Om de acteurs en stuntmensen niet nodeloos in gevaar te brengen werd de trein volledig in de computer gegenereerd, en later aan de gewone opnames toegevoegd. Het is een van de beter (want onzichtbaar) uitgevoerde effecten van de film. Stephen Norrington zou het waarschijnlijk zelf niet beter gedaan hebben.