Weinig kans dat de 4775 juryleden van de Academy Awards zich medio maart even aangeslagen zullen voelen als de ouders die vorig weekend bij het Antwerpse parket een klacht indienden tegen het feit dat Saving Private Ryan teveel geweld bevat voor kinderen. En dus zal Steven Spielberg straks met zijn imposant oorlogsepos in de karresporen van zijn al even indrukwekkende Schindler's List de oscar voor beste film winnen. Ook Tom Hanks mag op beide oren slapen. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid krijgt hij niet alleen zijn vierde nominatie (na Big, Philadelphia en Forrest Gump), maar ook zijn derde bronzen beeldje in de schoot geworpen. Wat een pech voor The Truman Show, de geniale film van Peter Weir die hetzelfde lot beschoren lijkt als The Shawshank Redemption van Frank Darabont in 1995. De prent moest toen in de clinch met Forrest Gump en verliet zonder ook maar een schilfertje brons het Shrine Auditorium. Wat een pech ook voor Jim Carrey, inderdaad nog groen achter de oren, maar een oscar voor beste mannelijke hoofdrol ware hem van harte gegund.
Verliest The Truman Show straks van Saving Private Ryan, dan zal het toch een grootse verliezer zijn. De prent die u vanaf woensdag in de bioscopen te zien krijgt is van een zuivere klasse: een ingenieus concept van wonderboy Andrew Nicoll; voortreffelijk in beeld gebracht door Peter Weir en met een verbazingwekkende Jim Carrey in de hoofdrol. Geen mens die ten tijde van Ace Ventura verwacht had dat die rubberen smoel zoveel emotie en zoveel expressie zou kunnen uitstralen. Maar in een tijd dat collectief Hollywood het IQ van zijn kijker zwaar onderschat, gaat alle eer uit naar het concept van de film zelf. De illustere Griekse filosoof Plato had het al over zijn schimmenwereld. En hoezeer doet The Truman Show niet denken aan Calderon de la Barca's El Gran Theatro Del Mundo? Ook hij wist het al: de wereld is een schouwtoneel, waarin de mensen een rol spelen dat door een opperwezen wordt bestierd. Het is deze haast perverse universele waarheid die The Truman Show blootlegt.
De grootste kracht van de film is ironisch genoeg zijn realiteit. Ook zelf hebben we, net als Truman, het gevoel dat werkelijkheid en fictie onscheidbaar zijn geworden. Net als in Weirs Orwelliaanse distopie, willen we als dociel en gedwee element in een soort van opperste desengano in opstand komen tegen onze creator. Het stadje waarin Truman leeft, Seahaven, is niets voor niets het paradijs op aarde: een klein Eden, vrij van elke vorm van geweld. Maar willen we wel zo'n wereld? En dat is niet alles. Weir heeft nog zoveel meer in zijn film gestoken: de vraag naar de vrije wil, het concept van realiteit en de rol van de media bijvoorbeeld. Hoeveel acteurs zijn er niet die in het echte leven met hun filmische evenknie verward worden? En welke rol speelt het internet in onze ethische revolutie? Het aantal mensen dat zichzelf op het net tentoonstelt met een camera dag en nacht op zichzelf gericht, neemt steeds maar toe. In The Truman Show achterhaalt de fictie de realiteit.
Saving Private Ryan is cinema van wereldklasse en de kilo's brons die het op de oscaruitreiking ten deel zal vallen, zijn van harte gegund. Maar meer dan welke film van de voorbije jaren ook, grijpt The Truman Show naar de keel. De beelden die we te zien krijgen zijn emotionele tatoeages die op ons netvlies gebrand worden. Er schuilt immers een Truman Burbank in elk van ons. Wat een wondermooie film. Het zal een grootse verliezer zijn die straks met de troostprijzen naar huis zal moeten terugkeren.