In Hollywood en omstreken zijn er met de CGI-revolutie talrijke fx-huizen uit de grond gerezen, en de vraag naar talent is dan ook groter dan het aanbod. Het resultaat is jammergenoeg vaak ook op het grote scherm te zien. Wie echter in de fx-wereld wat thuis is weet echter waar de grote jongens uithangen. Je hebt natuurlijk het fx-walhalla Industrial Light and Magic, dat onder z'n meer dan duizend werknemers talrijke genieën telt. ILM is echter een fx-huis dat enkel doet wat de opdrachtgever zegt. De design kan hier en daar wat aangepast worden, en af en toe kan iemand wel zijn stempel drukken op een of andere scène, maar uiteindelijk werken ze in opdracht van iemand anders. Al is die iemand anders George Lucas. Daar zal nu verandering in komen met hun CGI-Frankenstein-project.
De échte karakteranimatoren/vertellers weten dat er buiten ILM wel degelijk nog leven is. Twee CGI-animatiehuizen dingen immers reeds jaren op creatieve wijze naar die felbeheerde CGI-kroon: Pixar en PDI. Pixar, dat in 1986 door George Lucas aan Steve Jobs werd verkocht, trad in 1995 in de grote schijnwerper met Toy Story. Op het gebied van computeranimatie hadden ze reeds hoge ogen gegooid met een aantal korte films waarvan er ook een aantal een oscar binnenrijfden. Luxo Jr. en Tin Toy zijn twee klassiekers die elke computeranimator ooit heeft liggen bewonderen. Die andere grote mededinger is Pacific Data Images (PDI). En nu mogen zij met Antz op hun beurt even de smaak van het succes proeven.
PDI werd in 1980 opgericht door Carl Rosendahl, en werd in de tv-industrie vooral beroemd omwille van hun computergegenereerde intro-filmpjes voor diverse programma's. Al snel veroverden ze zo meer dan 50 procent van die markt. In die tijd waren ook een aantal andere CGI-huizen actief (waaronder Triple-I), maar uiteindelijk is PDI de enige overlevende uit die pionierstijd.
En de mensen van PDI zijn altijd pioniers gebleven. Met zelfgeschreven software (waarvoor ze dit jaar een technische oscar ontvingen) bleven ze al die jaren hoog aan de top in de CGI-wereld. Zo maakten ze in 1990 met Michael Jackson's videoclip voor Black or White morphing populair bij het grote publiek. (De morph-techniek werd werd reeds in het begin van de jaren 80 bestudeerd, maar werd pas in 1988 door ILM voor het eerst naar het grote scherm gebracht voor Willow). Ze waren ook een van de eerste die succesvol draden (om bijvoorbeeld stunts iets veiliger te laten verlopen) uit scènes konden wissen.
Carl Rosendahl en zijn groep voelden reeds vanaf het prille begin die drang om ooit eigen projecten uit de grond te stampen. Om de techniek bij te schaven, de eigen software te testen, en potentiele investeerders te overtuigen maakten ze, net als Pixar trouwens, een aantal vaak gelauwerde korte films. Wie ooit Gas Planet of Gabola The Great te zien kreeg weet welke pareltjes dat onderzoek heeft opgeleverd. Met de opgedane kennis waren ze onder meer in staat om Homer Simpson een derde dimensie te geven in The Simpsons 1995 Halloween Special Homer3, en voor het eerst een digitale stuntman het vuile werk te laten opknappen in Batman Forever.
Nadat PDI jarenlang tevergeefs alle mogelijke Hollywoodstudio's had afgelopen om een eigen CGI-tekenfilm te bekostigen werden hun gebeden eindelijk aanhoord door Jeffrey Katzenberg, samen met Steven Spielberg en David Geffen één van de oprichters van DreamWorks SKG. In maart 1996 werd de productie in gang gezet, om zo'n 1200 shots later, (vroeger dan verwacht) op 2 oktober reeds op het grote scherm te zijn.
Meer dan 160 mensen werkte aan dit monster-, of beter mierenproject, maar uiteindelijk was het niet zozeer het technologisch aspect dat voor de meeste kopzorgen zorgde. Vooral de organisatie bleek het grootste probleem te zijn. 1200 shots in diverse stadia haarfijn kunnen opvolgen bleek een ware heksentoer te zijn.
Maar voor wie denkt het ook te kunnen hebben we nog een aantal aanmoedigende cijfers: (renderen is - heel eenvoudige uitgedrukt - het berekenen van de beelden aan de hand van de 3d-modellen, de animatie, de belichting etc...)
- Totaal aantal frames in de film:
119592
- Het aantal keer dat de film tijdens
de productie werd gerenderd: 15
- Het totaal aantal uren dat er per
week gerenderd werd: 275000
- Gemiddelde grootte van een frame: 6
MB
- Aantal Silicon Graphics servers
gebruikt voor het renderen: 270
- Het aantal desktop-systemen
gebruikt tijdens de productie: 166
- Het totaal aantal processoren
gebruikt voor het renderen: 700
- Gemiddelde hoeveelheid Ram per
processor: 256 MB
- Tijd nodig indien de film op 1
pocessor zou gerenderd zijn: 54 jaar,
222 dagen, 15 minuten en 36 seconden
- Hoeveelheid schijfruimte nodige
voor de film: 3.2 TB
- Hoeveelheid frames die online
werden gehouden: 75000
- Tijd nodig om alle beelden op film
te zetten: 45,5 dagen
Veel succes!