ROSIE

Een duivel in de kop

Er trekt weer een Vlaamse film de wereld rond. Rosie, het debuut van Patrice Toye, schopte het al tot Toronto, Valladolid en Tessaloniki, maar kreeg ook in eigen land veel bijval, met de regieprijs op het filmfestival van Gent als kroon op het werk. Heel veel lof dus, en dat is niet helemaal onverdiend.

Niet moeilijk dus dat de vergelijking met Manneken Pis snel gemaakt wordt. De film ademt met zijn mengeling van fantasie en realiteit een beetje dezelfde sfeer uit, al blijft het eindresultaat minder magisch. De wereld die Patrice Toye ons laat zien is vooral grijs, somber en uitzichtloos. Een wereld waarin, zoals een personage in de film zegt, geen ridders op een wit paard redding bieden. Die bestaan immers alleen in de goedkope boeketromannetjes die ook de dromerige Rosie pleegt te lezen.

Rosie is een meisje van dertien jaar, dat in het begin van de film in een gesloten instelling terecht komt. Een sociaal assistente vraagt haar of ze spijt heeft van wat ze gedaan heeft. Rosie is koppig en wil niets lossen. Het liefst van al wil ze met rust gelaten worden, zodat ze brieven kan schrijven naar een zekere Jimi, de enige jongen die haar echt begrijpt, zo schrijft ze. Waarom Rosie in een instelling zit, is een groot vraagteken. Via een lange flashback komen we het te weten. We maken kennis met de familie van Rosie. Ze woont samen met haar moeder in een Antwerpse sociale wijk. Met haar heeft Rosie een dubbelzinnige relatie. Rosie houdt zielsveel van haar, maar kan het anderzijds niet verkroppen dat ze haar moeder geen mama mag noemen. Die schaamt er zich immers voor dat ze Rosie al op haar veertiende kreeg en dat moet dus voor de buitenwereld verborgen blijven. Dat zit Rosie hoog.

Rosie's moeder heeft geen geluk bij de mannen, tot ze de doodbrave Bernard leert kennen. Hun prille geluk wordt echter verstoord als haar broer Michel weer opduikt, een man die door zijn gokverslaving in geldnood zit. Rosie moet haar kamer afstaan en voor haar blijkt er letterlijk en figuurlijk geen plaats meer in huis. Ze zoekt dan maar troost bij haar blonde droomprins, Jimi, met wie ze dansend door het leven gaat. Jimi staat voor vrijheid, maar ook voor gevaar. En het loopt helemaal mis als rondom de driehoeksrelatie thuis het noodlot toeslaat.

Patrice Toye, die eerder al een Joseph Pateau Prijs won voor haar korte film Vrouwen Willen Trouwen, levert in haar langspeeldebuut een sobere regie af, die meer dan eens beklijft. Ze schuwt alle mogelijke toeters en bellen en concentreert zich op de essentie van het verhaal. Dat doet ze vooral eenvoudig en degelijk. Op geen enkel moment verliest ze de teugels uit handen. Soms werkt dat in haar nadeel en zou wat meer intensiteit of schwung de film zeker geen kwaad doen. Het verhaal is misschien iets te mager om anderhalf uur te kunnen boeien. Een geluk nog dat Toye af en toe knap met de tijd goochelt, door regelmatig naar de instelling terug te keren. De film eindigt daar ook, als alle vragen omtrent Rosie, haar misdaad en haar familie opgelost zijn. De laatste beelden maken ook duidelijk wie haar vriend Jimi echt is of was.

Nét een beetje té mooi allemaal, maar dat doet niets af aan de verdienste van de film en de eindeloze bewondering die we voor Patrice Toye hebben. Je moet het met de beperkte middelen die ze had toch maar doen. Veel heeft ze wellicht te danken aan haar hoofdrolspeelster Aranka Coppens, die Rosie op een heel intimistische en natuurlijke manier neerpoot. Ze wordt voortreffelijk geflankeerd door haar moeder (Sara De Roo), Jimi (Joost Wijnant) en de twee mannen in het gezelschap: Frank Vercruyssen en Dirk Roofthooft. Met Rosie zet Patrice Toye een mooie Vlaamse traditie verder: komedies maken kunnen we niet; drama's daarentegen vlotten heelwat beter. En dat weten ze over de hele wereld te appreciëren.

Titel: Rosie
Genre: Drama
Speelduur: 1u37
Regie: Patrice Toye
Acteurs: Aranka Coppens, Sara De Roo, Dirk Roofthooft, Frank Vercruyssen