The General vertelt het waargebeurde verhaal van Martin Cahill, een Iers boefje die op korte tijd aan het hoofd komt te staan van zijn eigen misdaadorganisatie. Cahill, die opgegroeid is in een voorstad van Dublin, heeft lak aan autoriteiten: de staat, de kerk en zelfs het IRA. Hij baant zich zelf een weg door het harde leven, waarvan hij gelooft dat het hem werd opgelegd door de maatschappij. Cahills tragedie is dat hij zijn bestaan afwijst, maar het tegelijkertijd het enige is waar hij in gelooft.
De film die Boorman gemaakt heeft, put zijn enorme expressieve kracht uit twee dingen: de knappe zwart/wit-fotografie van Seamus Deasy (I Dreamt I Woke Up) en de opmerkelijk sterke vertolkingen van een uitstekende cast. Brendan Gleesan, die zijn debuut maakte in The Field van Jim Sheridan en sindsdien aan zowat elke grote Ierse prent heeft meegewerkt, zet een van de sterkste prestatie neer uit zijn carriere als Martin Cahill. Gleesan legt niet alleen zijn ziel in de rol, maar tegelijkertijd ook zijn lichaam dat ook zonder dialogen de film zou kunnen dragen.
Ook Jon Voight schittert in zijn rol als de bezeten, maar correcte politie-inspecteur Kenny, die Cahill in de cel wil stoppen. Tussen beide ontstaat een soort band die wij verder enkel hebben zien groeien in misdaadklassiekers, zoals, onlangs nog, Heat van Michael Mann. De grootste troef van de film is evenwel misschien nog de verbluffende zwart/wit-fotografie en de hand van Boorman, die zowel zijn acteurs als het beeld zelf een plaats geeft op het witte doek.
The General is een indrukwekkend Iers gangsterepos, temeer omdat je het echt niet zou verwachten. Dit is geen overdreven politiek of sociaal drama, maar een simpel verhaal van een gewone man; op een eenvoudige manier verteld, maar indringend in beeld gebracht. Zowaar een klein meesterwerk.
Genre: Drama
Speelduur: 1u25
Regie: John Boorman
Acteurs: Brendan Gleeson, Adrian Dunbar, Mary Doyle Kennedy, Angeline Ball en Jon Voight