EFFECTS & ANIMATION FESTIVAL

Digitaal genieten

Afgelopen week konden animatie- en special effects-liefhebbers zich weer drie dagen tegoed doen aan het beste wat er op die gebieden te rapen valt. In Londen had immers het vijfde London Effects & Animation Festival (LEAF) plaats.

LEAF is duidelijk één van de belangrijkste animatie- en fx-evenenten aan het worden in Europa, want in drie dagen tijd kwamen zowat alle grote studio's hun ding presenteren. De Britse cartoonist Gerald Scarfe (The Wall, Hercules) die het festival had moeten openen moest verstek laten gaan, en de organisatoren hadden dan maar niemand minder dan Scott E. Anderson van Sony Pictures Imageworks uitgenodigd. Anderson won enkele jaren geleden met Babe (verrast) de oscar voor beste visuele effecten, en werkte onder meer ook aan Starship Troopers. Hij wilde in zijn seminarie vooral de rol van artiest (en dus niet zozeer van de technologie) en dat van de ploeggeest benadrukken. Technology is a way to inspire creativity. Een mening die drie dagen lang door zowat alle sprekers in één of andere vorm zou beaamd worden.

Zo ook door David Andrews van Industrial Light + Magic. In zijn seminarie over Small Soldiers prees hij veelvuldig met naam en toenaam het werk van zijn collega's die samen met hem voor een feilloze integratie van de digitale modellen met de animatronics-poppen van Stan Winston hadden gezorgd (en dat terwijl het script, en dus ook de dialogen, nog volop werd uitgewerkt). Van de beelden die hij meehad vielen vooral de animatietesten bij het publiek goed in de smaak. Een hart onder de riem voor hen die dachten dat ze bij ILM alles bij de eerste poging correct op het scherm kregen. Ook de fx-ploeg van Lost in Space bewees dat effecten vaak pas na heel veel uren noeste arbeid bekijkbaar zijn.

Lost in Space is op effectengebied een bijna zuiver Britse aangelegenheid, en de organisatie had dan ook de belangrijkste thuisspelers uitgenodigd. Artiesten van The Film Factory, Jim Henson's Creature Shop en Magic Camera Co kwamen uitleggen hoe ze miniaturen met een perfect gevoel van timing tot ontploffing hadden gebracht, hoe ze honderden digitale spinnen hadden geanimeerd, en hoe ze een huisdier-achtig mormel leven hadden ingeblazen. Niettegenstaande het boeiend materiaal (de film mag dan nog tegenvallen, de effecten mogen zeker gezien worden) bleek het één van de minder interessante seminaries te zijn, omdat de meesten gewoon droogweg hun tekst kwamen aflezen.

Eén van de grootste namen op de affiche was Volker Engel, die voor Independence Day een oscar mee naar huis mocht nemen, en die voor hetzelfde regisseur/producent-team Godzilla had gemaakt. De man kon blijkbaar de grote oversteek niet maken, zodat Steffan Wild (samen met een collega) de honeurs van Centropolis FX mocht waarnemen. Verrassend hoe na een paar minuten beeldmateriaal het evolutieproces van een fx-shot zo eenvoudig lijkt...

De grote nadruk dit jaar lag echter op animatie, zowel klassiek als computergegenereerd. Al Halter van DreamWorks SKG mocht de spits afbijten met The Prince of Egypt. De beelden van deze langverwachte tekenfilm spraken eigenlijk al boekdelen: dit wordt een parel. Nog maar eens wordt duidelijk dat digitale technieken enkel maar een middel zijn, en geen doel op zich. Hetzelfde kan gezegd worden van Mulan. Eric Guaglione van Walt Disney Feature Animation gaf een zeer gesmaakt seminarie waarbij hij in detail de digitale lagen van deze mooie tekenfilm ontleedde.

Zoals steeds was Pixar van de partij. Vorig jaar kregen we als eersten buiten de firma zelf Geri's Game te zien die later heel terecht met een oscar ging lopen (de film zelf was trouwens nu ook in de Digital Media World expositie te bewonderen op een reuzengroot scherm). Dit jaar had Rich Quade een aantal fragmenten meegenomen van A Bug's Life, na Toy Story de tweede volledig met de computer gegenereerde langspeel-tekenfilm van Pixar. En wat we te zien kregen overtrof gewoonweg onze stoutste verwachtingen. Visueel en narratief zou dit wel eens één van de leukste (teken-)films kunnen zijn die ooit op het grote scherm is verschenen. Voor ons is het nog even wachten op A Bug's Life, en wij moet het voorlopig stellen met het ook al geniale Antz van Pacific Data Images. Oorspronkelijk waren de beide regisseurs, Eric Darnell en Tim Johnson, aangekondigd, maar die werden uiteindelijk vervangen door Simon Smith, hoofd van Lay-Out. Hij nam ons even mee achter de schermen van Antz (dat de avond voordien trouwens de LEAF-award wegkaapte voor de neus van ILM (Small Soldiers)). Zijn seminarie bewees nog maar eens dat computeranimatie, in tegenstelling tot wat velen denken, nog steeds een kwestie is van heel veel arbeid, en vooral heel veel talent.

Met Mark Briely van het gerenomeerde Aardman Animation had de organisatie van LEAF nog een interessante vis gevangen. Aardman staat bekend om z'n fantastische animatiefilms met klei (Wallace & Grommit), maar ook zij kunnen de tijd (en de vooruitgang) niet stoppen, en daarom kreeg Briely de eer om een CGI-tak van de firma op te richten. Zijn eerste (hilarische) korte film was Owzatt waarvan we vorig jaar al een stuk te zien kregen, en speciaal voor het festival had hij dit jaar Al Dente mee, een film die hij in een kleine twee maanden ineen wist te steken. En dat voor iemand die pas op zijn dertigste de roeping van animator kreeg...

Chris Landreth van Alias/Wavefront is dan weer een ander soort artiest. Samen met de software-ontwikkelaars van deze bekende firma helpt hij mee aan de ontwikkeling van de nieuwste genaratie animatie-software. Voor zijn korte film The End kreeg hij niet zo lang geleden een oscarnominatie, en ook zijn nieuwste troetelkind Bingo zou dit jaar wel eens met diezelfde eer kunnen gaan lopen. De animatie won immers al een aantal belangrijke prijzen. Op de LEAF-awards moest hij echter wel nipt de duimen leggen voor Geri's Game. Landreth gaf trouwens in een extra masterclass uitleg over hoe hij met Maya-software het project tot leven had gebracht. In een gelijkaardige masterclass kwam Tim McLaughlin (Industrial Light + Magic) tekst en uitleg geven over hoe men bij ILM een fictief karakter tot leven brengt. In tegenstelling tot wat sommigen hadden gehoopt bracht hij geen software mee, noch beelden van Episode I waarvoor hij Enveloping Supervisor is (simpelweg komt het er op neer dat hij instaat voor de digitale huid van de digitale karakters), maar wist toch een tipje van de sluier op te lichten over het beslissingsproces dat een digitale creatie voorafgaat.

Londen is met zijn vele fx-firma's duidelijk het Europese mekka van de digitale revolutie, en het enorma succes van het festival (volledig uitverkocht) is nog maar eens een bewijs dat velen staan te hunkeren om even met die magie in contact te mogen komen.