LEUVEN KORT

Het leven door een vergrootglas

De personages die in een kortfilm rondwandelen, hebben allen één ding gemeen: ze zijn niet echt normaal. Het lijkt wel of de kortfilm het medium bij uitstek is om het leven door een vergrootglas te bekijken en in te zoomen op psychopaten, moordenaars, gekken of andere lichtgestoorden. Dát was alvast de trend op Leuven Kort anno 1998. In dat opzicht kunnen de prijsbeesten ook geen echte verrassing genoemd worden. Een overzicht van vijf dagen kortfilmfestijn.

Leuven Kort is een festival dat aanslaat. Dat merk je aan de puike organisatie, de prima infrastructuur, de aandacht van pers en media én het publiek dat zelfs op een onwakkere en druilerige zondagochtend de donkere filmzaal wil induiken. Resultaat: weer een bijzonder geslaagde editie en volgend jaar wellicht de poort open naar een meer internationaal programma. Dat ruikt naar meer dus, hoewel het festival dit jaar al een mooie expansie kende: vijf dagen, dertig publieke voorstellingen, vijf locaties, acht programma's en meer prijzen.

Die prijsuitreiking ging door in een mooi gevulde Leuvense Stadschouwburg. Dat het programma aan elkaar werd gepraat door de bevallige Tine Van Den Brande zou daar wel eens voor iets kunnen tussenzitten, maar toch. De competitie werd verleden jaar gewonnen door Peter van Hees met Big in Belgium, een heel eigenzinnig cartoonesk gangster-boerendrama dat zich in 1958 afspeelt. Dit jaar had het festival drie prijzen in zijn grabbelpot zitten. Twee daarvan werden bepaald door de jury, voorgezeten door De Morgen-man Jan Temmerman en aangevuld met Frank Van Passel, Chantal Pattyn, Patrice Toye (allemaal op zondag vroeg uit de veren) en Bart De Pauw. De Canal+ Prijs van de jury (150.000 frank) voor beste film ging naar 13, een 15 minuten durend visueel pareltje van Gert Embrechts. De film vertelt het verhaal van het jonge meisje Magdalena dat van God wel een heel speciale opdracht voor het leven krijgt. 13 won eerder al de prijs van beste kortfilm op het festival van het Portugese Figueira Da Foz.

De Prijs voor het beste debuut (50.000 frank) was even controversieel als verrassend voor de dertig minuten durende Betacam-productie Het Kan Nog Erger. In rasechte Dogma95-stijl (zwiepende camera, geen belichting, ruwe montage) vertelt deze film het verhaal van een jongeman die de daden van zijn jongere verstandelijk gehandicapte broer in bedwang probeert te houden. Een moedige poging misschien, maar niet echt ons kopje thee. Wat ons betreft kon het alvast niet veel erger als wat Dennis Nap liet zien. Zal hem worst wezen, hij heeft zijn prijs binnen en het heet dat de winnaar altijd gelijk heeft.

De Prijs van het Publiek (vertoningen in onder meer Lumière Brugge, Studio Skoop Gent en Limelight Kortrijk) tenslotte: een aangelegenheid waar wij allemaal wat in de pap te brokken hadden. Het ging er bijzonder spannend aan toe, want Los Taxios van Lars Damoiseaux (11 minuten, 35mm) haalde het met 184 relatieve stemmen (relatief omdat na de telling van het aantal punten voor iedere titel een score per honderd bezoekers werd berekend) met slechts twee stemmen voorsprong op de nummer twee, To Speak. Dat Los Taxios won, hoeft niet helemaal te verbazen, aangezien de grappige en grimmige vertelling over de wilde taxirit van een Nederlands koppeltje doorheen Brussel, het publiek qua humor meteen op de hand heeft.

Onze favoriet was nochtnans de nummer twee, To Speak. Deze 14 minuten durende 35mm-productie vertelt het verhaal van een jongeman die op het schoolfeest ter afsluiting van zijn schooltijd met een meisje danst, maar blijkbaar met een trauma uit zijn verleden kampt. Een mooi en ontroerend verhaal, maar vooral knap en professioneel in elkaar gestoken door de mensen van vwz Kort. Die hadden trouwens nog een film in competitie: BXL Minuit, over een meisje dat doorheen de straten van Brussel een voorbije liefde probeert te verwerken. De prent strandde op een mooie derde plaats met 159 punten. Vierde werd Charlotje, geproduceerd door Favourite Films en dat was wel te merken aan het budget en de cast (met onder andere Gilda De Bal, Tuur De Weert, Veerle Dobbelaere en Lea Cousin). Charlotje is het relaas van een familiefeest, waar een klein kindje enkele geheimen ontdekt die ze liever niet had geweten. Het Kan Nog Erger verzamelde 137 punten.

Naast de prijsbeesten, schommelde het niveau van de competitie een beetje onrustig op en neer. Er waren de traditioneel redelijk kunstzinnige inzendingen van de filmscholen, waaronder She Will Be Mine, Wes, Het Verleden Voorbij en Bananadrama van het RITS. En er waren ook de grotere, commerciële producties, met De Feniks van Jacco Groen op kop. Deze prent werd geproduceerd door Kinepolis en gaat over een jonge man die het manuscript steelt van een schrijver die voor zijn ogen is verongelukt. Thuis ontvangt de man via zijn faxmachine het vervolg van het manuscript en hij besluit het verhaal onder zijn eigen naam uit te geven. Knap filmpje, met Chris Van den Durpel in de hoofdrol, maar met zoveel geldstuwing misschien niet helemaal op zijn plaats op een festival zoals dit.

Buiten de competitie liepen er ook een aantal andere programma's waaronder Travaux en Court met een compilatie kortfilms van onze Franstalige landgenoten, met daartussen een aantal deftige prijsbeesten. Le Pendule de Madame Foucault uit 1994 bijvoorbeeld won maar liefst twintig prijzen waaronder die van beste Europese kortfilm. Deze ritmestudie van Jean-Marc Vervoort is dan ook een parel voor ogen en oren. Minder speels maar heel aangrijpend was dan weer La Carte Postale van Vivian Goffette waarin we een jongentje volgen die op dag van de begafenis van zijn vader een postkaart van hem krijgt. De jongen wil zelfs op het kerkhof niet aanvaarden dat de kaart gewoonweg wat te lang onderweg is gebleven. Een prachtig bewijs dat er in kortfilms ook heel wat gewone mensen rondlopen. Op het programma stonden verder ook nog Le Signaleur (met onder meer Benoît Poelvoorde), Menteur, Le Petit Rouge en Point de fuite. Voor ons was het vooral uitkijken naar E Pericoloso Sporgersi van Jaco Van Dormael. De man bewijst met deze visuele parel uit 1984 dat hij blijkbaar al heel zijn filmisch leven geïntrigeerd is geweest door magisch-realistische visioenen.

Dat bleek ook al uit zijn kortfilm De Boot (uit 1985) dat gedraaid werd in het Kort Klassiek programma. Het was meteen de jongste en best gemaakt film uit de selctie die in het Vlaams Filmmuseum en -archief werd vertoond. Het programma was echter een unieke kans om De Bom van Robbe De Hert op groot scherm te zien. Daarin speelt Louis Paul Boon een gewone burger die op een dag een verloren atoombom vindt, en dit feit probeert uit te spelen om de Belgische regering te verplichten de bewapeningswedloop te stoppen. Een onderwerp dat in die tijd (1969) blijkbaar nogal gevoelig lag, want ook de sciencefiction kortfilm Het Laatste Oordeel (1971, Guido Hendrickx) behandelt een gelijkaardig onderwerp. Allemaal (in onze hedendaagse ogen) geweldig naïef, maar tegelijkertijd toch wel onderhoudender dan heel wat modernere kortfilms waar kop noch staart aan te knopen valt.

Wie eens wat anders wou kon naar Film Live en het Animatie-programma. Voor Film Live werden vier dialoogloze kortfilms uitverkoren om door twee muzikanten live begeleid te worden van muziek en geluidseffecten. Een meer dan geslaagd experiment waarbij vooral de begeleiding van Watt (Gert Croux) en De Overkant (Herman Wuyts) opviel. Al hadden we van deze laatste parel wel eens graag de originele muziek van Frederic Devreese gehoord.

Als kortfilms er bij veel mensen er al niet ingaan, dan is het voor korte animatiefilms al bijna hopeloos. Geheel onterecht trouwens, want vaak zijn er pareltjes te vinden (wie ooit de kans gekregen heeft om bijvoorbeeld het oscarwinnende Geri's Game te zien zal dat zeker beamen), al moet je er het geëxperimenteer bij nemen. Leuven moet het met bescheidener materiaal stellen, al was voor ons de vertoning van Mysterie van het Lam van Frediric Du Chau (die het nu waarmaakt in Hollywood) een meer dan voldoende reden om voor 11 kortfilms af te zakken naar het Wagehuys. En wie denkt dat er enkel Disney-achtige animatie-toestanden bestaan, kan zich aan een dergelijke vertoning lelijk mispakken. In Ubu (Mauel Gomez) bijvoorbeeld vechten echte vleesklompen een machtsstrijd uit, terwijl in Fragile (Daniel Wiroth) wijnglazen de hoofdrol spelen.

En voor wie echt het kaf van het koren wil scheiden en enkel een voorgekauwde selectie wilde zien, kon altijd nog naar The Best of Leuven Kort. Daar werden een aantal pareltjes getoond die op vorige edities van het festival reeds te bewonderen waren. Uiteraard was er Big In Belgium van Pieter van Hees die vorig jaar in Leuven won, maar ook A Hard Days Work (Koen Mortier), De Suikerpot (Hilde van Mieghem), Vrouwen Willen Trouwen (Patrice Toye die heel recent nog diverse prijzen wegkaapte met Rosie), Omelette à la Flamande (Hans Herbots), Violette (Alex Stockman) en The Bloody Olive (Vincent Bal). Stuk voor stuk kortfilms die bewijzen dat kunst ook klein en fijn kan zijn.

Volgend jaar gaat het festival dus heel waarschijnlijk de internationale toer op waardoor de competitie voor onze Vlaamse kortfilmers waarschijnkijk nog een stuk groter zal worden. En voor het publiek is het meteen een kans om in een korte tijd nog meer te gaan genieten van deze toch wel in een vergeethoekje gedrukte filmvorm. Laat maar komen.