Zoals gewoonlijk selecteerden we onze persoonlijke tien favoriete nieuwe scores van het jaar. Alleen scores van films die dit jaar in de Benelux zijn gereleased komen in aanmerking voor onze top-10 en de lijst zelf is in willekeurige volgorde weergegeven.
Allereerst is er natuurlijk Titanic. Niet de beste score van het jaar, daarvoor is ze te derivatief en conventioneel, maar zonder enige twijfel de populairste. Componist James Horner leverde met zijn score een doorslagje af van eerder werk (Legends of the Fall, Apollo 13) en vermengde dit met wat Enya, Chieftains, Brahms en Goldsmith. Resultaat: Titanic werd in no time de meest verkochte instrumentale soundtrack aller tijden (en brak hiermee de records van Star Wars, Chariots of Fire en Goldfinger). In augustus verscheen een vervolgalbum, met meer score plus dialogen en source tracks. Horner componeerde dit jaar ook de muziek voor het ondergewaardeerde rampendrama Deep Impact en voor de heerlijk pretentieloze avonturenfilm The Mask of Zorro. Horners score voor Zorro is een wervelende compositie met passionele Spaanse ritmes, wervelende orkestraties en knappe actiemuziek. Wat ons betreft Horners beste score van het jaar.
John Williams componeerde de muziek voor twee films van Steven Spielberg: het door de kritiek vrij lauw onthaalde Amistad en de oscarwinnaar van volgend jaar, Saving Private Ryan. Williams scoorde Saving Private Ryan op een heel eigenzinnige manier: met veel stiltes. Zo was er geen muziek te horen tijdens de oorlogsscènes van de film, wat de beelden een bijna documentaire feel gaf. De muziek die Williams componeerde voor de rest van de film bevat enkele ontroerende passages voor trompetten en hoorn. Een echt thema is er niet, en terecht: het zou de film een heroïsch gevoel hebben gegeven dat noch Spielberg, noch Williams zouden hebben gewild. Met ecclectische verwijzingen naar zijn eigen fagotconcerto, Copelands Lincolnsymfonie en verschillende hymnes uit de tweede wereldoorlog, is Williams' muziek voor Saving Private Ryan zonder twijfel de meeste indrukwekkende prestatie op het gebied van filmmuziek dit jaar. Zijn eigen Hymn to the Fallen, een elegische zang voor alle gevallen soldaten van alle oorlogen, sluit de film op een immens ontroerende manier af. Bijna even indrukwekkend was Williams' muziek voor Amistad, waarbij hij gebruik maakte van geneuriede Afrikaanse muziek om de onderdrukte slaaf die zichzelf niet kan verdedigen, uit te drukken (neurieën kun je alleen met je mond gesloten). Pas aan het einde van de film, wanneer de slaven bevrijd worden, verandert het geneurie in echt gezang, dit keer in de vorm van het mooie Dry Your Tears, Africa. Het zijn twee scores waarmee Williams opnieuw bewees zoveel meer in zijn mars te hebben dan de pompeuze actiemuziek en melodische marsen waar hij keer op keer ten onrechte mee wordt geassocieerd.
1998 was een tegenvallend jaar voor Patrick Doyle. In maart werd bij hem leukemie vastgesteld. Hij moest meteen worden opgenomen. Vanuit zijn ziekenhuisbed componeerde hij de muziek voor de tekenfilm The Magic Sword. Eerder had hij al de muziek geschreven voor Great Expectations, de sumptueuze Dickens-adaptatie van Alfonso Cuaron. Door techno, opera en hedendaagse muziek met elkaar te mengen, stelde Doyle een begeesterende score samen, die begint met het zachte gekreun van godin Tori Amos en eindigt met jazz. Het is een score die telkens weer verrast en de prachtige beelden van de film zit als gegoten. Het duurde zes maanden eer Doyle te horen kreeg dat zijn kans op genezing reëel was, en pas in oktober mocht hij het ziekenhuis weer verlaten. Doyle componeerde in het ziekenhuis ook nog de muziek voor een Storyteller-project met Kate Winslet dat volgend jaar zal worden uitgebracht en de muziek voor Chris Columbus' Stepmom, die echter op het laatste nippertje werd vervangen door een score van John Williams.
Zbigniew Preisner had eveneens een druk jaar. Hij componeerde zijn eerste concertwerk, Requiem for a Friend, een requiem voor de overleden regisseur Krisztof Kieszlowski, waarvoor hij gebruik maakte van thema's uit zijn eigen scores voor de Trois Couleurstrilogie en de Decalogue. Het is een innig werk geworden, met dezelfde spaarzame orkestraties als die voor de Decalogue-films. Eén van de allermooiste scores van het jaar componeerde Preisner voor de wonderlijke kinderfilm Fairy Tale: A True Story. In een film over werkelijkheid en fantasie beweegt Preisner's muziek zich voortdurend op de dunne lijn tussen de twee. De werkelijke wereld van de twee hoofdpersonages voorziet hij van muziek van houtblazers en strijkers, de engelen en elfjes krijgen etherische maar nooit kitscherige hoge melodieën voor fluiten, xylofoon en piano. Radicaal anders dan wat Hollywood dezer dagen lijkt te verwachten van muziek voor kinderfilms, is Preisners muziek voor Fairy Tale nooit warm, sentimenteel of gezellig. Zijn score is indringend aanwezig, diep emotioneel geladen, maar behandelt de thematiek met de nodige distantie. Een indrukwekkende prestatie.
Thomas Newman blijft één van de meest originele componisten. In 1998 verschenen in de bioscoop drie films met muziek van zijn hand: Red Corner, The Horse Whisperer en Meet Joe Black. Met zijn score voor Red Corner slaat hij de weg in die Goldsmith insloeg met scores als Chinatown en LA Confidential, alleen noopt de Chinese setting Newman om met een heel ander soort orkestratie voor de dag te komen. De score is schaars aan thema's of melodieën, en Newman experimenteert vooral met de verschillende Chinese geluiden en instrumenten. Ook Meet Joe Black valt op door zijn ingehoudenheid. Newman schuwt de emotionele bombast van James Horner en probeert de beelden te ondersteunen en met zijn muziek iets toe te voegen zonder te herhalen wat al op het scherm te zien is (als twee mensen kussen is het niet nodig om met wat aanzwellende violen nog eens te benadrukken dat de twee verliefd zijn, maar het is intrigerend om bijvoorbeeld met muziek te impliceren dat ze dat niet zijn). Meet Joe Black is opvallend conservatiever gescoord dan Newmans vorige samenwerking met Martin Brest, voor Scent of a Woman, en opvallend weinig somber voor een film die over de dood gaat. De liefdesscène in de film is een prachtig voorbeeld van Newmans compositietechniek, waarbij de muziek op een tegengestelde manier gevoelens aanbrengt, beklemtoond en uitvergroot. Newmans score voor The Horse Whisperer was zonder twijfel één van de mooiste scores van het jaar. De krachtige cellopassages en de heerlijke Americana-muziek die de landschappen van Montana en de prachtige beelden van Tom Booker en Pelgrim ondersteunen, zijn indrukwekkend. De film baadt in Newmans poëtische muziek, die voorzichtig is gecomponeerd en gebruik maakt van geluidssamples om sfeer te creëren. Wanneer de score in het begin van de film op een onverwachte manier van tonaal naar atonaal verschuift, maakt Newman de ongevalscène honderd keer gruwelijker dan ze zonder muziek zou zijn geweest.
Philip Glass had eveneens een vrij druk jaar, alhoewel zijn bezigheden op het gebied van filmmuziek beperkt bleven tot een integrale heropname van zijn magistrale score voor Koyaanisqatsi, en het schrijven van muziek voor Kundun en The Truman Show. Wat dat laatste betreft was zijn inbreng eerder beperkt: regisseur Peter Weir wilde Glass' repetitieve muziek gebruiken om het larger-than-real-gevoel van de Trumanwereld te benadrukken. Oospronkelijk ging Glass alle muziek voor de film schrijven, maar gaandeweg besloot Weir om eerdere filmmuziek van Glass, uit onder andere Powaqqatsi, Anima Mundi en Mishima, te gaan gebruiken om het ready-made-karakter van de tv-show te benadrukken. Glass componeerde zelf een vijftal minuten muziek voor enkele sleutelscènes in de stijl van deze source tracks. Om het eigenlijk verhaal van Christophe en Truman's vlucht van hem weg en naar hem toe te vertellen, huurde Weir de Australische componist Burkhard Dallwitz in, die een bevreemdende, vooral elektronische score plaatste tegenover Glass' in hoofdzaak orkestrale klankenpalet. Voor Kundun componeerde Glass een prachtige, donkere score gebruik makend van het Tibettaanse instrumentarium. Thema's zijn er zo goed als niet, maar de muziek weet op inventieve wijze de Tibettaanse levenswijze, traditie en het geloof in muziek om te zetten. Bij Martin Scorsese's prachtige maar wat saaie beelden maakte deze muziek een ongelofelijk sterke indruk; los van de beelden is de muziek minder eenvoudig toegankelijk, maar liefhebbers van Glass zullen de cd van Kundun zonder twijfel aan hun verzameling willen toevoegen.
Voor wat waarschijnlijk de belachelijkste film van de jaren negentig zal worden, The Avengers, componeerde Joel McNeely in een razend tempo ongeveer het enige goeie wat aan deze film valt op te merken: de muziek. Zijn score voor The Avengers is een sprankelende, gebalde actiescore, waarin hij de stijl en sfeer van Laurie Johnsons oorspronkelijke tv-muziek weet na te volgen, zonder het eigenlijke thema uit en te na te gebruiken. Met de electronische ritmes voelt de score soms aan als een James Bond-score uit de jaren zestig en dat is ongetwijfeld het gevoel waar Joel McNeely op uit was. De actiemuziek van McNeely gaat meer en meer lijken op die van Goldsmith; de Williams-infatuatie uit het begin van McNeely's carrière lijkt voorbij te zijn. In elk geval: The Avengers is een puike score voor een film die het eigenlijk niet verdiend.
Over Goldsmith gesproken: ook hij was dit jaar weer als een bezige bij in de weer. Maar liefst vijf films met muziek van Goldsmith kregen we in de zalen te zien: The Edge, US Marshals, Deep Rising, Small Soldiers en Mulan. De man weet niet van stoppen en door het onvoorstelbare tempo waaraan hij werkt, is heel veel van zijn muziek van de laatste jaren gewoon bandwerk geworden: hier en daar valt nog wel een glimps op te vangen van het genie Goldsmith uit de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig, maar het merendeel van zijn scores nu is in hoge mate derivatief en bijna steeds een teleurstelling. De enige uitzondering op dit regeltje dit jaar was Mulan, de tweede animatiefilmscore van Jerry Goldsmith, die in haast en spoed de onverwacht zwangere Rachel Portman moest vervangen. Zijn muziek baseert zich meer op de thema's van liedjescomponist Matthew Wilder dan zowel Goldsmith als de meeste rabiate Goldsmithfan bereid zijn om toe te geven, maar het eindresultaat mag gehoord worden: Mulan heeft een opzwepende score voor groot orkest, aangevuld met veel elektronica en wat Chinese instrumenten - voor de couleur locale, weet je wel. Goldsmiths thema voor de Hunnen is aanstekelijk en één van de knapste melodieën die hij de laatste jaren heeft gecomponeerd en ook zijn actiemuziek stijgt ver uit boven wat hij de laatste jaren voor een heleboel B-films bij mekaar heeft geschreven. Een aangename verrassing. Zet deze maar hoog op het lijstje van oscarfavorieten.
Twee jaar geleden won Gabriel Yared de oscar voor zijn score voor The English Patient. Het duurde tot in de zomer van dit jaar voor we weer een film met zijn muziek konden bekijken. De meningen over City of Angels waren verdeeld: de één vond het kitscherige nonsens die te kunstmatig was om te raken, de ander vond het een schitterende parabel over dood en liefde. Waar ongeveer iedereen het wél over eens was, was dat Yareds muziek zelfs de gewoonste beelden uit de film een vreemde, hemelse sfeer meegaf. De score, voor koor en strijkers, is quasi ritmeloos en is een voortdurende rem op elke vorm van actie die zich in de film ontwikkelt. In zekere mate doet Yareds score voor City of Angels precies hetzelfde als wat zijn muziek voor The English Patient doet. Op cd straalt de muziek bovendien: niet alleen is de muziek ontroerend zonder sentimenteel te zijn, hij slaagt erin het gevoel van de film op te roepen, lang nadat die is afgelopen.
Tot slot is er ook nog Danny Elfman, die met Flubber een grappige, aanstekelijke maar overgeorkestreerde score afleverde, maar vooral met zijn muziek voor Good Will Hunting veel mensen onder de indruk bracht. Good Will Hunting is Elfmans minst conventionele score tot nu toe; de ambient-achtige elektronische lagen doen denken aan wat Thomas Newman en Michael Convertino aan het eind van de jaren tachtig probeerden, maar de prachtige generiekmuziek die terug doet denken aan zijn muziek voor Edward Scissorhands en Black Beauty, is buitengewoon magisch en 100% puur Elfman. De score is kort en schaars, de melodieën licht en weinig opvallend, maar de emotionele kracht die uit de muziek voortkomt, is groot. De muziek is warm en teder, zonder dat hij terugvalt in het idioom van Silvestri's Forrest Gump of de kinderfilmscores van James Newton Howard. Niet dat dit geen goeie scores zijn, alleen presteert Elfman met Good Will Hunting het om voldoende emotionele afstand te houden ten opzichte van de personages, zodat de film integer kan blijven overkomen.
Dat zijn ze dan, onze tien favoriete scores van het afgelopen jaar. 1999 wordt ongetwijfeld een top-jaar voor filmmuziek, al was het alleen maar omdat er - na meer dan vijftien jaar - nog eens een nieuwe Star Wars-score verschijnt. Verwacht John Williams alvast in het soundtracklijstje van Movie aan het eind van volgend jaar. Tot die tijd houden we u natuurlijk verder op de hoogte van de beste muziek uit de cinema. Prettige feesten en tot volgend jaar!