THE THIN RED LINE

De fotografie van John Toll

Foto: Columbia
Om met een cliché van formaat te beginnen: film is een collaboratief medium. De auteur-theorie is allemaal goed en wel, maar als het script onsamenhangend is, de camera niet gefocuseerd is, de acteurs continu in de camera zitten te lonken, of de fotografie zo vlak als dat van een beginnende amateurfotograaf, dan heb je een probleem natuurlijk (tenzij je zo slim was je film met Dogma 95 te ondertekenen). Echte genieën weten zich echter te omringen met meesters in hun vak. Zo ook de legendarische Terrence Malick. Om zijn langverwachtte come-back The Thin Red Line mooi in beeld te brengen deed hij een beroep op tweevoudig oscarwinnaar John Toll.

Braveheart en Legends of the Fall: zijn er grotere bewijzen nodig om de genialiteit van John Toll te bewijzen? Ze vormen een derde van zijn totale filmografie als cinematographer (uitgezonderd twee tv-film), en ze waren meteen goed voor twee oscars en diverse andere prijzen waaronder de prestigieuze American Society of Cinematographers award voor Braveheart. Voor The Thin Red Line wist hij al de New York Film Critic Circle Award en de Golden Salellite Award op zak te steken, zodat de kans er wel dik inzit dat hij ook zijn oscarnominatie zal kunnen omzetten.

Even leek het er naar uit te zien dat hij zijn inzending in zwart en wit ging moeten afleveren, maar na een scouting trip naar Guadalcanal bleek de kleurenpracht zo overweldigend dat uiteindelijk toch gekozen werd om dat uit te spelen. Om logistieke een vooral ook gezondheidsredenen werd tenslotte wel besloten om de film grotendeels in Australië op te nemen (80 dagen) en om later met een afgeslankte crew 20 dagen in Guadalcanal te filmen.

Omdat het de bedoeling was om de kijkers als deelnemers aan de oorlog in het verhaal te betrekken deden Toll en Malick uitgebreid een beroep op de Steadicam en een handcamera. Zo konden verschillende karakters van heel dicht gevolgd worden tijdens de gevechtssequenties, zonder dat de opnames in scène gezet leken te zijn. Wanneer het praktisch gezien onmogelijk was om de actie met een Steadicam te volgen werd een 3000 kg zware Akela kraan aangevoerd. Met een gyro-gestabiliseerde camera aan het uiteinde van de 21 meter lange arm konden perfect vloeiende opnames gemaakt worden, midden in de actie.

Voor de fotografie zelf baseerde Toll zich vooral op de 200 schilderijen uit het boek Images of War: The Artist's Vision of World War II. Vooral de zware contrasten (zonlicht dat tegengehouden wordt door de palmbomen, en zo resulteert in donkere schaduwen) beïnvloedden sterk de manier van filmen. Er werd dan ook gretig gebruik gemaakt van de natuurlijke belichting, slechts hier en daar bijgestaan door menselijke kunstgrepen.

Oorspronkelijk was men ook van plan om het anamorfisch opgenomen 35mm materiaal later bij de ontwikkeling nog te manipuleren (zoals in Saving Private Ryan, een film trouwens waaraan de vrouw van John Toll verbonden was als chief makeup artist), maar na een nieuwe pelicule van Kodak getest te hebben besloten Toll en Malick om de kleurenpracht te behouden. De nominatie voor beste fotografie lijkt hen volkomen gelijk te geven.