Met het grootste cinema-complex ter wereld in Brussel (en het tweede grootste in Antwerpen) heeft België iets om voorwaar trots op te zijn wat film betreft. De rest van de aardbol loopt op dat vlak tien jaar achter. Zo zag ik vorig jaar pas de eerste Kinepolis-geïnspireerde bioscopen de deuren openen aan deze kant van de wereld (en met namen als Cinematropolis en Metropolis is meteen duidelijk welke bioscopen ze als voorbeeld namen).
Iets waar je als Belg echter nooit aan went is de permanente aanwezigheid van filmsterren, en de sets waarop ze hun nieuwe materiaal draaien. Vancouver bezit de derde grootste filmindustrie van Noord-Amerika, omdat de stad een een goedkope en veelzijdige variant is op grote broers Los Angeles en New York. Zo werden hier vorig jaar onder andere Blade, Deep Rising en de X Files-film deels ingeblikt. Vandaar kan je bijna niet door de stad wandelen zonder ergens een konvooi witte trucks tegen te komen, het kenmerk van een volwassen filmset. De Vancouverites zelf zijn er inmiddels aan gewend: ze staan erom bekend de sterren met rust te laten. Als het erop aan komt kunnen ze hun enthousiasme echter niet verbergen: in deze stad hangt een permanente buzz over waar Stallone logeert en wie Gwyneth tegen het lijf is gelopen. Van de kuisvrouw in de bioscoop tot de collega's op het werk, allemaal hebben ze een eigen verhaal. De ene woont naast Robert Redfords stulpje, de andere zag de vikingschepen voor Disney's The 13th Warrior zinken in een nabijgelegen meer.
Ik woon hier inmiddels al precies anderhalf jaar, en heb mijn ervaringen met de filmwereld slechts zeer langzaam opgebouwd. In vorige afleveringen had ik het al over lezingen van Oliver Stone, ontmoetingen met Gillian Anderson, en avonturen als extra op de set van The X Files. Ik had er tijd genoeg voor: de eerste tien maanden van mijn verblijf in deze stad had ik geen werkvergunning. Ik vulde mijn dagen met alles wat leuk was: de stad verkennen, uitslapen, websurfen, veel lezen, veel schrijven en veel films zien. Mooie liedjes duren echter nooit lang, en in juli kreeg ik na veel geduld en een flinke investering mijn werkvergunning. Binnen de week had ik een baan en sindsdien ben ik continu aan het werk geweest. Met mijn permanente vakantie stierf ook mijn geflirt met de filmindustrie, waar ik zo graag een deel wilde van uitmaken.
Eén en ander veranderde eind vorige maand wanneer duidelijk werd dat in de straat waar ik werk als grafisch ontwerper, op 25 januari scènes voor een film zouden worden ingeblikt. Een collega vermoedde dat het de film Detox betrof, Stallone's nieuwste actievehikel, maar een bezoek aan de British Columbia Film Commission leerde dat de film in kwestie Duets heette, met in de hoofdrol Gwyneth Paltrow en geregisseerd door haar vader Bruce. Van een nieuwe ervaring gesproken: een A-list film die wordt ingeblikt in de straat waar je werkt. 25 januari brak aan en bracht goed en slecht nieuws met zich mee. Het goeie nieuws was dat de opnames voor Duets precies voor mijn werk plaatshadden, en dat ik in mijn kantoortje op het eerste verdiep de ereplaats had om een oogje in het zeil te houden. Het slechte nieuws was dat de opnames van de dag geen nood hadden aan verse Golden Globe-winnares Gwyneth, noch aan andere bekendheden als Forest Whitaker of Huey Lewis. Dit maakte de opnames zelf heel wat minder interessant en, zo werd me verteld door een productie-assistent, ik zou al heel goed moeten opletten om de straat überhaupt te herkennen in het afgewerkt product.
Een potentieel memorabele dag eindigde dan ook zonder noemenswaardige gebeurtenissen, maar toch ging ik niet met lege handen naar huis. Mijn gesprekje met de productie-assistent had me heel wat bijgebracht over hoe een mens zijn eerste stapjes kan wagen in de filmindustrie: ik moest contact opnemen met de Director's Guild of Canada, die me een een lijst met richtlijnen zou doorgeven. En, vertelde hij, de baan was minder glamoureus dan ze er uitzag: vaak sta je de hele dag in de regen, en dagen van 16 uur zijn geen geen uitzondering. Maar het was een begin.
Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag stelde ik me naief voor dat ik tegen het einde van de week op de set van Detox, of op zijn minst van Duets, mijn boterham zou verdienen. Ik was dan ook behoorlijk ontgoocheld toen de lijst met instructies van de Director's Guild binnenrolde op het faxapparaat. Productie-assistent worden is niet bepaald moeilijk (een stel cursussen volgen en brevetten halen) dan wel duur: er gaat een investering van meer dan 20.000 Bfr. aan lidmaatschapsgelden mee gepaard, om nog maar van het schokkende hongerloon te zwijgen: 1600 Bfr. bruto voor een achturen-werkdag. En ten slotte, viel er in de kleine lettertjes te lezen, bevinden er zich er op elk moment 300 werkzoekende productie-assistenten in de Vancouver-delta. Voor dat geld kon ik onmogelijk mijn huidige baan opzeggen, hoe graag ik dat ook zou willen.
Het leven is een spel van geven en van nemen. Soms komt je wens uit, en als dat niet gebeurt dan gaat het leven toch verder: vooruit kijken is de boodschap. Morgen is altijd beter dan gisteren en vroeg of laat komt Vrouwe Fortuna bij ieder van ons op bezoek en beloont ons geduld met een onverwacht geschenk. Bij mij is zij nog niet op bezoek gekomen, of toch niet in het professionele leven. Mijn eerste baan in dit land, bij een nationaal persbureau, deed ik zo graag dat ik er al fluitend naartoe wandelde. Het lot sloeg toe: ik moest opstappen omdat er niet voldoende werk was voor de nieuwelingen. Sindsdien werk ik als ontwerper van brochures en catalogi voor een klein bedrijfje waar ik lange uren werk en magere dollars verdien.
De filmindustrie lonkt naar me. Sterker nog, ze schreeuwt naar me. Deze keer sloeg ik de bal mis, maar ik ben geduldig. Dingen die een mens van belang zijn hebben de neiging om totaal onverwacht in zijn schoot te vallen. Vroeg of laat zal Vrouwe Fortuna aan mij denken en zal er mij een schitterende kans in de schoot vallen. Ik zal iemand leren kennen die me een een baantje op een filmset kan versieren, of ze zullen misschien wel iemand nodig hebben op de Film Commission. Er zijn zo vele mogelijkheden, er is nog zo veel tijd.
En tot zolang maak ik mijn leven zo aangenaam mogelijk, elke dag. Ik zie talloze films: nieuwe, oude, mooie en flauwe, en heel soms zit er een parel tussen als Pleasantville waarvan ik een week lang een meter boven de aarde zweef. En heel, heel soms knipoogt Vrouwe Fortuna naar me om me te laten weten dat ze me nog niet vergeten is en dat mijn moment op komst is. Zo'n moment als afgelopen Valentijn, wanneer je met een bevriend koppel in een tapas bar een heerlijke maaltijd naar binnen werkt, en plots bemerkt dat Bill Pullman zit te eten aan de tafel naast de jouwe. En je hoort van je vrouw dat ze hem al een uur in de gaten heeft maar niks durfde zeggen, en dat Bill Pullman dat zo geestig vond dat hij al de hele tijd naar haar aan het glimlachen en het knipogen was, de gluiperd. En je vraagt klungelachtig om een handtekening, goed beseffend dat dat the geeky thing to do is, maar jongens, je gaf toch maar 200 fr van je zuurverdiende centen uit om Zero Effect te zien, en verdorie, je hebt recht op die handtekening, op die vijf minuten aandacht van deze ster die eigenlijk ietsje meer waard is dan jou. En wanneer je het restaurant wil verlaten, en ook Bill Pullman die je het liefst van al mee naar huis zou willen nemen, dan maak je jezelf nog belachelijker dan je al bent en je slaat zijn arme echtgenote pardoes in het gezicht met de mouw van je winterjas. En beschaamd maar opgewonden ga je naar huis, de handtekening tussen de vingers geklemd, en je weet weer waarom je die ochtend bent opgestaan: omdat het leven, ondanks de duistere dagen en eenzame momenten het mooiste is wat er bestaat.