Misschien nog de grootste financiële teleurstelling van allemaal bleek Babe: Pig in the City. Babe was een bescheiden hitje uit Australië dat in 1995 onder een stel oscarnominaties bedolven werd. Voor de sequel werden alle registers opengetrokken: meer geld (liefst 80 miljoen dollar), meer beesten en meer gekte. De koppen rolden dan ook wanneer ook Babe: Pig in the City zijn publiek niet vond en na een paar weken sputterend stilviel (finale Noordmerikaanse inkomsten: minder dan 18 miljoen dollar).
Deze week bereikt Babe onze oevers en wordt duidelijk hoe zeer het Amerikaanse publiek zich maar weer vergist heeft. Want Babe: Pig in the City is zo'n zeldzame, maar niet ondenkbare sequel die zijn voorganger (kwalitatief) achter zich laat. Net als The Empire Strikes Back, The Godfather II en voor sommigen Aliens is Babe: Pig in the City een prent die het verder brengt door het over een andere boeg te gooien. Het resultaat is een harverwarmende film die uitpuilt van de verbeelding en die je nooit meer vergeet.
De boerderij van boer Hoggett wordt met bankroet bedreigd wanneer Hoggett na een pijnlijk ongeluk tot platte rust wordt verplicht. Voor de boerin zit er maar één ding op: Babe laten verschijnen op een kermis, en met dat geld de boerderij redden. Eén en ander loopt fout wanneer boerin Hoggett van drugsmokkel wordt verdacht. Hierdoor mist ze haar aansluitende vlucht en zit vast ze in de grote stad, waar, zo merkt ze snel, varkentjes niet welkom zijn in de hotels. Ze vindt uiteindelijk onderdak in een dierenvriendelijk hotel, maar daar beginnen de problemen nog maar. Voor het moedige biggetje Babe de aanvang van een reeks dolle avonturen.
Sprekende dieren zijn niet nieuw, maar wat Dr. Dolittle niet kon, kan Babe: Pig in the City des te beter: het hart breken van de cynische kijker. Het verschil tussen Babe: Pig in the City en de dertien-in-een-dozijn andere familiefilms die voortdurend de bioscopen vervuilen is de ongebrijdelde fantasie. Neem nu de stad waarin Babe vertoeft. Het is een fictieve mengelmoes van alle wereldsteden: de Eiffeltoren staat naast de Empire State Building, en het operahuis van Sydney ligt onder het Hollywood-opschrift. Het verhaal speelt zich af in en rond de zeer kleurrijke straten en kanalen; werkelijk een plezier om naar te kijken.
Maar regisseur George Miller - voor het eerst terug in de bioscoop sinds Lorenzo's Oil - beseft dat hij niet alleen van verbeeldingsvolle prentjes een verrukkelijke film kan maken. Het verhaal is niet gerecycleerd van het origineel. Het gaat nog minder over mensen dan drie jaar geleden, maar nog meer over beesten. Het is een soms verrassend duistere vertelling over vriendschap en moed en verwondering. En het is rijkelijk gevuld met allerhande kleurrijke karakters - honden, apen, eenden, katten enzovoort, die vaak menselijker zijn dan de mensen die we te zien krijgen in de zogeheten blockbusters. Wat feelgood factor en verbeelding betreft, staat Babe: Pig in the City op het zelfde niveau als pakweg Toy Story, en dat is niet niks.
Misschien dat u beslist om aan de kinderfilm met het sprekende varkentje toch maar geen geld uit te geven. Besef dan dat het één van de beste films van het jaar is, die u door de vingers laat glippen. Oscar of geen oscar.
Genre: Fantasy-avonturenfilm
Speelduur: 1u37
Regisseur: George Miller
Acteurs: James Cromwell, Mickey Rooney, Glenne Headly, Adam Goldberg