Van bepaalde mensen verwacht je gewoon niet dat ze zullen doodgaan. Gewoon, omdat ze er altijd zijn geweest, omdat ze een integraal deel uitmaken van je leefwereld, van je passie. Omdat ze hun onuitwisbare stempel hebben gezet in je hart. Omdat je er niet bij stilstaat. Gewoon, omdat ze een god zijn.
+ + +
Zondag 7 maart
Misschien zou ik dit beter niet
vertellen, maar voor sommige
movie-schrijvers is het weekend een
telkens weerkerende afpeigeringsstrijd.
Ook voor mij. Terwijl iedereen zalig
van het weekend zit te genieten, met
als hoogtepunt de zondagochtendbroodjes
aan de familietafel, slaag ik er keer
op keer in wegens allerlei
omstandigheden een groot deel van mijn
weekend aan movie te verpatsen (al ben
ik eerlijk gezegd wel blij dat ik
hiermee een ideaal excuus heb om mij
met film bezig te houden (onder het mom
van hard werken) en zo een aantal
obligate familiebezoeken te skippen).
Gewoon omdat ik gedurende de week geen
tijd genoeg heb gehad om te schrijven,
omdat eindredacteur Hans en ik op het
laatste ogenblik tot de vaststelling
zijn gekomen dat we een artikel te kort
komen, of omdat er een bepaalde film
nog niet is besproken. Omdat de muze
heel de week spoorloos was verdwenen,
en de enige inspiratie een zekere
deadline is. Of gewoon, omdat ik het
gewoon weer eens had uitgesteld. En ook
dat weekend had ik mezelf weer laten
vangen. Het interview met Shelly Page
lag reeds een week op mijn bureau, en
kon niet langer wachten.
Het moet zowat 12.15 uur geweest zijn toen ik die zondag mijn artikels doormailde naar Hans die de eindredactie nog moest verzorgen. Een kwartier over de deadline, maar dat zou hij mij wel vergeven. Voor mij zat de movie-week er op. Enkel die avond nog eens alles nalezen op de site, om de maandag met een volgende maagdelijke editie te beginnen. Het zou een rustige week (en vooral een rustig weekend) worden, voor mij stond er maar één artikel gepland.
Eigenlijk had ik die namiddag nog iets actief moeten doen: wat verder monteren aan de kortfilm, mijn computeranimatietalent wat aanscherpen. Waarschijnlijk zal het natuurlijke luiheid geweest zijn die mij naar die stapel videobanden dreef die ik ooit nog moest bekijken. Waarom ik nu juist die band uitkoos zal ik wellicht nooit weten. Misschien was het wel omdat ik de week daarvoor voor het eerst The Killing op groot scherm had gezien, of misschien was het wel omdat ik in die week gelezen had dat Eyes Wide Shut aan een heel beperkt publiek was vertoond. Misschien was het daarom wel dat ik Spartacus bovenaan de videohoop had gelegd, dat ik die namiddag, lui genesteld in mijn zetel naar dat epos van Stanley Kubrick heb liggen kijken. Ironisch genoeg, zo zou enkel uren later blijken, één van de films waarop hij het minste trots is. Of beter was. Als ik het had geweten, dan had ik 2001: A Space Odyssey, of Dr. Strangelove bovenaan de hoop gelegd.
Want het was pas enkele uren later dat ik mij bewust was van de speling van het lot. Rond half acht kwam ik te weten dat Stanley Kubrick zou gestorven zijn. Ongeloof. Het kon gewoon niet waar zijn. Kubrick moest op dat ogenblik druk aan het werk zijn om zijn Eyes Wide Shut volledig af te krijgen. Ook op een zondag. Hij moest en zou tot en met de 16e juli druk bezig zijn met het bijsturen van zijn nieuwste meesterwerk. En daarna hoorde hij A.I. te maken, de film waarop Christophe in Vancouver en ik al jaren op zaten te wachten. En daarna kon hij misschien denken aan sterven. Toch niet terwijl ik naar één van zijn films zat te kijken. Nu niet. Nu nog niet.
Nog half in ontkenningsmode bel ik Hans op met het slechte nieuws. We beloven elkaar dat er volgende week een special zou komen. Nu was het te laat. En terwijl we spreken, bevestigt Hans het overlijdensbericht dat nu ook op teletekst staat. Ik besef dat Christophe er kapot van zal zijn. Hij ligt te slapen wanneer het nieuws bekend wordt. 2001 heeft ooit zijn leven veranderd. Ik herinner mij nog dat hij, als grote Arthur C. Clark-fan, mij verplicht heeft om het boek te lezen. Zodat ik eindelijk een glimps zou opvangen van de diepgang van de film. Ik herinner mij dat ik hem als trouwcadeau een boek over het maken van de film gaf. Gewoon omdat ik wist dat hij er blij mee zou zijn. Omdat ik wist dat zijn liefde voor de film heel diep ging.
Enkel uren later zitten we met elkaar te praten via ICQ. Hij is er kapot van. Later zou hij mij bekennen dat hij wat heeft gehuild. Ik begrijp het maar al te goed. En alsof het de meeste alledaagse zaak van de wereld is, rakelen we even A.I. op. Die film waar we dus al jaren op zaten te wachten, en die er nu nooit zal komen.
Ik weet eerlijk gezegd niet meer wanneer ik mijn eerste Kubrick film heb gezien. Waarschijnlijk was het 2001: A Space Odyssey. En heel waarschijnlijk op televisie, want de twee voorstellingen op groot scherm kan ik mij nog levendig herinneren. Het waarom kan ik mij nog minder herinneren. Misschien omdat ik wist dat het een klassieker was, misschien omwille van de effecten, of heel misschien omdat George Lucas ooit in een televisieinterview gezegd heeft dat het de grootste sciencefictionfilm ooit was.
Wat ik wel nog goed weet is dat ik altijd heel goed bewust geweest ben van het bestaan van Kubrick. Tijdens mijn leven bracht de man amper vijf films uit, en toch leek het alsof hij er altijd bijhoorde. Misschien ook wel een beetje omdat hij regelmatig ter sprake kwam toen Christophe hier nog in België was. Beiden verliefd op film vonden we niets leuker dan elkaar te bestoken met vragen over films die er nog niet waren, wisten we elkaar warm te maken voor projecten die misschien nooit het levenslicht zouden zien. En daarvan is Kubrick altijd een deel gweest.
+ + +
We zijn één week verder. Opnieuw is de movie-deadline reeds lang overschreden. Kurbrick is mij deze week blijven achtervolgen. In de week op het grote scherm en op video, en dit weekend met een writer's block. Vier keer heb ik deze week van zijn uniek talent mogen genieten. Gewoon als eerbetoon. Gewoon opdat ik zou beseffen wat ik, wat heel de wereld gaat missen. Eén week is voorbij gegaan, en intussen zijn twee andere grootheden van ons heengegaan: Joe DiMaggio en Yehudi Menuhin waren elk op hun terrein meesters, genieën. Mensen die de wereld iets hebben nagelaten dat de moeite was.
Eén week is voorbijgegaan, en het leven gaat door alsof er niets gebeurd is. Alsof er niets veranderd is. Buiten die ene gedachte, die ene pijnlijke vaststelling dat het na 16 juli definitief gedaan is. Dat wanneer Eyes Wide Shut is uitgekomen we niet meer rijkhalzend moeten uitkijken naar het volgende in het allergrootste geheim klaargestoomde meesterwerk van de meester Stanley Kubrick. Na 16 juli is het lange wachten gedaan. Voorgoed.