De twee lopende reeksen, Deep Space Nine en Voyager, gaan koppig jaar na jaar verder, maar het moet toegegeven worden: deze series zijn kostelijke flops. Slechts een fractie van de kijkcijfers van de onaantastbare Next Generation, en beduidend minder goed gemaakt. De originaliteit is ver te zoeken, de verwondering al jarenlang spoorloos. Het lijkt alsof die Voyager maar in cirkels vliegt en iedere keer opnieuw dezelfde boze aliens-met-kromme-voorhoofden tegenkomt. De films, die nu al enkele jaren lang zonder Kirk en co. worden gedraaid, tja, het zijn vermakelijke avonturenverhaaltjes, maar ze komen nooit ook maar in de buurt van het ongemeen sterke Star Trek 2: The Wrath of Kahn.
In het jaar van de nieuwe Star Wars-film (dat zal u dit jaar vermoedelijk nog vaak lezen) krijgen we ook de meest recente bioscoopaflevering van Star Trek in de zalen; als toemaatje zeg maar, want Trek, tot grote razernij van Trekkies met Spock-oren aller landen, zal qua populariteit en kwaliteit nooit kunnen tippen aan Lucas' franchise. In elk geval, Star Trek: Insurrection (want zo heet de nummer negen) vertoont tekens van leven, die erop zouden kunnen duiden dat Star Trek misschien toch uit de huidige depressie zou kunnen klauteren. Dat is overigens verrassend, want de traditie dicteert dat de oneven Star Trek-films de zwakkere in de reeks zijn.
Iedereen zal het er mee eens zijn dat Star Trek: Insurrection de meest geslaagde Next Generation-prent tot op heden is. Generations verkeek de kans op een epische doorgave van de fakkel (en iedereen liep er zo neerslachtig bij dat het leek alsof je naar een tweede Solaris zat te kijken), terwijl First Contact buiten de aanwezigheid van de Borg jammerlijk weinig om het lijf had. Insurrection is weer wat beter, wat hoopt geeft voor de toekomst, maar het zal nog een gespartel worden om deze franchise te redden van haar eigen zorgvuldig gesponnen web.
Wat bedoelen we daarmee? Dat in de afgelopen 32 jaar Star Trek zodanig veel ingrediënten in de soep werden gegooid, dat de huidige films nu blijkbaar spartelen om alle losse eindjes aan elkaar te knopen. Enkele voorbeelden uit de losse pols: Data heeft zijn emotie-chip niet bij zich in deze aflevering (kwestie van niet te veel in herhaling te vallen), maar dan moet wel vermeld worden waarom niet. En voor Worf, die een hoofdrol heeft in Deep Space Nine, en dus officieel niet op de Enterprise dient, moet iedere keer opnieuw een excuus worden bedacht om hem te betrekken bij de bioscoopavonturen. Zo zit de film vol van korte maar irritante verwijzingen naar plotelementen uit voorgaande Star Trek-incarnaties. Het is ook een probleem waarmee de X Files-film kampte, en daar in de toekomst alleen maar meer problemen mee zal krijgen, want het web van intrige wordt er in de tussentijd niet dunner op.
Dat gezegd zijnde is Star Trek: Insurrection best wel een vermakelijke film waar meer inzit dan in de vorige twee afleveringen samen. Het is geen alles-of-niets missie met het hele universum als inzet, maar een ietwat intiemer verhaaltje over het volgen van orders versus het luisteren naar instincten. De Federation, in samenwerking met een ras genaamd de Son'a, observeren in het grootste geheim de Bak'u, een kleine primitieve nederzetting. Wanneer Data schijnbaar zonder reden de observeerders gijzelt, wordt kapitein Picard verplicht Data uit te schakelen en zo nodig te vernietigen. Maar wanneer de kapitein de omstandigheden nader onderzoekt, ontdekt hij het geheim dat de planeet verbergt, en de duistere plannen van zijn eigen Federation. Picard en zijn dikker, grijzer en kaler wordende bemanning besluiten directe orders van de Federation aan hun laars te lappen en springen in de bres om de Ba'ku te verdedigen.
Een opmerkelijk detail is dat Star Trek: Insurrection met gemak de lichtste in de reeks is sedert Star Trek IV: The Voyage Home. Vaak puberale flarden humor steken her en der de kop op in het verhaal. Alles van mambo's dansen, Klingon-puisten en androide-billen wordt in de ring gegooid. En het werkt wonderwel. De humor, samen met stuk of twee romantische subplots, een redelijk innemend verhaal en aardige special effects, vormen een tot in de puntjes uitgebalanceerd geheel, dat van begin tot einde aangenaam is om naar te kijken.
Dat is beslist goed nieuws. Echter, nu is de tijd aangebroken voor de Next Generation-films om ofwel verder te groeien, of er de brui aan te geven. Na het experimentele Star Trek: The Motion Picture was de originele bemanning te zien in de epische three-parter bestaande uit The Wrath of Kahn, The Search For Spock en The Voyage Home. Dit is het voorbeeld om te volgen: een reeks op elkaar volgende films met een volwassen thema (de creatie van het leven), een flinke portie aangrijpend drama (de dood van Spock en van Kirks zoon), en die unieke, onbeschrijflijke magie magie tussen het trio Kirk, Spock en McCoy, steeds ouder wordend en steeds weer met pré-pensioen bedreigd. Dat is volgens ons de enige toekomst voor The Next Generation. Voor even geen losstaande avonturen meer, geen holodeck- of emotiechip-toestanden, maar een goed geschreven drama dat de karakters centraal plaatst. Het potentieel is er, dat weet iedereen die de allerlaatste televisieaflevering van The Next Generation zag. All Good Things... was het dichtste bij de magie van Kirk en co dat The Next Generation ooit kwam, en die stijl is dan ook de weg vooruit voor deze franchise.
Genre: Sciencefiction
Speelduur: 1u43
Regisseur: Jonathan Frakes
Acteurs: Patrick Stewart, Jonathan Frakes, Brent Spiner, Michael Dorn, Gates McFadden, Marina Sirtis, LeVar Burton, F. Murray Abraham