Nochtans leek het Altman-rijk de laatste jaren een beetje te verbleken. De man die in 1970 al een Gouden Palm in Cannes won met M.A.S.H. en later nog furore maakte met sterke films als Nashville en The Player kon met het langverwachte Prêt-à-porter de critici niet overtuigen. Toen hij zich zowaar op een eigenzinnige doch oercommerciële John Grisham-verfilming stortte, wisten de olijke pennenridders al helemaal niet meer waar ze het hadden. Waar ging Altman zich op zijn oude dag nog aan wagen? Met Cookie's Fortune keert hij Hollywoods mallemolen, waar hij altijd al een vreemde relatie mee had, echter opnieuw de rug toe en stapt hij verder op zijn heel eigen weg.
Op die weg gooit Altman alle snelheidsmeters overboord en legt hij de rem op zijn eigen ritme. Met een nooitgeziene gezapigheid slentert hij door het verhaal van zijn film, alsof hij en de kijker alle tijd van de wereld hebben. Kijken naar Cookie's Fortune doet dan ook bijna als een anachronisme aan. In deze tijden waar iedereen zichzelf op het witte doek voorbijholt, zijn we zoveel rust en kalmte niet echt meer gewoon. Het begint al bij de openingsbeelden, waarin Altman de kijker door Holly Springs laat glijden, een slaperig en sloom stadje in Mississippi waar de mensen nog leven aan het ritme van de vorige eeuw. Iedereen kent z'n buren en heeft respect voor zijn geheimen en kleine obsessies met een hoffelijkheid die het oude Zuiden kenmerkt.
Willis Richard slentert halfdronken een oude kroeg binnen, waar een zwarte zangeres de blues heeft. Hij steelt er een flesje bourbon en dweilt verder de stad door. Hij komt uiteindelijk terecht in het huis van Jew Mae Orcutt, beter bekend als Cookie en één van de meest waardige en oude leden van deze gemeenschap. Sinds haar man Buck het leven liet, tellen voor haar alleen de ontelbare herinneringen aan hem waarmee ze het huis versierd heeft. Daar zien we dat Willis niet de dronkelap is waarvoor we hem dreigden te verslijten: hij is vriend des huizes bij Cookie, helpt haar bij de klusjes in het huis en biedt haar vooral veel vriendschap. De dag voor Pasen wordt het verdriet Cookie echter te veel. Met een pistool dat nog van Buck was, pleegt ze zelfmoord.
Het toeval wil dat haar nicht Camille, een autoritaire dame die enkel aan het goed fatsoen denkt, het lijk ontdekt. Zelfmoord in de familie kan absoluut niet, zo denkt ze, en ze besluit om de zelfmoord in moord te vermommen. Cookie's dood komt haar trouwens goed uit. Camille aasde al een hele tijd op haar deel van de erfenis, die ze zal delen met haar onderdanige zus Cora. Tot haar grote ergernis is er nog een derde familielid in Holly Springs neergestreken: Emma Duvall, haar rebelse dochter, met wie ze een tijd geleden gebroken heeft. Dat Emma aanpapt met de (welliswaar klungelige) politieman Jason kan haar gemoederen niet sussen. Hoewel deze laatste speciaal voor haar meespeelt in Camilles toneelstuk Salome, tot ze ter gelegenheid van Pasen wil opvoeren.
Een handjevol kandidaten voor de moord? Toch niet. Als kijker weet je immers dat het om zelfmoord gaat en wat de familierelaties betreft liggen de kaarten vanaf het begin open en bloot op tafel. Het is uiteindelijk de onfortuinlijke Willis Richard die de gevangenis invliegt: de inderhaast opgetrommelde special investigator Otis Tucker uit Batesville heeft immers zijn vingerafdrukken op het moordwapen gevonden. Logisch, aangezien hij die de vorige avond nog schoongemaakt had. De lokale sheriff wil dan ook niets van een aanhoudig weten. Geen mens is volgens hem braver en betrouwbaarder dan Willis, met wie hij regelmatig gaat vissen. Op het politiekantoor laat hij zijn goede vriend dan ook in een open cel slapen en speelt hij scrabble met hem. Tucker gelooft zijn ogen niet en zit met de handen in het haar.
Waar zit de spanning? Nergens. Altman bouwt zijn verhaal stukje voor stukje op en cursiveert de details zo sterk dat je op voorhand wel weet hoe het verhaal verderhobbelt. Een probleem vormt dat niet. Cookie's Fortune moet het niet van spanning hebben: wie Wildes Salome een beetje kent en de enscenering ervan in deze film in het oog houdt, kent de afloop. De theatrale werkelijkheid en de echte werkelijkheid vloeien (net zoals in Shakespeare in Love) op het einde schitterend in elkaar. Ondertussen heb je het gevoel dat je Holly Springs zo goed kent als de inwoners zelf: Altman slentert er op zijn dooie gemak doorheen en laat ons rustig kennismaken met de belangrijkste inwoners. Het aantal personages loopt algauw op, maar zijn stevig genoeg om nooit in de vergetelheid te geraken.
In feite is niet Cookie (oude glorie Patricia Neal - ooit nog oscarwinnares) maar wel Willis Richard het echte hoofdpersonage uit de prent. Met hem stappen we de film in, met hem delen we de cel en met hem zullen we ook uit de film stappen. Hij wordt met ingetogen perfectie neergepoot door Charles Dutton, die we nog kennen uit Mimic. Zijn personage krijgt de hele film door de steun van de vrijgevochten Emma, die in een opmerkelijk staaltje van anti-typecasting wordt vertolkt door Liv Tyler. Haar klunzig liefje Jason is Chris O'Donnell op het lijf geschreven. O'Donnell mag dan wel geen greintje charisma en uitstraling hebben, als men hem dan ook zo'n rol geeft, wérkt het wel. Ook Glenn Close zit prima als de bitcherige Camilla, hoewel ze tart met overacting. Verbijsterend hoe ze haar zus Cora (Julianne Moore) voortdurend weet te vernederen. Zij worden voortreffelijk bijgestaan door de hele resem nevenrollen.
Robert Altman wordt echt oud, zo lees je wel eens. Wat ons betreft mag hij in deze lagere versnelling blijven verder tuffen. Voorbijsjezende jonge filmgoden kunnen van de manier waarop hij sfeer in een film kan brengen en zijn perfect gevoel voor fijnzinnige ironie nog heel veel leren. Altman is ze voorlopig zelfs te voet nog te vlug af.
Genre: Drama
Speelduur: 1u58
Regisseur: Robert Altman
Acteurs: Glenn Close, Liv Tyler, Julianne Moore, Chris O'Donnel, Charles S. Dutton, Patricia Neal, Donald Moffat, Lyle Lovett, Ned Beatty