Samenwerking met andere festivals in Vlaanderen blijft belangrijk. Het Brugse Cinema Novo en Focus op het Zuiden in Turnhout lokken jaarlijks zo'n dertienduizend bezoekers. Tel daar de tweeduizend vijfhonderd bezoekers bij die men dit jaar in Leuven wil halen en je krijgt de nodige kaap die een film aan voorstellingen moet bereiken om enige inkomsten in het laadje te brengen van een verdeler waardoor die de film over de streep trekt. Want ook dat is één van de hoofddoelen van het Filmfestival: promotie van bepaalde stille parels uit het Zuiden met het oog op een plaats in het bioscoopcircuit.
Traditioneel brengt het Filmfestival een mengeling tussen klassiekers en nieuw talent. Dat is dit jaar niet anders. Maar het accent komt in deze editie vooral te liggen op Zuid-Afrika, Algerije, de Democratische Republiek Congo en Marokko. Het Zuid-Afrikaanse filmlandschap weerspiegelt zowel de uitwassen van het apartheidsregime als een kijk op het nieuwe uit de startblokken 'schietende' Zuid-Afrika. Het succes van de Algerijnse prent Al Massir van Youssef Chahine doet smaken naar nog. De Congolese film Pièces d'Identités van Mwézé Ngangura werd grotendeels in België gedraaid (bioscoop Vendome figureert op een bepaald moment in de film) omdat ter plaatse geen films meer worden gemaakt. Het thema migratie kan op geen betere manier in de schijnwerper geplaatst worden. Van de Maghreblanden staan vooral in de Marokkaanse films de verhouding man-vrouw en de belangrijke rol die vrouwen in de huidige samenleving kunnen spelen en spelen, in de kijker. De confrontatie tussen al deze culturen kan ons alleen maar verrijken.
(Volgende week bespreken we een aantal hoogvliegers uit het festival; deze week vindt u hier alvast besprekingen van Clando, 100% Arabica en Al Massir).
Voor verdere info zie:
- Afrika Filmfestival brochure (verkrijgbaar bij elke filmvertoning)
- Supercity programmabrochure
- Berichten (Maandblad Derdewereldraad van Leuven - extra nummer)
- Film & Televisie - Video (aprilnummer)