52e FESTIVAL VAN CANNES

In the Cannes

Foto: Festival Cannes
Van 12 tot 23 mei loopt aan de Côte d'Azur het 52e Filmfestival van Cannes. Onze medewerker Ben Van Alboom campeert voor Movie op de wereldberoemde Croisette en ziet er het crème de la crème van de filmwereld ronddartelen. En ondertussen wordt er natuurlijk ook naar films gekeken.

CANNES, 15 mei - Terwijl Dave Stewart All Saints zit op te vrijen - hoewel de meisjes zelf waarschijnlijk ook a certain sacrifice zullen hebben moeten maken om in het regiedbuut, Honest, van de Britse popster op te treden -, Sean Connery en Cathryn-Zeta Jones elkaar complimentjes toezerpen op de persconferentie van Entrapment en David Cronenberg nors elke avond de trappen van Le Palais oploopt richting Salle Lumière, huppelt de Franse gendarmerie vrolijk het rustige Cannes rond op zoek naar explosief materiaal. Voor één keer draagt het niet de naam Bruce Willis - waarvan wij ons afvragen of het mens nu al dan niet ziek in bed ligt, want de afgelopen jaren heeft Willis geen enkele editie gemist van het grootste circus op aarde -, maar gaat het wel degelijk om kleine pakketjes die elk moment voor behoorlijk wat vuurwerk kunnen zorgen. Tot nut toe zijn al drie dergelijke pakjes springstof gevonden en voor één keer wordt le festival du film niet alleen bezet door horden papparazzi's en de verzamelde wereldpers - dit jaar alweer meer dan ooit -, maar ook door zwaar bewapende men in noir.

Andere jaren hadden we zo'n stunt nog begrepen, want op die manier konden de organisatoren de bijzonder magere oogst van de 50e en 51e editie nog verbergen, maar dit jaar lijkt het nergens voor nodig: niemand minder dan David Lynch, Atom Egoyan, John Sayles, Alexandre Sokhurov, David Mamet, Youssef Chahine, Pedro Almodovar, Leos Carax, Nikita Mikhalkov Ptere Greenaway en Takeshi Kitanoz - en dit lijstje gaat inderdaad nog verder en neemt zo monsterlijke proporties aan - komen hier hun nieuwe films voorstellen. Op papier lijkt dit de hemel op aarde en als ook maar de helft van de goden en misschien zelfs enkele mindere goden hun beloftes nakomen, wordt het moeilijk om de glimlach op het gezicht van het talrijk opgekomem publiek (lees: pers en business) te verwijderen.

Tot zover het theoretische gedeelte, want tot dusver heeft het festival weinig - eentje om precies te zijn - memorabele films opgeleverd. De openingsfilm, The Barber of Siberia van Nikita Mikhalkov, werd hier in elk geval bijzonder flauw onthaald. Zelf hebben we de openingsfilm en de nieuwe van Leos Carax, Pola X, aan ons laten voorbijgaan om de simpele reden dat die twee films nu ook al in de Belgische bioscopen spelen. De persconferentie van Carax wilden we in elk geval voor geen goud missen. De brave man heeft in heel zijn leven nauwelijks een handvol interviews gegeven en veel foto's bestaan er evenmin van. En dan duikt hij plotseling op op de trappen van het festivalpaleis in de armen van Catherine Deneuve en in het kielzog van de Franse papparazzi's - erger bestaat niet - en legt nog een persconferentie in ook (die na een kwartier alweer werd beëindigd omdat Carax in dat kwartier ongeveer drie woorden zei).

Dan maar de films zelf die het nagenoeg collectief lieten afweten: Wonderland, de nieuwe Michael Winterbottom is (in het beste geval) nog nét te pruimen, en All About My Mother, de nieuwe Almodovar, komt ongeveer tot aan de enkels van Carne Tremula, zijn vorige film. Wel interessant, maar vreselijk bizar, was Moloch van de Rus Alexandre Sokhurov. Een dag uit het leven van Adolf Hitler en Eva Braun is het geworden, maar dan gedrenkt in een soort Pasolini-sfeertje. Op geen enkel moment komt de film ook echt tot een uitbarsting en dat houdt het nagenoeg de hele tijd enorm boeiend. Of dit kleine filmpje ook daadwerkelijk de bioscopen haalt is twijfelachtig, maar het zou in ieder geval jammer zijn mocht dit niet zo zijn. Een lot dat in ieder geval Wonderland al beschoren is, want die verschijnt in België meteen op video.

David Mamet en Steven Soderbergh hebben het er voorlopig nog het beste van afgebracht, hoewel The Winslow Boy (van David Mamet) slechts wordt gedragen door enkele noemenswaardige vertolkingen van Nigel Hawthorne, Jeremy Northam en Rebecca Pidgeon. Het geheel is verder vreselijk klassiek en theatraal. De nieuwe Soderbegh daarentegen is alweer bijzonder leuk. Nauwelijks een jaar na Out of Sight, maakte Soderbegh opnieuw een misdaadprent, maar dit keer een heel stuk grimmiger en veel minder gestileerd. Het resultaat is evenwel uitermate geslaagd.

Meteen het voorlopige einde van de vierde festivaldag die vanavond in stijl wordt afgesloten met de Austin Powers-party, naar aanleiding van de release van The Spy Who Shagged Me, de tweede film van onze favoriete international man of mystery. Grooooooooooovy, baby!